De nietszeggendheid van geluk

Mijn vriendin Ulrike heeft een gastenboek voor mensen die bij haar komen logeren. En er komen nogal wat mensen bij haar logeren. Want Ulrike woont sinds een half jaar met haar vriend en twee kinderen in Berlijn. Daarvoor woonde ze in Nederland. Tenminste, vanaf haar achttiende. Ze groeide op in Berlijn. In het oosten, om precies te zijn. We waren allebei 10 toen de Muur viel.

Het gastenboek is al oud. In 1968 schreven voor het eerst mensen prachtige wensen op de vergeelde en kromgetrokken bladzijden, die niet kreuken omdat het papier zo dik is. De mensen die toen hun gedachten op de pagina’s zetten leefden in een ander tijdperk, denk ik terwijl ik door het boek blader en de wensen in het Duits, Frans en Russisch probeer te lezen. Ze leefden in een andere wereld.

Tastbare geschiedenis
Het boek was van de grootouders van Ulrike, professor doctor Dorn en zijn vrouw. Ulrike heeft het geërfd. Nu mogen wij er onze wensen in zetten, achter de pagina’s uit het communistische tijdperk. Alles lijkt nietszeggend, vergeleken bij de tekst van bijvoorbeeld de Algerijnse vriend van het echtpaar. Die verbleef in 1976 bij hen in Oost-Berlijn en hoopte dat hij ze ooit zou terugzien, onder het blauw van de Noord-Afrikaanse hemel.

Ik voel de geschiedenis tussen mijn vingers. Zoals ik de geschiedenis voel als ik in het Holocaust Monument vlakbij de Brandenburger Tor loop. Eerst spring ik nog van blok tot blok, zoals ook kinderen doen. Dan worden de blokken te hoog, stap ik ertussen en word plotseling overweldigd door het beklemmende gevoel dat de 2711 betonblokken oproepen. Hoe makkelijk je erin verdwijnt, er onderdeel van uitmaakt, en hoe confronterend snel je er ook weer uit stapt, je het beklemmende gevoel van je afschudt en het lijkt alsof er niks gebeurd is. Zelden kwam een monument zo hard binnen.

Wat is er veel en weinig gebeurd in tien jaar tijd
Toen ik hier tien jaar geleden voor het eerst was, stond het monument er nog niet. Ik was toen ook in Berlijn met Ulrike, en met twee andere vriendinnen. Trappelend van ambitie stonden we klaar om de arbeidsmarkt te bestormen. Ondanks een moeizame start voor ons allemaal, banen die we eigenlijk niet wilden, frustraties omdat onze ambities niet gehonoreerd werden, zijn we nu allemaal geworden wat we wilden. Behalve ik dan, want over wielrenner worden had ik toen nog geen seconde nagedacht.

Wat is er waanzinnig veel gebeurd in die tien jaar. Maar wat is er eigenlijk ook weinig gebeurd, besef ik, als ik Ulrikes gastenboek weer ter hand neem en verder blader en lees. Berlijn is de afgelopen tien jaar veranderd. Maar niet zoveel als in het decennium daarvoor. Had je die tien jaar geslapen, dan had je je stad niet meer herkend. Zonder communisme, zonder Muur, zonder de angst om gepakt te worden bij het geringste verkeerde woord. De geschiedenis tastbaar in Berlijn. Of je nu in het Holocaust Monument staat of met Ulrikes gastenboek op de bank zit.

Het gastenboek uit 1968

De nietszeggendheid van geluk
Wat moet ik nou in dat boek schrijven dat waarde heeft voor de mensen die het over tien, twintig, dertig jaar doorbladeren? Kleine dingen, misschien. “Je dochter stond vandaag voor het eerst rechtop, tegen de bank. Je zoon heeft Sinterklaas gezien op de Nederlandse school. Hij zingt de hele dag Sinterklaasliedjes.” En: “We zijn met z’n vieren uit eten geweest voor 66 euro. Dat vonden we goedkoop.” Wij leven zo gelukkig dat alles nietszeggend lijkt.