Sport gaat de eurocrisis oplossen

Het sportnieuws trok aan me voorbij als de voortrazende treinen aan een koe in de wei.

k zat erbij en keek ernaar, niet in staat er iets van in me op te nemen. Het lag niet aan de sport – het lag aan mij.
Ik zag de Nederlandse handbalsters de vloer aanvegen met Oostenrijk. Ik kijk graag naar handbal. De doelpunten vallen er als rijpe appelen, het spel ligt bijna nooit stil en het geheel vervult me van het aangenaam kalme gevoel dat wie wint of verliest mij volstrekt om het even is.
Ik keek weer eens naar een tien kilometer schaatsen, een van die specifieke bezigheden die van een landerige zondagmiddag een nog landeriger zondagmiddag kunnen maken. Jorrit Bergsma won. Jorrit Bergsma rijdt voor de BAM-ploeg. De BAM-ploeg, de BAM-ploeg… Ik voelde dat er minstens drie stukjes inzaten, in een ploeg die de BAM-ploeg heet, net zoals er van alles te leren viel over Jorrit Bergsma, die nota bene in Oldeboorn geboren is. Oldeboorn, een naam die me normaal visioenen voor de ogen zou toveren, mistige beelden van een klein jongetje met een wollen muts, schaatsend op de Friese vaarten. Maar nu: niets, nog geen boterham met pindakaas kon ik erbij verzinnen. Het was alsof Jorrit Bergsma me gestolen kon worden, en ik begreep dat Jorrit Bergsma daar niets aan doen kon.

Ik zag Ajax winnen van PSV. 3-1 werd het, een resultaat dat in om het even welk ander weekend bij mij tot opgewonden bespiegelingen over titelkansen en vorm-van-de-dag zou hebben geleid. Nu bleef het bij een korte registratie van het nieuws, een golfje dat stuksloeg op de branding van mijn traag voort dreinende zaterdagavond.

Ik zag Viktor Fischer. Ik had al veel over Fischer gehoord en zelfs al over hem geschreven. Ik had aan hem gedacht en me voorgesteld hoe het zou zijn om hem te zien spelen. Nu was het zover. Zoals wel vaker hobbelde de werkelijkheid een paar meter achter de fantasie aan. Hij was goed, Fischer, erg goed, boven verwachting zelfs misschien. Maar verwachtingen maken geen deel uit van de fantasie, ze zijn gebaseerd op realiteitszin en in het verleden behaalde resultaten die een garantie voor de toekomst betekenen. De fantasie hoeft zich van dat soort aardse zaken echter niets aan te trekken. Vergeleken bij de Viktor Fischer uit mijn fantasie viel de echte Viktor Fischer eerlijk gezegd een beetje tegen.

Ik zag Sven Nys een veldrit winnen. Ik dacht aan de dag dat Sven Nys geen veldritten meer wint, maar bezat niet de tegenwoordigheid van geest om me daar een adequate voorstelling van te maken. De kans dat ik die dag nog meemaak, lijkt me gering.

Op Internet las ik dat Roda JC moest voetballen in de tenues van de Arnhemse Boys, omdat de eigen uit-shirts door de scheidsrechter niet onderscheidend genoeg werden bevonden. Ik las het, en ik las het nog eens, net zolang tot er een gedachte zou komen waar ik mee vooruit zou kunnen. Helaas.

Champions Trophy: Nederland-Australie 0-0. Ik begreep onmiddellijk dat ook in dit nieuws geen stukje verscholen zat. Al zou ik de wedstrijd tot het klokhuis afpellen en iedere kunstgraskorrel drie keer omdraaien; 0-0 blijft 0-0 en de Champions Trophy blijft een toernooi waar ik best zonder kan.

Zelfs het eindemiddagnieuws dat Joop Alberda de roeibond gaat doorlichten, maakte geen merkbare geestdrift in me los. Het zal wel ergens goed voor zijn, mompelde ik tegen de radio.

Ik zag alles, maar niets leek zich aan mij te willen hechten. Als een reservedoelman van een club die nooit van keeper wisselt. In arren moede besloot ik zelf een sportnieuwtje te verzinnen en daar iets over te schrijven – verzinnen, dat is ook schrijven, dat mag gewoon.

Het duurde even voor mijn fantasie begreep dat er om een bescheiden bijdrage werd gevraagd. Tenslotte kwam ie op de proppen met: ‘Sport lost eurocrisis op.’

Kortom, ook met de fictie wilde het niet vlotten. Er zat niet veel anders op dan de scherven van de dag bijeen te vegen en de morgen af te wachten.