Bent u klaar voor de nieuwe horrorwinter?

Kijk naar buiten en u ziet het: de winter valt nu écht in. De horrorwinter, zoals we hem inmiddels al ginnegappend zijn gaan noemen. Maar waar komt die term vandaan? En waarom hebben we zo’n diepgeworteld verlangen om het weer te controleren?

Het begint allemaal in september 2011. Buiten liggen de herfstbladeren nog op straat, maar thuis, in Liverpool, zit James Madden met zijn hoofd al helemaal in de naderende winter. James Madden runt in zijn eentje een weerbureau, Exacta Weather. Niet dat hij een professioneel meteoroloog is; hij is een masterstudent fysische geografie. Maar het weer is wel zijn grote passie. Regelmatig haalt hij bovendien het nieuws, want Madden doet wat weinig meteorologen durven: het weer voorspellen op de lange termijn. En dan weten de media je wel te vinden. Ook dit jaar is het weer zover.

Op 20 september meldt Madden op zijn website dat Groot-Brittannië een vroege winter tegemoet kan zien met veel sneeuw. In Schotland kan het zelfs tot sneeuwstormen komen. Het bericht wordt onmiddellijk, zonder Madden zelf te raadplegen, door talloze media overgenomen. ‘BRITAIN FACES AN EARLY BIG FREEZE,’ kopt de Daily Express op de voorpagina. Een andere tabloid, de Daily Mail, citeert langetermijnvoorspellers die al in oktober sneeuw verwachten. Er is, om in meteorologische termen te blijven, een sneeuwbal gaan rollen die niet meer tot stilstand kan worden gebracht. Op 8 oktober verwacht de Daily Mail dat het binnen enkele weken al twintig graden kan vriezen. Een dag later kopt de Daily Express: ‘BRITAIN FACES A MINI ICE AGE’. En een paar weken later: ‘BIG SIBERIAN FREEZE TO HIT BRITAIN’. Weer wordt Maddens voorspelling geciteerd, al heeft die het nergens over ‘Siberische’ kou gehad. Hoe dan ook, in Engeland heeft iedereen het inmiddels over de naderende barre winter.

Winter des doods
Op 10 oktober slaat het alarm over naar Nederland. MeteoConsult-weerman Dennis Wilt zegt in EenVandaag dat ons een ‘heel, heel koude winter’ te wachten staat als de seizoensvoorspellingen uitkomen. Die hebben een waarde, zegt hij in een wat curieuze redenatie, anders zouden ze niet door energiemaatschappijen bij weerbureaus als het zijne worden gekocht. Wilt zegt er netjes bij dat verwachtingen onzekerder worden naarmate ze verder in de toekomst kijken. Maar dat is niet de boodschap die blijft hangen. EenVandaag zelf, gevolgd door het AD, vindt ‘koud’ niet koud genoeg en maakt er alvast een ‘extreme’ winter van. Op internet circuleert dan al de ‘winter des doods’.

Een kleine twee weken later gaan de sluizen helemaal open, en wel in Duitsland. ‘In vier Wochen beginnt der Horror-Winter,’ kopt Bild. De voornaamste bronnen: Donnerwetter en Wetter.net, weerbureautjes waar een handvol mensen werken. Geen van de vier medewerkers van Donnerwetter meldt op de eigen website in de meteorologie te zijn afgestudeerd; eentje zegt die studie zelfs te hebben opgegeven. Maar op gezag van dit gezelschap is de horrorwinter dus in aantocht. Het woord zal nog lange tijd dankbaar worden gebruikt als running gag op internet. Want de maanden kruipen voorbij zonder één graadje vorst. Geen Siberië, geen mini-ijstijd. Pas begin februari valt de eerste sneeuw in Nederland, veel minder en veel later dan voorspeld door de cowboy-weermannen. Maar die hebben dan al geruime tijd kunnen genieten van hun media-aandacht.

Hindeloopen, februari 2012 (foto anp)

Het inmiddels veelbeproefde recept is simpel: zorg dat je de eerste bent die vriesweer aankondigt, dan ben je in een mum van tijd het gesprek van de dag. Zo werkt dat dus. Er zijn bedrijven die moeite hebben om hun producten voor het voetlicht te krijgen. Maar wie de pr doet bij een weerbedrijf, kan elke dag scoren voor open doel. “Alles wat we zeggen over het weer is interessant voor de media,” zegt communicatiemedewerker Marthijn Tabak van Meteovista (voorheen Weeronline, opgericht door weerman Gerrit Hiemstra, die er nu nog adviseur is), een commercieel weerbureau in Zeist dat als een van de weinige ook aan seizoensverwachtingen doet. “Alleen zagen wij geen horrorwinter aankomen, maar juist een betrekkelijk zachte winter met veel neerslag.” Tabak geeft volmondig toe dat er ‘een kleine pr-kant’ zit aan de langetermijnverwachtingen. “Toch willen we consumenten laten kennismaken met een relatief nieuw fenomeen. Het is een trend die je niet links moet laten liggen.”

“Jawel hoor, negeer het vooral,” zegt een nuchtere Geert Jan van Oldenborgh, klimatoloog bij het KNMI. Wat hem betreft kan geen enkele meteoroloog die zichzelf serieus neemt, verder dan twee weken vooruitkijken. Althans, in Noordwest-Europa, waar het weer notoir grillig is. Daarom waagt het KNMI zich consequent niet aan seizoensverwachtingen. “Het is niet zo moeilijk om het weer lang vooruit te voorspellen in bepaalde delen van de wereld. Maar in onze streken is het ondoenlijk. Na twee weken loopt het gewoon vast.” Om een idee te geven: de computers van het Europese weercentrum in het Engelse Reading zijn een hele middag en avond bezig om een vrij algemene verwachting voor de komende zes tot tien dagen te kunnen geven. En dan nog kan die er faliekant naast zitten.

Kleine verstoringen met grote gevolgen
Ook hoogleraar meteorologie Bert Holtslag van Wageningen University is er resoluut over. “Na twee weken worden de afwijkingen in het verwachte weer te groot. Je kunt immers niet ongestraft blijven doorrekenen naar de toekomst: er zijn na verloop van tijd zo veel factoren die alles weer anders kunnen maken. De kleinste verstoring in het begin van het weerpatroon kan bovendien na verloop van tijd grote gevolgen hebben.”
Zelfs wanneer er nog veel krachtiger computers komen, blijft de weersverwachting zijn beperkingen houden: ons weer is er simpelweg te chaotisch voor. “Wel zit er nog een beetje progressie in. De verwachting van de weerpatronen voor een week vooruit is tegenwoordig bijvoorbeeld ongeveer even goed als de verwachting van vijf dagen vooruit in 1985.”

De Keizersgracht in de horrorwinter van 2012 (foto anp)

Verder aan de horizon verwacht dus niemand nog een noemenswaardige winst. Grote natuurverschijnselen die elders in de wereld wél invloed hebben op het langetermijnweer, zoals de zeewatertemperatuur rond de evenaar in de Stille Oceaan, zijn eenmaal bij ons aanbeland zó verzwakt dat het KNMI dan geen effect van betekenis meer verwacht. Ook de vorming van zonnevlekken – relatief koelere plekken op het zonneoppervlak – heeft geen echte gevolgen voor de temperatuur in Nederland, menen ze in De Bilt.

Wie dus beweert dat seizoensverwachtingen in onze contreien wél goed zijn, zegt Bert Holtslag, doet dat om andere redenen. Omwille van de publiciteit, bijvoorbeeld. Maar dat is dan wel publiciteit waar we met z’n allen smachtend op zitten te wachten. “Het is wishful thinking. Heel veel Nederlanders willen een koude winter. De meteoroloog die dat als eerste aankondigt, krijgt enorm veel aandacht. Wie zegt een zachte winter te verwachten, is in Nederland bijna een spelbreker.”

De media schieten in een stuip
Inderdaad. Er zijn nog amper schaatsen van zolder gehaald of de televisieploegen staan al bij het bruggetje van Bartlehiem. Er ligt nog geen drie centimeter ijs op de Bonkevaart of bij De Wereld Draait Door verschijnt de regisseur van de televisieuitzending van de Elfstedentocht uit 1963. En niet alleen de media schieten in een stuip: er is nog geen auto vastgelopen in de sneeuw of het RIVM adviseert een slaapzak mee te nemen. Er is nog geen ijsbloem op de ruiten gesignaleerd of de GGD raadt aan ook binnenshuis in beweging te blijven om de spieren en gewrichten soepel te houden. Er is nog geen ijspegel in zicht of FNV Bondgenoten zegt tegen haar winkelpersoneel dat ze vooral warme dranken moeten drinken. En echt, deze voorbeelden zijn niet verzonnen.
Waarmee we maar willen zeggen: de ijsverdwazing heeft nu echt hysterische vormen aangenomen. Maar we willen zo graag. We willen zó graag weten wat voor weer het wordt, dat we bijna niet meer kunnen accepteren dat die vermaledijde meteorologen steeds met hun mitsen en maren komen. We kunnen naar de maan en we kunnen deeltjesversnellers bouwen – en dan niet een paar weken vooruit het weer voorspellen?

Mensen zien de gecomputeriseerde weerkunde steeds meer als een exacte wetenschap
waarop iedereen zich blind zou moeten kunnen verlaten. Dertig jaar geleden nam niemand het een weerman kwalijk wanneer hij niet wist wat voor weer het over drie dagen zou worden. Maar nu wordt hij aan alle kanten beschimpt wanneer het weer zich een keer niet aan zijn draaiboek wenste te houden. We willen ons gewoon niet meer laten verrassen: wie zich nu nog laat natregenen is bijna een sukkel – hij had immers ook Buienradar.nl of een app op zijn smartphone kunnen raadplegen.

Marthijn Tabak van Meteovista merkt dat het onbegrip van mensen is verschoven nu verder in de toekomst kijken mogelijk is. “Mensen accepteren het nog wel als we er op korte termijn soms naast zitten. Dat zijn incidenten die ze ook snel weer vergeten. Maar op de langere termijn gunnen ze ons geen centimeter ruimte. ‘Jullie hadden toch een droge zomer voorspeld?’ horen we dan.” Meteovista brengt de seizoensverwachtingen inmiddels met minder tamtam dan voorheen. “Je wordt tenslotte toch afgerekend op een  krantenkop.”

We bepalen zélf wel wanneer we naar binnen gaan
Ons ongeduld met het weer blijkt ook uit de ijver waarmee we eraan proberen te ontkomen. We laten ons niet meer door de natuur verjagen: geholpen door terrasverwarmers, buitenkeukens, fakkels en fleecedekens bepalen we zelf het moment wel waarop we naar binnen gaan. We hullen ons in winterkleding waar een astronaut zich niet voor zou schamen: geen zuchtje wind komt erdoorheen. We laten onszelf winterbanden aanpraten en kopen gewatteerde jasjes voor de hond. We raken in alle staten wanneer het weer dan toch de treinenloop of het vliegverkeer heeft weten te beïnvloeden. Het weer wordt nog nét getolereerd in Nederland – en als het zich dan zo nodig wil manifesteren, dan graag zoals het ons uitkomt.

Maar als we de meteorologen mogen geloven, zal het dus never nooit gebeuren dat het weer zich laat temmen. En geloof ook maar dat er nog vele horrorwinterhypes gaan komen: het weer is er grillig en spannend genoeg voor, en ook mediageniek. Laten we dat vooral zo houden, zeggen diezelfde meteorologen. Holtslag: “Stel je eens voor dat we wel het weer een jaar vooruit konden voorspellen. Dat zou ongelooflijk saai worden. Bovendien zijn we een belangrijk gespreksonderwerp kwijt. Daar moet je toch niet aan denken.”

Dit artikel verscheen eerder in HP/De Tijd van 10 februari 2012.

———
Volg HP/De Tijd ook op Twitter en Facebook.