Indrukwekkend beeldverslag uit Syrië

Fotograaf Mariëlle van Uitert en journalist Irene de Zwaan verbleven een week in Syrië om de oorlog te verslaan. Op HP/ De Tijd vertellen zij hun verhaal aan de hand van vijf foto’s. Elke dag komt er een foto bij zodat er een uniek beeldverhaal ontstaat.

Jongetje bekijkt vanaf een balkon in Aleppo naar een demostratie
Foto: Mariëlle van Uitert

Foto genomen in: Aleppo, in de wijk Bustal al-Qasr, dat in handen is van het Vrije Syrische Leger.

Een beter uitzicht had hij niet kunnen hebben, zo vanaf het balkon. ‘Wij zijn de kracht van deze revolutie,’ zingen de mensen onder hem in koor. Ze demonstreren tegen het regime van Assad. De sfeer is feestelijk. Twee kinderen zingen de longen uit hun lijf op een podium waarachter een enorme Syrische vlag hangt. De aanwezigen hebben de handen op elkaars schouders gelegd en zingen vrolijk mee. Sommigen zwaaien met vlaggen. Het jongetje klapt in zijn handen op het ritme van de muziek. Om zijn schouders heeft hij de Syrische vlag gewikkeld. Achter zijn rug steekt een pluk haar uit. Daar staat nog een kind. Zijn zusje?

Twee uur lang duurt de demonstratie. Als de vlaggen weer zijn opgerold en de meeste mensen richting huis zijn vertrokken, wordt er door het regeringsleger een mortiergranaat op deze plek afgevuurd. Het is bedoeld als waarschuwing voor de demonstranten: waag het niet om nog eens je stem te heffen tegen het regime. De waarschuwing kost aan vijftien mensen het leven, er zijn tientallen gewonden.

Het feestje eindigt in een bloedbad. Zou het jongetje nog op het balkon hebben gestaan toen het gebeurde?

 

Foto: Mariëlle van Uitert

Foto genomen in: Aleppo, in de wijk al-Sha’ar, dat in handen is van het Vrije Syrische Leger.

Het vuilnis wordt al maanden niet opgehaald, vandaar die overvolle container. Spoedig zal het afval in de fik gestoken worden. Dan stijgen er grijze rookpluimen de lucht in die soms nauwelijks te onderscheiden zijn van de rookpluimen die neervallende vliegtuigbommen veroorzaken.

De twee vrouwen – alhoewel, de achterste persoon zou ook een man kunnen zijn – lopen achteloos langs de berg afval. Zouden ze gemerkt hebben dat er een dode kat op de stoep ligt? Na achttien maanden sluimerende oorlog kijken ze daar waarschijnlijk niet van op. Ze knijpen hun neus niet eens dicht als ze langs het rottende afval lopen. Dit is de nieuwe realiteit waarin ze leven. Daar hebben ze zich bij neergelegd.

Wat zou zich achter die hoge muur bevinden? Er zitten tralies voor de ramen. Misschien is het een voormalig overheidsgebouw, misschien een gevangenis. Op de muur zitten zwarte vlekken van het vuur dat hier eerder heeft gebrand. De kat zal snel in rook opgaan.

Foto: Mariëlle van Uitert

Foto genomen in: het al-Shifa hospitaal, Aleppo, dat twee weken geleden volledig platgebombardeerd is door een vliegtuigbom van het leger van Assad. Resultaat: rondom de vijftig doden.

Hoe oud zou het jongetje zijn? Ik schat een jaar of veertien. Zijn boxershort steekt net boven zijn broek uit, zoals dat bij pubers wel vaker het geval is. Hij is mager, zijn ribben zijn te tellen. Er is al maanden nauwelijks eten verkrijgbaar in Aleppo. Voor brood moet men uren in de rij staan. Maar misschien is hij gewoon mager omdat hij in de groeifase zit.
Zou hij het halen? Waarschijnlijk niet. De kogel is te diep zijn schedel in geboord. Verband, watjes, papieren zakdoekjes en het rolletje tape dat op de buik van de jongen ligt, kunnen het bloeden niet stoppen.

Zijn moeder buigt zich over hem heen. Het lijkt alsof ze aan hem ruikt. Alsof ze nog één keer zijn geur wil opsnuiven nu hij nog leeft. Ze draagt een zwarte hijab, een teken dat ze in rouw is. Waarschijnlijk is dit niet het eerste kind dat ze in deze oorlog verloren heeft.

Foto: Mariëlle van Uitert

Foto genomen in: Aleppo, een noordelijke stad in Syrië waar al maanden een hevige strijd wordt gevoerd tussen rebellen van het Vrije Syrische Leger en het regeringsleger.
Dit is Saif. Een jaar geleden zag hij er nog niet zo uit. Hij had geen baard, geen legerjack, geen wallen onder zijn ogen en geen geweer in zijn handen. Hij was een gewone student bouwkunde. Nu doet hij al tien maanden niets anders dan vechten aan het front, als rebel van het Vrije Syrische Leger.

De vijand is door de kogelgaten in de muren niet te zien, wel te horen. Er klinken schoten, ver weg, maar soms ook heel dichtbij. Saif schiet terug, zonder het resultaat te zien. Zou hij raak hebben geschoten? Elke dode regeringssoldaat is in zijn ogen winst.

Op de achtergrond staat een bed. De eigenaar ervan is hals over kop vertrokken. Hij heeft niet eens de moeite genomen om de lakens van het bed te trekken. In de kast daarachter hangen zijn kleren. Bewegingloos, zonder op te schrikken van de schoten die door de kamer schallen.

Foto: Mariëlle van Uitert

Foto genomen in: Azaz, het eerste Syrische stadje dat je tegenkomt als je via het Turkse Kilis de grens oversteekt. Vier maanden geleden werden grote delen van Azaz platgebombardeerd door het leger van president Bashar al-Assad. Nu is het stadje in handen van het Vrije Syrische Leger.

Van een afstandje valt het niet op, maar als je de twee vrouwen nadert, dan zie je dat de vrouw links huilt. Ze huilt al vier maanden, zegt ze, om het verlies van haar twee zonen. Die zijn omgekomen bij een vliegtuigbombardement, net voor de deur van haar huis. Dat verklaart de ravage om haar heen. Zelf zat ze binnen toen het gebeurde. Als de bom net een paar meter verderop was gevallen, dan was ook zij er niet meer geweest. Haar twee zonen waren bij hun neef op bezoek, die aan de overkant woonde. Ook de neef leeft niet meer.

Naast de vrouw staat haar dochter. Ze huilt niet, maar haar ogen staan krachteloos, alsof het verdriet haar volledig heeft uitgeput. ‘Het leven in Azaz bestaat uit wachten,’ verzucht ze. ‘Wachten tot de oorlog voorbij is. De scholen zijn dicht, er is geen werk, de meeste restaurants en winkels zijn dicht.’ Ze legt haar hand op de arm van haar moeder, die onophoudelijk Koranteksten aan het prevelen is. ‘Kom,’ zegt ze. ‘We gaan weer naar binnen.’

Irene de Zwaan & Mariëlle van Uitert