Onverwachte vertedering op de naborrel van het Literaturfest

De ontlezing mag zijn weerga dan niet kennen, de literaire feestjes zijn zo talrijk dat sommige al op dezelfde avond plaatsvinden, en de mensen keuzes moeten maken.
De Volkskrant zei het deze week al. Het genre van de literaire voorleesavond groeit. Dan maakt het ook niet zo veel uit als je eens een avondje mist. Zou je denken.

Huisgenoot en schrijversvriendin R vroeg me vorige week of ik ook naar Literaturfest zou gaan. Ik twijfelde, de jonge schrijversavond nog vers in mijn geheugen. Schrijvers zijn slecht voor je gezondheid. Ze zuipen, ze snuiven, ze pikken je op terwijl er thuis nog iemand op ze wacht. Het adjectief ‘jonge’ maakt een mogelijk geweten van de schrijver nog afweziger. Jonge schrijvers moet je doseren.
‘Ik weet het niet’, zei ik.

Schrijversvriendin R twijfelde ook. ‘Ik heb het idee dat het iedere week Literaturfest is.’

We spraken uiteindelijk af dat we toch wel zouden gaan. Omdat de naborrel misschien nog wat stof zou opleveren voor het weekend. Schrijversvriendin R en ik zouden, als er een markt voor zou zijn, niets liever dan een literaire roddelrubriek beginnen. Omdat er op dit moment nergens markt voor is, beperkt die rubriek zich tot de muren van ons huis. Het is eeuwig zonde. Maar we hebben ons erbij neergelegd.

Amsterdam Light Festival
Kort daarna ontving ik een uitnodiging voor de opening van het Amsterdam Light Festival. De burgemeester zou er spreken, er zou een VIP-boot zijn die langs verlichte kunstwerken zou varen, ik zou mensen kennen zei de dame die de PR verzorgde.

Ik zou mensen kennen, zonder dat ik me in mijn vertrouwde schrijverskring zou bevinden, dat voelde als een overwinning. Al weet ik niet precies op wie.
Ik las de uitnodiging en begreep dat de festiviteiten al vroeg zouden beginnen. Ik zou Literaturfest nog kunnen halen als ik zou willen. Niemand zou teleurgesteld zijn. En ik had mijn gezicht laten zien. Dat adviseren de mensen je wel eens, dat dat goed is, overal je gezicht laten zien.

Perfecte kapsels
De mensen op de VIP-boot waren types die graag hun gezicht lieten zien. Dat idee kreeg ik tenminste bij het zien van de mooi opgevulde gezichten, perfecte kapsels, de bontjassen. Anna Drijver was er ook. Zij moest die avond optreden op Literaturfest. Ze vroeg of ik ook zou gaan. Ik dacht aan Literaturfest. Aan organisator Toine Donk, naakt op het podium in een bad, terwijl hij leest, een van de terugkerende elementen van Literaturfest. Omdat het sneeuwde buiten zou deze keer het bad gevuld zijn met chocomel.

Ik dacht aan Toine Donk in een bad vol chocomel, aan mijn schrijversvrienden die elkaar aanstootten zodra hij het bad in- of uitstapte. Aan de stof die ons dat voor het weekend opleverde, al was het dezelfde stof als de voorgaande editie. ‘Ik denk het wel’, zei ik. En ik liet me als echte schrijver nog een glas wijn inschenken, op kosten van de organisatie.

‘Heftig, als mensen meteen over werk beginnen’, zei Anna. Ik knikte. Het zit niet in mijn natuur over werk te praten, uit angst voor medelijden. Ik nam mij voor hoe dan ook mee te gaan naar Literaturfest. Ik begon heimwee te krijgen. En ik liet me nog een glas wijn inschenken, op kosten van de organisatie.

Het werd later en donkerder. De mooi opgevulde gezichten, de perfecte kapsels, de bontjassen, ze raakten allemaal een beetje uit de plooi. Anna Drijver was verdwenen. Ik liet me wijn inschenken door een aardige jongen. Hij vroeg me naar mijn werk. Nadat ik hem daarover verteld had en hij me vertederend aankeek kon hij niets anders dan zich over me ontfermen. En of ik ook nog wat wilde snuiven. Ja, er wachtte iemand op hem thuis, maar die zou er morgen ook nog wel zijn. Ik was beland op de VIP-variant van de naborrel van Literaturfest. Dat zou nog eens stof voor het weekend geven.

———
Volg HP/De Tijd ook op Twitter en Facebook.