Ontsporing van Diederik Stapel is een intrigerend, eerlijk boek

Peilloze eenzaamheid. Dat is de indruk die Diederik Stapels boek Ontsporing bij mij achterliet. Al die jaren van gesjoemel met vragenlijsten, verzonnen databestanden, niet-bestaande onderzoeksresultaten. Wat een inspanning is daar in gaan zitten!

Onderzoek doen is sowieso hard werken, maar Stapels inspanningen speelden zich in het geniep af, in het holst van de nacht als hij reeksen onzincijfers zat in te voeren in zijn laptop of als hij met zijn auto naar bepaalde locaties afreisde om zich een idee te vormen waar hij een of ander frutselonderzoekje uitgevoerd had kunnen hebben. En altijd, bij elke werkbespreking of congres, de angst voor ontdekking en het wegvluchten voor wezenlijk contact.

Stapel praatte met niemand
In het gewone leven praten mensen met collega’s over lopende dingetjes, successen die ze meemaken, moeilijkheden die ze tegenkomen. Als iets zo hoog oploopt dat ze er niet van kunnen slapen, praten ze erover met hun geliefde of een goede vriend. Stapel praatte met niemand en leefde dus helemaal alleen in een frauduleus universum. Hoe valt zoiets vol te houden en waarom zou je die moeite eigenlijk doen?

De waaromvraag
Ontsporing is een klassiek zelfonderzoek. Hier spreekt een berouwvolle zondaar die begint met mea culpa en eindigt met mea culpa. Interessanter dan de schuldbekentenis is natuurlijk de waaromvraag. Waarom besluit iemand op een gegeven moment de boel te belazeren en waarom gaat-ie er mee door, terwijl hij weet dat hij fout zit en zichzelf (en zijn gezin) te gronde dreigt te richten?

Op dit soort vragen valt geen eenduidig antwoord te geven. Stapel heeft er ruim 300 pagina’s voor nodig – je kunt in ieder geval niet zeggen dat hij zich ervan afgemaakt heeft. Het probleem met verklaringen is dat de toehoorder een zekere welwillendheid aan de dag moet leggen om met het verhaal mee te gaan.

Stapels boeken

Wie zichzelf verklaart, vraagt om vergeving
Uit het rijtje ‘scoringsdrift, ambitie, luiheid, nihilisme, hang naar macht, statusangst, publicatiedruk, arrogantie, emotionele onthechting, verslaving’ is er niet één die de doorslag geeft, maar zijn ze allemaal op een vervlochten manier van toepassing. Hoe overtuigender een verklaring gebracht wordt, hoe meer de sceptici onder de luisteraars hun armen voor hun borst zullen kruisen en zullen zeggen: ‘Nou en? Dat is toch geen reden om te gaan frauderen?’ Elke verklaring, elk nader toegelicht excuus, elke zelfonthulling is nu eenmaal een oratio pro domo. Wie zichzelf verklaart, vraagt om vergeving.

Diederik Stapel wilde een groot sociaal psycholoog worden. Zo iemand aan wie elegante one liners worden toegeschreven als ‘Altruïsme bestaat niet’ of ‘Menselijk gedrag is voor 94,6 procent automatisch’. Maar dat lukte niet. Zijn onderzoek (het niet-gefraudeerde) bleef steken in niet-opzienbarende, middelmatige saaiheid. En het onderzoek dat wel de aandacht trok – bijvoorbeeld over de invloed van rotzooi in de fysieke ruimte op het denken in stereotiepen, gepubliceerd in ‘Science’, heeft nooit plaatsgevonden. Terwijl het zo’n mooi idee leek! Het klonk logisch, dus moest het wel waar zijn. Niet goedschiks, dan maar kwaadschiks.

Stapel deed het enige verstandige
In het jaar na de crash zat Stapel werkloos thuis en deed het huishouden. De mediastorm hield aan en regelmatig stonden er journalisten voor de deur, soms met draaiende camera. Dit is iets wat je niemand gunt, ook de grootste crimineel niet. Een andere baan vinden zit er voorlopig niet in, misschien wel nooit meer. Stapel deed het enige wat er in zo’n situatie overblijft: een boek schrijven over hoe het allemaal zo gekomen is. Van je zwakte je kracht maken. Heel verstandig. Spijt plus autobiografie is voor gewezen oplichters en ex-verslaafden een goede manier om althans financieel nog iets van hun leven te maken.

Ik vond Ontsporing een heel lezenswaardig boek over een intrigerend onderwerp. In ieder mens vindt een strijd plaats tussen jezelf conformeren en jezelf onderscheiden van de anderen. Diederik Stapel heeft die twee tendensen net op de verkeerde manier botgevierd. Hij stak zijn nek boven het maaiveld, waar dat niet moest, en hij paste zich aan de gegroeide situatie aan, waar dat ook niet moest. En waarom? Waarschijnlijk gewoon omdat het kon. Maar eerlijk is hij wel. De scène van de professor die ongebruikte vragenlijsten stiekem wegwerkt in de oud-papierbak en het niet aan proefpersonen uitgedeelde snoepgoed zelf maar opeet zal ik niet snel vergeten.

———
Volg HP/De Tijd ook op Twitter en Facebook.