We zijn allemaal schrijver; totdat de rekening betaald moet worden

Is er iets ergers dan BN’ers die boeken schrijven? Ja. Vrienden die boeken willen schrijven.

Schrijven is geen beschermd beroep. Iedereen kan zich vrij vestigen als schrijver. Iedere idioot kan zinnen achter elkaar zetten en uitgeven als boek. Met een beetje pech moet dat in eigen beheer gebeuren, maar zelfs dan kan het succesvol worden. Ravelli bijvoorbeeld. Ravelli schreef De vliegenvanger en het succes was jaloersmakend voor alle schrijvers die schrijven graag als beschermd beroep aangemerkt zien.

Het beroep van een schrijver is overzichtelijk. Iedereen kan zich er iets bij voorstellen. Sommige van mijn vrienden zijn content manager. Of junior producer. Account manager. Ze hebben zinvolle studies voltooid. Op het moment dat je denkt dat je begrepen hebt hoe de werkdag van die vrienden eruitziet en het probeert samen te vatten, kom je er toch niet uit. Als je hen vraagt het zelf nog een keer voor je samen te vatten, schuiven ze dat verzoek direct aan de kant. Liever hebben ze het over jou. Jij bent de schrijver. Dat spreekt tot de verbeelding. Want iedereen kan schrijven. Maar niet iedereen heeft er geduld voor. Net als met lezen trouwens. Daar moet je rust voor hebben. Veel innerlijke rust. Je vrienden vertellen je dat ze eigenlijk alleen op vakantie aan lezen toe komen. Als ze op het strand liggen. Tenzij het op vakantie te koud is om op het strand te liggen. Dan zitten ze in de auto, dan wordt er weinig gelezen. Als het te warm is op het strand blijven de boeken ook dicht. Hitte stolt het bloed. Concentreren is dan ingewikkeld.

Schrijven spreekt tot de verbeelding, iedereen kan zich er iets bij voorstellen. Iedereen kan schrijven.

Net zo ingewikkeld als het schrijven van een boek, denkt de vriend die ‘finance’ heeft gestudeerd. Jullie zitten in het café. Een schrijverscafé, want dat wilde de vriend wel eens zien. In het raam zit Johannes van Dam. Op een stoel de schim van Bernlef. Een redacteur van Propria Cures bedelt bij de kastelein, die geen genade kent. Het is recessie. De tijd van op de pof drinken is voorbij. De financevriend is trainee bij een bank. Je bent opgehouden met proberen te begrijpen wat dat betekent. De vriend vindt het knap als iemand zijn gedachten goed op papier kan zetten. Zelf probeert hij ook wel eens zijn gedachten op papier te zetten. De honden zullen er geen brood van lusten, vertrouwt hij je toe. Je vraagt je af of je vriend je zojuist een compliment gemaakt heeft.

“Ik heb al een aantal ideeën gehad voor boeken,” zegt de vriend dan.

“Oh ja?” antwoord je en je denkt aan je notitieboekje met romanideeën. Dat notitieboek heeft gevaarlijk veel lege bladzijden. Zelfs de opzet voor een kort verhaal stelt niet veel meer voor dan drie, vrijwel onleesbare, zinnen.

“Ik weet alleen niet hoe ik moet beginnen,” zegt de vriend. ‘”Ik heb zoveel te vertellen.”

Je begrijpt zijn probleem. Schrijven is keuzes maken. Je hoort jezelf dat hardop zeggen.

De vriend denkt verder. “Misschien moet je gewoon beginnen. En gewoon doorschrijven. Ook als het even niet echt lukt. Jezelf forceren, dan heb je erna tenminste iets.”

De vriend die finance heeft gestudeerd en als trainee bij een bank werkt blijkt een verfrissende kijk op het schrijverschap te hebben. Dat is niet vreemd. Schrijven spreekt tot de verbeelding, iedereen kan zich er iets bij voorstellen. Iedereen kan schrijven.

De kastelein legt aan het eind van de avond voorzichtig de rekening op tafel. Hij bereidt zich voor op de onderhandeling voor een betalingsregeling. Hij weet: schrijvers zijn de laatsten die ons deze recessie zullen verrassen met bankbiljetten. De vriend legt zijn creditcard op tafel. En glimlacht er een beetje bij. Schrijver zijn we allemaal. Behalve wanneer het moment van schaamte aanbreekt.

———
Volg HP/De Tijd ook op Twitter en Facebook.