De Skype-relatie van een wielrenster

“Weet je wat,” zei ik, “we zetten Skype gewoon aan terwijl we allebei onze eigen dingen doen. Dan kunnen we elkaar zien, af en toe wat tegen elkaar zeggen of even zwaaien. Gewoon gezellig, precies zoals we thuis ook doen, eigenlijk.”

Vriend J. fronste zijn wenkbrauwen maar concludeerde al snel dat hij het wel een goed idee vond en draaide zijn laptop om zodat ik de woonkamer in keek, in plaats van tegen de gordijnen aan. Hij had er in ieder geval geen zootje van gemaakt in mijn afwezigheid, zag ik. Niet dat ik het idee heb dat hij dat ooit doet, maar je weet het nooit zeker hè, als je niet volkomen onverwacht binnenvalt, zoals nu.

Ik zit alleen in Girona en J. zit alleen thuis. Eigenlijk zou ik hier met een andere wielrenster naartoe, maar wegens omstandigheden ging zij niet mee. En nu zit ik in m’n dooie uppie in een appartement in de oude binnenstad. Hartstikke leuk en heerlijk om te trainen, maar wel een beetje eenzaam. Vooral ’s avonds.

Vieze praatjes op Twitter
Vrijwel alle wielrenners die hier wonen zijn elders. Even met iemand afspreken gaat dus niet. Dus internet ik me suf. Op Facebook heb ik alle foto’s van al mijn 724 vrienden al geliked en op twitter begin ik steeds meer onzin en vieze praatjes uit te kramen. Inderdaad, lieve lezers: de jeugd van tegenwoordig is de kunst van het zichzelf vermaken verleerd. Mijn hart maakt dan ook een sprongetje als vriend J. eindelijk klaar is met werken en online komt. Maar ja. Op Skype ben je na verloop van tijd ook wel uitgeluld. Maar ophangen is zo ongezellig.

Marijn aan het Skypen

J. rekt de tijd doorgaans nog aardig met een sessie gekke bekken trekken. Dat doet hij niet voor mij hoor, nee, gewoon: voor zichzelf. Aapje ziet spiegel (want je ziet niet alleen de ander, maar ook jezelf via Skype) en gaat raar doen. Dat doet ‘ie ook bij elke analoge spiegel die hij tegenkomt, in ons huis tenminste. Of hij op zijn werk ook zulk gedrag vertoont, weet ik niet. Hoe dan ook, thuis wordt hij naast de lol die hij met zichzelf heeft beloond met een schaterlach van het aapje dat toekijkt. Want ja, ik moet er vaak enorm om lachen. Maar je kunt niet uren lang gekke bekken blijven trekken.

Een schel geluid boorde zich mijn oren binnen
Dus bedacht ik dit om de avond toch gezellig samen door te brengen. J. ging naar een aflevering van Midsomer Murders kijken en ik moest nog wat dingen afmaken op de computer. Met een schuin oog kon ik zelfs een beetje tv meekijken. Tevreden ging ik aan het werk, terwijl ik J. hoorde rommelen op de achtergrond en twee keer langs zag lopen. Leuk! Maar wat hoorde ik nu? Een schel geluid, door Skype vervormd, boorde zich behoorlijk pijnlijk mijn oren binnen. “Ben jij aan het fluiten?”, vroeg ik het lege beeld. “Huh?”, hoorde ik en zag J.’s hoofd weer verschijnen: “Euh, ja.” J. trok een gekke bek en ging op de bank zitten. Intussen klakte hij met z’n tong. Ik grinnikte en tikte verder.

Hij bleef maar geluidjes maken, vooral als hij zich buiten mijn blikveld had verplaatst – als om me te laten weten dat hij er nog steeds was. Om de zoveel tijd kwam hij even kijken of ik niet verdwenen was. “Huh?”, hoorde ik dan ineens. “Waar ben je? O! Ik zie het al! Ik had je geminimaliseerd. Je zat onderin m’n balk.” Woorden krijgen een heel nieuwe dimensie op Skype. Net als een avond samen zijn. Uiteindelijk miste J. de clou van Midsommer Murders en had ik mijn werk niet af. We vervielen namelijk weer in gekke bekken trekken. Wie zei ook weer dat de jeugd van tegenwoordig zichzelf niet meer vermaken kan? Je hebt er wel Skype bij nodig, maar zo simpel kan je vermaken zijn.