Kleine Spaanse beleggers in Bankia opgelicht door eigen Overheid

In december 2010 werd een zevental kleinere Spaanse banken min of meer gedwongen op te gaan in een groter geheel. Bankia was geboren en kreeg in januari 2011 een beursnotering, zoals het een echte bank betaamt.

Die zeven banken zaten, net als veel van hun branchegenoten, tot hun oren in de financiering van onroerend goed. Zoals bekend werd Spanje volgebouwd met de meest ambitieuze, vaak duizenden wooneenheden omvattende, resorts. Jarenlang bezorgde de bouw en projectontwikkeling voor een bovengemiddelde groei van de Spaanse economie.

Bad bank avant la lettre
Dat is inmiddels lang geleden. De oprichting van Bankia, eigenlijk een bad bank avant la lettre, zou de problemen van de ingeschoven banken snel oplossen, er werden forse afboekingen gedaan – althans zo leek het – en er werd via de beursnotering nieuw kapitaal aangetrokken. Een kleine 350.000 (overwegend kleinere) beleggers schreven in op de aandelen. Het slechtste deel van de onroerend goed portefeuille werd met een lening van 4,5 miljard van de Spaanse overheid apart gezet, de beursintroductie leverde nog eens ruim 3 miljard op. Grote afwezigen bij die uitgifte van aandelen waren de institutionele beleggers, die wisten toen kennelijk al meer dan de man in de straat.

Anno 2012 is Bankia nog altijd de bank met het meeste onroerend goed op de balans, zo’n 38 miljard, hoewel natuurlijk niemand weet hoeveel waarde hier werkelijk achter schuil gaat. Inmiddels heeft de Spaanse overheid er al meer dan 20 miljard ingepompt en heeft het eerdere steun omgezet in aandelen, waardoor Bankia nu voor 45 procent in handen is van de Spaanse staat. Eerder dit jaar werd bekendgemaakt dat de ‘winst’ van ruim 300 miljoen over 2011 die eerder was gerapporteerd, in werkelijkheid een verlies van ruim 4 miljard is.

Bankensteun
Van de bankensteun die Spanje nu vanuit Europa krijgt komt nog eens een flink deel bij Bankia terecht. Onder druk van datzelfde Europa, in de persoon van Eurocommissaris Almunia, worden de banken nu wel gedwongen om nog zwaarder te herstructureren en daarbij gaan vooral aandeelhouders en andere verstrekkers van risicokapitaal eraan. Almunia windt er geen doekjes om, in zijn woorden zijn de honderdduizenden kleine beleggers die begin 2011 in de beursgang van Bankia stapten ‘gewoon bezwendeld’.

Zij betaalden rond de beursgang zo’n € 3,90 voor een aandeel in een bank waar, onder regie van de Spaanse staat en andere toezichthouders, de pijn helemaal genomen zou zijn. Donderdag was er van die € 3,90 nog maar €0,69 over.

Dr. Doom is een pseudoniem. Als belegger is hij verantwoordelijk voor het beleggingsbeleid van Beleggingsvereniging Fibonacci. Op het moment van het schrijven van deze column heeft de vereniging posities in Ahold, Akzo Nobel, DSM, Heineken, KPN, Shell en Unilever en is Neutraal in de AEX. De positie in de AEX is kortlopend en wisselt regelmatig. Die kan dus nu al anders zijn. Volg Dr Doom op Twitter.
———
Volg HP/De Tijd ook op Twitter en Facebook.

Meer leuke content? Like ons op Facebook