De gebouwen van Oscar Niemeyer zijn niet voor de eeuwigheid

Oscar Niemeyer is dood. Hij is 104 jaar geworden. Ouder dan Willem Drees, terwijl Niemeyer toch woonde en werkte in een land waar tropenjaren dubbel tellen.

Was Niemeyer een goede architect?

De roem is alom, maar toch ervaar ik het als een moeilijke vraag. Op film en in plaatjesboeken zien zijn gebouwen er geweldig uit. In een documentaire heb ik hem in de weer gezien met maquettes, en toen kwam maar één woord bij mij op: een genie. Een gedreven prater ook. Doe je ogen dicht, je bent projectontwikkelaar, politicus of visionair, en je hoort Oscar Niemeyer spreken. In a split second weet je: ja, die gaat dat gebouw voor ons bouwen. Niet één gebouw, maar tientallen gebouwen, een hele stad!

Architecten zijn in de allereerste plaats geweldige praters.

Het moet in de jaren tachtig zijn geweest. De glossy Avenue groeide naar een hoogtepunt van wat uitgevend Nederland vermocht. Jan Donkers deed het proza en Cees Nooteboom de poëzie. Marè van der Velde was hoofdredacteur. Een schat! Bij Marè kon alles. Je hoefde alleen maar binnen te lopen. Dus liepen Jeroen Henneman en ik op een dag bij Marè naar binnen en gingen tegenover haar zitten. Een serie exotische namen ontrolde de haag onzer tanden: Singapore, de Filipijnen, Brazilië, enzovoort.

Kom daar maar eens om in deze tijd dat de bladen zich verschuilen achter: meer met (veel) minder.

Brazilië
En zo landden Jeroen en ik in Rio de Janeiro. Nadat wij een paar dagen op kosten van de baas op het strand van Ipanema hadden gelegen, ging het verder naar Belo Horizonte. Die stad staat voor een groot deel vol met gebouwen van Oscar Niemeyer. En daar begon het al.

Grandioos, of om Ben van Berkel te citeren: “De sculpturale kracht van Niemeyers werk is enorm. Hij heeft de vloeibaarheid van beton naar grote hoogte gebracht.”
Briljant, of om Erick van Egeraat te citeren: “Mensen hebben grootse en meeslepende gebouwen nodig.”

Het Nationaal Congres (l) en het Planatto Palace in Brasilia. Allebei ontworpen door Oscar Niemeyer (1907-2012).

Schitterend, of om Pi de Bruijn te citeren: “Een kunstenaar die op een grandioze manier een gebeeldhouwde vorm om kon zetten in een gebouw.”

Wat ik mij van de eerste confrontatie met Niemeyers gebouwen kan herinneren, zijn de open vlaktes. Veel wind en sjokken in de brandende tropenzon. Voor de architectuur van Niemeyer heb je een auto nodig. Een auto met airco, anders red je het niet.

Verval
Wat betekenen tropische zon, wind en open vlaktes nog meer? Dat kan worden samengevat in één woord: verval. Het klimaat tast alles aan, zeker ook het beton. Je zag het proces van verval het meest in Brasilia. Daar voeren de gebouwen van Niemeyer een grote strijd tegen de natuur. Het glas houdt zich beter dan het beton, maar je voelt aan alles: dit gaat de natuur winnen. Vermoedelijk binnen honderd jaar.

Het Itamaraty Palace in Brasilia. Ontworpen door Oscar Niemeyer.

Dan houden wij alleen de plaatjes over, en dat misschien maar goed ook, want om in te leven is Brasilia een wanhopig stad. Op een avond zijn Jeroen ik hopeloos verdwaald in de city grid. Straten en wijken mogen er geen naam hebben. Ze hebben nummers, maar hoe die nummers gegroepeerd zijn, dat bleef ook na intense bestudering een raadsel. Drie uur te laat, na een deprimerende tocht langs flatgebouwen, kwamen wij op onze bestemming aan.

Een restaurant, het was inmiddels gesloten.

Afgelopen woensdag werd het stoffelijk overschot van Niemeyer naar het presidentieel paleis in Brasilia gebracht. De vlaggen stonden strak. Jeroen en ik hebben daar ook gestaan. Tropische zon, wind en open vlakte. Op 21ste april 1960 heeft de toenmalige Braziliaanse president Juscelino Kubitschek op diezelfde plek een grote rede gehouden. Hij en de mannen van zijn kabinet droegen jacquets en hoge hoeden. Daarna heeft er nooit meer iemand in zulke kleren door Brasilia gelopen.

Maar de zon brandt er nog steeds en de wind is blijven waaien.

Onder: Brasilia vanuit de lucht. De plattegrond van de stad heeft de vorm van een vliegtuig. In de cockpit huizen alle regeringsgebouwen, in de romp de bedrijven. In de vleugels woont het volk.
View Larger Map

 

———

Volg HP/De Tijd ook op Twitter en Facebook.