Queen; het gaat nooit meer over!

Naast gehoord, heb ik mijn Spaanse buurman nu ook eindelijk gezien. Best een lekkere vent voor iemand die van Queen houdt, twitterde ik.

Mijn buurman hier in Girona draait namelijk Queen. Vaak en hard. Vanochtend kwam ik net binnen toen hij zijn deur opendeed en voor het eerst stonden we oog in oog. Ik had me vanwege zijn Queeneritis al meerdere malen afgevraagd hoe hij eruit zou zien. Dat bleek nogal mee te vallen: een hippe dude met zo’n lekker Mediterraan schaduwbaardje en van die mysterieuze donkere kijkers die me nieuwsgierig aankeken.

Mijn opmerking over Queen vonden niet al mijn volgers even leuk. Ik verloor er meteen een handjevol en kreeg boze vragen en opmerkingen. Wat er mis is met mensen die van Queen houden? Dat ze van Queen houden, natuurlijk!, antwoordde ik daarop. Want kom op: Queen is toch verschrikkelijk. Ik haat Queen. Met z’n radiogagagoegoe-we-are-the-champions blèr-muziek.

Onder elke reportage over fietsen hoor je dat fucking ‘Bicycle’. Dat je als journalist of tv-maker dat schijtlied gebruikt, à la. Maar onder een reportage over fietsen?! En dan onder het laatste shot die achterlijke fietsbel als slotakkoord? Dat is misschien nog wel fouter dan de muziek van Amélie onder je beelden gebruiken. U weet wel, de film over dat verlegen meisje in Parijs, met die buurman van glas en de reizende tuinkabouter. Prachtige film en dito muziek, maar het elf jaar na dato nog steeds onder je tv-beelden zetten is nog afgezaagder dan een koe die gras eet. Alleen al daarom zou je als wielrenner niet eens moeten willen dat de Rabobank je sponsort.

Toegegeven: ‘Op fietse’ van Daniel Lohues wordt óók vaak gebruikt onder fietsreportages. Minstens net zo onorigineel, maar voor Daniel heb ik een groot zwak. En helemaal voor ‘Op fietse’, want dat buulzand op het zandpad tussen Slien en Erm, dat is míjn buulzand. Dat zag ik iedere dag twee keer toen ik naar de middelbare school fietste en terug. Ik heb het vaker gezien dan ik ‘Op fietse’ ooit zal horen.

Precies uit die periode stamt ook mijn Queen-haat. Dat komt zo: mijn broer was waanzinnig fan. Hij sliep op zolder, precies boven mijn kamer en draaide 24/7 Queen. Minstens vier jaar achter elkaar. Negenduizend uur gewongen Queen, godbetert! Zo nu en dan zat mijn broer een middag lang bij de overbuurjongen, ook Queenfan, en kwam dan met een vers overgenomen cassettebandje thuis dat hij vervolgens minstens drie weken op repeat liet staan.

Eigenlijk was ik jaloers dat mijn broertje bij de overbuurjongen in zijn slaapkamer mocht komen, en niet ik, want ik was stiekem verliefd op de overbuurjongen. Dat kwam vooral omdat hij een heel klein beetje op Koen Wauters leek. En daar was ik ook verliefd op – ik was 14, moet u weten. Ik draaide dus de hele dag Clouseau tegen Queen in, maar Freddies bereik bleek toch net iets groter en hij overblèrde mijn zoetgevooisde Koen telkens.

Toen mijn broer eenmaal ontdekt had dat ik een gruwelijke aversie tegen Queen ontwikkeld had, was het natuurlijk de perfecte manier om mij te sarren. Zo gauw hij hoorde dat ik thuiskwam en naar mijn kamer ging, deed hij zijn stereo een tikkie harder. Zodra mijn radiocassetterecorder aanging, draaide hij de volumeknop nog een stukje verder open. Tot Thunderbolt and lightning / Very, very frightening meeeee! / Gallileo, Gallileo / Gallileo, Figaro niet alleen het diepgevoelige Ik weet dat je soms twijfelt / Dat het soms niet meer gaat / De wanhoop staat geschreven / Op je gelaat maar zelfs al mijn gedachten overstemde.

Ik wilde zo graag een beetje van Koen zijn, maar werd intussen slightly mad.