Drie keer niks, die e-reader

Omdat ik zoveel reis. Omdat een koffer met boeken naar elke koers meesjouwen zo onhandig is. Omdat de meeste luchtvaartmaatschappijen een maximum stellen aan de hoeveelheid kilo’s die je mag meenemen. Daarom moest ik eraan. Vond ik. Aan de e-reader.

Maar ik wilde niet. Want ik hou zo van echte boeken. De geur, het ritselen van het papier, het gewicht in je handen als je aan het lezen ben, de ezelsoortjes die je in de bladzijden kunt vouwen, de aantekeningen die je kunt maken, de mooie zinnen die je kunt onderstrepen.

Dwarsligger
Ik heb het een jaar uitgesteld. Een jaar waarin ik nog goed wegkwam met het lichtgewicht alternatief op het gewone boek: de dwarsligger. Een meer dan briljante uitvinding, maar helaas nog niet zo doorontwikkeld dat alle titels ook als dwarsligger verschijnen. En dat is jammer. Want ik wil ook zo graag andere boeken lezen dan thrillers van Esther Verhoef of literaire blockbusters. Dus ben ik gezwicht.

Allemaal kort haar
Toegegeven: het ding is super handzaam en weegt geen drol. Ik doorliep woensdag dus schaterlachend de gewichtscheck van kilobesparingskampioen Ryanair. De stewardessen hebben daar in het kader van de gewichtsbeperking zelfs kort haar. Allemaal. Het zal me niet verbazen als ze voor elke dienst op de weegschaal moeten en gedwongen worden flink te toiletteren before de cabin crew ready is voor takeoff. Maar dat terzijde.

Blij dat men de benen weer even kan strekken

Vuistdikke oude Russen
Ik glom van trots bij het zien van de getallen op de weegschaal. Koffer: 14.9 kilo, waar 15 toegestaan. Fietskoffer: 29.8 kilo, waar 30 het maximum mag zijn. Handbagage: slechts luttele grammen. En dat allemaal vanwege de e-reader! Normaal gesproken zou ik namelijk in elk leeg hoekje van mijn tassen een boek gepropt hebben en had ik met kilo’s overgewicht gekampt. En dus klauwen met geld extra moeten betalen. Na twee weken hier in Girona zou ik me bovendien al door mijn gehele boekenvoorraad hebben heen gevreten. En wat moest ik dan? Nee, dan de e-reader! Je kunt er ongeveer een ziljoen boeken op kwijt, van obscure dichtbundels tot vuistdikke oude Russen.

Grijnzend zette ik het ding aan toen ik me eenmaal in mijn vliegtuigstoel, standje knieverbrijzelen, had gewurmd. Ik had er thuis natuurlijk al een beetje mee gespeeld, maar echt lezen, meerdere pagina’s achter elkaar, had ik nog niet gedaan. Ik was er al wel achter gekomen dat je heerlijk door de pagina’s heen kunt swypen. En dat je met twee vegen van je vingers zelfs de betekenis van een woord kunt opzoeken als je die niet weet. Niet dat dat vaak gebeurt, maar toch, het kán. En zo zat ik me maar te verkneukelen en op mezelf in te praten dat een e-reader enorm leuk is. Heus. Want nu kon ik eindelijk Dit zijn de namen lezen en Naar de overkant van de nacht en Gelukkig zijn we machteloos en zelfs Pier en oceaan, dat op papier het gewicht van een babynijlpaard heeft dus met geen mogelijkheid mee te torsen is op een budgetvlucht.

Wat ik er drie keer niks aan vind
Inmiddels ben ik drie dagen e-readen verder – of op 48% van Tommy Wieringa, zo u wilt – en ben ik erachter wat ik er nu precies zo drie keer niks aan vind. Het is niet de afwezige geur, niet het klinische, het harde. Het is zelfs niet de onmogelijkheid om ezelsoortjes te vouwen. Nee. Ik kan me er niet doorheen vreten. Door de boeken die ik e-read. Want dat vind ik, ontdek ik nu, het allerlekkerste aan lezen: je door een boek heen vreten. Ik wil de rug van het boek zien krommen, steeds een beetje meer. Ik wil de pagina’s door mijn handen zien glijden, het boek links dikker en rechts dunner zien worden, met de hoofdpersonen toewerken naar het einde, dat ook echt het einde is, omdat er geen bladzijden meer over zijn. Dan wil ik het boek dichtslaan, het in de kast zetten en er af en toe nog eens met een zucht naar kijken: dat heb ik gelezen. Mooi was het.

Dat kan met een e-reader dus niet. Er kromt zich niks, hij wordt links nooit dikker noch rechts dunner en uitgelezen heb je hem nooit. Geen greintje gevreet, kortom. En precies daardoor blijf ik na elk boek onvoldaan achter. Een beetje, dan toch.