Onze schulden en de toekomstige generaties

Over het onderwerp hoe de staatsschuld over de verschillende generaties verdeeld zal moeten worden bestaat veel verwarring. Ik zal proberen uit te leggen waar de discussie meestal de fout in gaat. Vaak is de gedachte dat ‘de volgende generatie’ de schuld moet aflossen via belastingen; zij zijn dus de losers.

Maar de mensen die de schuld aanhouden, gaan er ook niet op vooruit.

Ten eerste is het praten in termen van ‘toekomstige generaties’ gevaarlijk. Het is goed mogelijk dat schuld de consumptie van de ene generatie vergroot en die van de volgende verkleint, terwijl de leden van beide generaties in leven zijn.

Staatsobligaties
Stel je voor dat president Santorum (Republikein, dong bij deze verkiezingen mee naar de presidentsnominatie red.) na de verkiezingen van 2016 de steun van de bejaarden probeert te kopen door iedere Amerikaan van boven de 65 versgedrukte staatsobligaties te geven. Dan wordt de generatie boven de 65 rijker en iedereen onder de 65 armer.

Maar dat is niet wat mensen bedoelen als ze het hebben over de last die de schuld op de volgende generaties legt. Wat ze bedoelen is dat zij in het geheel armer zullen zijn, net als een gezin dat in de schulden is gekomen daarna armer zal zijn. Klopt dat?

Geld verplaatsen
Laten we een experimentje doen dat, op het eerste oog, niets met schulden te maken heeft. Stel je eens voor dat in plaats van ouderen obligaties te geven, president Santorum een amendement indient waarin hij vastlegt dat iedere Amerikaan wiens naam begint met de letter A tot en met K elk jaar $5000,- krijgt van de regering; dat geld wordt bijeengebracht door middel van extra belastingen.
Maakt dit Amerika als land armer?

Het antwoord is duidelijk: nee, niet direct. We verplaatsen het geld gewoon van de ene groep (de L tot en met Z’s) naar de andere. Het totale vermogen is niet veranderd. Je zou kunnen aanvoeren dat er indirecte kosten zijn omdat het verhogen van de belasting een uitwerking heeft op motivatie; maar dat is een ander verhaal.

Je kunt het al aan zien komen: een schuld uit het verleden is in feite simpelweg als een wet die eist dat een groep mensen –diegenen die geen obligaties van hun ouders geërfd hebben– betaalt aan een andere groep, de mensen die wel obligaties hebben. De welvaart wordt dus anders verdeeld, maar het land wordt er niet direct armer op.

Echt, zo ingewikkeld is het niet – en het feit dat de politiek er niet veel van begrijpt, verandert niets aan de logica.

Buitenlandse schulden
Nog een experiment. Stel je voor dat, om de een of andere reden, Chinese en een aantal Amerikaanse investeerders bezittingen gaan ruilen. De Chinezen verkopen 500 miljard dollar aan Amerikaanse staatsleningen en kopen voor hetzelfde geld bijvoorbeeld bedrijfsobligaties.

De Amerikanen doen het omgekeerde. Is de VS nu rijker of armer geworden? Nee, natuurlijk – als land hebben we nog steeds dezelfde schuld aan de rest van de wereld. Dat betekent dat het in de discussie over de last (of geen last) van schulden, niet uitmaakt of een deel van de staatsschuld in vreemde handen is.

Waar het om gaat is onze netto internationale investeringspositie: de waarde van buitenlandse bezittingen in handen van Amerikanen min de waarde van binnenlandse bezittingen in handen van buitenlandse investeerders.

Als de schulden zouden zorgen voor minder buitenlandse investeringen zouden ze ons inderdaad armer maken, maar dat gebeurt niet nu we in een depressie zitten. We moeten ons realiseren dat buitenlandse investeringen – aankopen min verkopen van assets van en aan het buitenland – ook investeringen zijn.

Of om het wat eenvoudiger te zeggen: een staatsschuld kan ons als land alleen armer maken als die leidt tot grotere handelstekorten.

Tot nu toe is dat allemaal niet gebeurd, zoals is te zien in de grafiek. De laatste jaren lenen we minder uit het buitenland, niet meer.

(G.D.P. = Bruto Binnenlands Product)

Je zou nog kunnen zeggen dat een grotere staatsschuld, als al het andere gelijk blijft, tot een groter handelstekort kan leiden omdat het de import zou vergroten. In zoverre kan je dan spreken van een grotere schuldenlast. Maar ik denk niet dat dat is wat de doemdenkers in gedachten hebben. De conclusie is dat het bezit van Amerikaanse bezittingen door buitenlanders –niet alleen staatsschuld trouwens, maar alle schuld– de zaken compliceert.

Maar de vaak gehoorde claim dat Amerika zijn erfgoed verkwanseld aan de Chinezen slaat nergens op.