Iedere grensrechter is iemands vader of oom

Mijn vader was ooit grensrechter zodat het voetballen kon doorgaan. Niet uit vrije wil overigens; hij was eenvoudigweg de enige vader die ook in de A1 nog iedere uitwedstrijd ‘reed’.

Onze vaste grensrechter had niet lang daarvoor de vlag aan de wilgen gehangen en we zaten nogal omhoog, als A1. Van het hanteren van de vlag door onze trainer kon geen sprake zijn, evenmin van een bijdrage van een van de reservespelers. Tot op een dag iemands blik bleef hangen aan de man langs het veld die stond aan de kant waar ik speelde.

‘Nee’ behoorde niet tot de antwoordmogelijkheden.

De grensrechtercarrière van mijn vader was nauwelijks tien minuten oud toen de bal na een onoverzichtelijk duel over zijn zijlijn rolde.

Mijn vader stak zijn vlag naar links. Op goed geluk, as you do.

Een tegenstander die in mijn buurt stond liep in zijn richting en zei, voor iedereen hoorbaar: “Aap!”

De woede die op dat moment boven de maximumsnelheid door mijn lichaam raasde, heb ik later nooit meer gevoeld. Het was een drift die van elders leek te komen, ik had het gevoel alsof ik mijn lichaam tijdelijk had onderverhuurd aan een Heel Grote & Agressieve Driftkop.

Het was het enige moment in mijn leven dat ik het gezegde ‘buiten jezelf van kwaadheid zijn’ in praktijk bracht. De afgedwongen behulpzaamheid van mijn vader, die daar in zijn met kalk besmeurde nette schoenen in dat natte gras stond en niets anders kon doen dan de belediging zwijgend incasseren; het volkomen onzinnige van het uitschelden van iemand die daar voor jouw spelplezier stond af te zien en het primitieve gevoel dat ik op de een of andere manier de familie-eer moest verdedigen, zorgden ervoor dat ik bij het eerstvolgende duel om de bal in de richting van de aap-schreeuwer sprintte, mijn ogen sloot en met twee benen recht vooruit invloog in de hoop hem heel erg veel pijn te doen.

Gelukkig had ik weinig ervaring in het maken van gemene overtredingen.

Later die dag dacht ik aan alle keren dat ik op de scheidsrechter gescholden had, achter z’n rug of recht in z’n gezicht. Opluchtende momenten waren het geweest, momenten die onlosmakelijk met het voetbal verbonden leken. Ik besloot me voortaan nog meer in te houden dan ik van nature al deed, omdat de scheidsrechter niet alleen ‘altijd gelijk heeft’, maar vooral omdat iedere scheids- of grensrechter iemands vader of oom was, omdat ik me het gezicht van mijn vader herinnerde en de nood die zijn jarenlange wetten (ik rijd, maar verder bemoei ik me nergens mee) gebroken had.

Zodat wij konden spelen.

Maandagmiddag stierf een vader die zaterdag nog had staan vlaggen bij een wedstrijd van zijn zoon. De in ernstige mishandelingen omgezette onvrede over een beslissing werden hem fataal.

Ik voetbal weer, inmiddels zo laag dat reservespelers gerust mogen vlaggen. Hopelijk zijn er nog vaders die na dit weekend nog willen helpen, nog durven helpen, nog mogen helpen.

Zodat iedereen kan leren wat het is om zich eens in te houden.

Zodat iedereen begrijpt dat er niets mis mee is om aan de kant van het gezag te staan.

Zodat normaal doen de norm kan worden.

Zodat iedereen kan spelen, zoals wij dat konden.

———
Volg HP/De Tijd ook op Twitter en Facebook.