Wim Klein, de laatste menselijke computer

“Ik ben misschien niet de beste rekenmachine van de wereld, maar wel de snelste.” Dinsdag 4 december is het honderd jaar geleden dat rekenwonder Wim Klein werd geboren. Tot diens tragische dood in 1986 stond Klein bekend als ‘the human calculator’, de man die sneller kon rekenen dan een computer.

Het is dan ook niet verwonderlijk dat de CERN (De Europese Raad voor Kernonderzoek) in het Zwitserse Genève in 1958 Wim Klein, Amsterdammer, contracteerde als ‘human calculator.’ Hij zou aanvankelijk drie maanden blijven, maar dat werd uiteindelijk achttien jaar.

De relatief onbekende Klein is een van de beste en snelste ‘menselijke computers’ die ooit heeft geleefd. Klein zegt over zijn werkzaamheden bij de CERN: “Aan het eind van de jaren vijftig waren computers nog niet ver ontwikkeld. Berekeningen maken en formules oplossen behoorden nog amper tot de mogelijkheden. Dus werd ik aangenomen, omdat ik veel sneller was dan al die apparaten bij elkaar. Enkele jaren na mijn aanstelling, omstreeks 1965, werd ik ingehaald door de techniek; jonge wetenschappers maakten steeds meer gebruik van digitale rekenmachines. Ze hadden me nog nauwelijks nodig.”

Klein werd desondanks niet ontslagen. Tot zijn pensioen in 1976 bleef hij verbonden aan de Europese Raad voor Kernonderzoek, als levende mascotte van het pre-computertijdperk, die nog altijd menigeen verbaasde met zijn genialiteit.

Zo had natuurkundige Jeremy Bernstein in de zomer van 1961 een ontmoeting met Klein. Bernstein: “Samen met een vriend bedacht ik een uiterst ingewikkelde formule, die onmogelijk leek om uit te rekenen. De CERN had een enorme Ferranti Mercury-computer tot zijn beschikking om die berekening te maken, maar zowel mijn vriend als ik wisten niet hoe we dat apparaat in moesten stellen. Onze formule was zo lang! We vroegen een kleine, aardige en energieke man van een jaar of vijftig om hulp. Dat bleek Wim Klein te zijn, bijnaam: Willy Wortel. Hij keek een paar seconden naar onze formule, mompelde wat in het Nederlands en gaf ons een veel kortere variant van de formule, zodat we die makkelijk in de computer in konden voeren.” Op de vraag of hij Klein ook niet de antwoorden kon geven, zei hij: “Daar zijn die machines voor.”

Jeugd
Wim Klein werd op 4 december 1912 geboren in Amsterdam. “Om 10:45 uur, op een woensdag,” pleegde hij er altijd bij te zeggen. Hij groeide op in een Joodse familie, als tweede zoon van Henri Klein en Emma Cohen. De eerste zoon van het stel, tweelingbroer Leo, werd een paar minuten eerder geboren op die winterse dag. Zijn eerste kennismaking met getallen waren het telefoonnummer en het autonummer van de familie. Tot op hoge leeftijd kon hij zich deze herinneren: “51314 en 59143.”

In groep vier van het basisonderwijs, Wim was een jaar of acht, kwam hij voor het eerst in aanraking met rekenen. In 1976 vertelt hij aan wiskundetijdschrift Pythagoras: “We moesten de tafels leren van 1 tot 10, maar dat had ik zo onder de knie. Na enige tijd kende ik alle producten van de getallen tot honderd uit mijn hoofd. Later kwamen de kwadraten. De meester wist nog nét wat het kwadraat van zestien was, maar ik kende binnen enkele weken de kwadraten van alle getallen onder de duizend uit mijn hoofd.”

Samen met tweelingbroer Leo, die ook uitblonk in hoofdrekenen, liet hij zich geregeld onderzoeken door neuroloog B.B. Stokvis. Uit die onderzoeken kwam naar voren dat Leo een visuele rekenaar was en Wim een auditieve. Anders gezegd: Leo moest de getallen voor zich zien om tot een oplossing te komen, Wim moest ze mompelen. Een mengelmoes van erfelijke factoren (onder meer geheugen en wiskundig inzicht) waren verantwoordelijk voor de uitzonderlijke gave van beide heren.

Wim Klein aan het werk in Amsterdam, 1973. Hij vestigt hier een wereldrecord door binnen vier minuten de 73e-machts-wortel uit een getal van 510 cijfers te trekken.

In 1929 pleegt zijn ziekelijke moeder zelfmoord. Wim blijft achter bij zijn vader, een huisarts met een goedlopende praktijk in de Amsterdamse Oosterparkbuurt. Vader Klein wil dat zijn jongste zoon de praktijk later zou overnemen. Daarom gaat Wim, nadat hij in het vijfde jaar het Vossius Gymnasium heeft verlaten, met tegenzin geneeskunde studeren. Wim wil liever op het toneel staan, mensen vermaken met zijn uitzonderlijke rekenkunsten. Maar dat mag niet.

Een jaar nadat zijn vader is overleden, in 1938, stopt hij met zijn studie. Hij is twee keer gezakt voor het tweede deel van zijn doctoraalexamen en geeft er de brui aan. Dit is hét moment om het roer om te gooien. Maar daar komt niets van terecht. Het wordt oorlog. Wim werkt in het begin van de jaren 40 in een Joods ziekenhuis, want daar is geld te verdienen. Er moet brood op de plank komen. Toen de situatie venijniger werd moesten zowel Leo als Wim gaan onderduiken. Leo werd uiteindelijk opgepakt, getransporteerd en vernietigd in Kamp Sobibor. Wim werd niet gepakt en overleefde de oorlog wonderwel.

Klein als rekenwonder
Na de oorlog realiseert Klein (zich inmiddels bewust van zijn homoseksuele geaardheid) dat het leven zo afgelopen kan zijn, en gaat zijn droom najagen. Onder het pseudoniem Pascal, het Hollandse rekenwonder trekt hij door de Franse en Belgische straten en steden om zijn talent aan het grote publiek te vertonen. Hij staat op pleinen en bij de ingang van metrostations en treedt soms zelfs op in kleine theatertjes – altijd op zijn hoede dat hij niet door de politie wordt gepakt.

Aan zijn romantische bestaan als straatartiest komt in 1952 een eind, als het Mathematisch Centrum in Amsterdam hem contracteert als wetenschappelijk rekenaar. Zo af en toe treedt hij nog op met zijn rekenkunsten en verbreekt hij records, krijgt verschillende vermeldingen in het Guinness Book of Records. In 1958 krijgt hij een baan aangeboden in Zwitserland en verlaat hij Amsterdam.

In 1976 vertrekt Klein uit Genève en vestigt zich weer in Amsterdam, de stad waar hij is geboren. Daar wordt hij op 1 augustus 1986 door zijn huishoudster gevonden.

Doodgestoken.

Roofmoord.

De dader werd niet gevonden, de moord zal voor altijd onopgelost blijven. Een mes maakte een eind aan de laatste menselijke computer ter wereld.