Een hoed is de oplossing voor alles

Het is allemaal de schuld van Cadel Evans. Hij is er persoonlijk verantwoordelijk voor dat ik al een tijdje met een ongevaarlijke, maar erg lastige aandoening leef. Het zit namelijk zo: ik durf niet blootshoofds naar buiten.

Tuurlijk, op de fiets draag ik een helm en dat heeft dan weer niets met Cadel te maken. Maar dat ik iedere keer als ik naar buiten ga, ja zelfs bij elk wandelingetje naar de drogist op de hoek, een hoofddeksel wil dragen, dat heeft álles met Cadel te maken.

Cadel Evans draagt altijd een muts of een pet als hij naar buiten gaat, vertelde zijn soigneur me ooit. Altijd. Zo voorkomt hij dat ‘ie verkouden wordt. De mens verliest namelijk de meeste lichaamswarmte via zijn hoofd, legde de soigneur uit. Als je je hoofd warm houdt, hou je jezelf warm en vat je dus geen kou.

Burgerfiets
Ik had altijd al een lichte afwijking inzake hoofddeksels, met een pet of mutsje op verwaait je pony bij een ritje op de burgerfiets namelijk niet tot coupe windhoos, maar sinds ik over deze kennis beschik, heeft die afwijking serieuze vormen aangenomen. Ik word nogal snel verkouden en dat wil ik als wielrenner natuurlijk koste wat kost voorkomen.

Het liefst draag ik een muts. Of een hoedje. Petten zijn aan mij niet besteed. In het winterse Nederland is een hoofddeksel dragen momenteel een weinig opvallende afwijking. Maar hier in Girona, bij lenteachtige temperaturen, word je toch een beetje mal aangekeken als je met een muts op straat verschijnt. Zelfs toen ik in november op Curaçao, waar de temperaturen doorgaans niet onder de 25 graden zakken, vakantie vierde, voelde ik me niet op m’n gemak zonder iets op m’n hoofd. Ik voelde me kaal. Naakt.

Een eenzame zot
Ik lijd inmiddels alweer een paar jaar aan deze afwijking, maar de reden dat ik er nu pas mee uit de kast durf te komen, is dat mutsen maar ook hoedjes tegenwoordig behoorlijk in de mode zijn. Kijk maar eens mij de Hennes en in de winkelstraat op zaterdagmiddag: overal hoofddeksels. Ik voel me dus niet langer een eenzame zot. Toch zijn met name hoedjes enkel weggelegd voor de meest flamboyante types, lijkt het wel. De doorsnee Nederlandse vrouw vindt een hoed maar raar. “Ik zou het nooit dragen, maar het staat jou énig hoor. Echt.” Dat werk. Doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg.

Zo zonde! Want mijn uit de kast komen heeft natuurlijk ook te maken met een nieuw besef, een nieuwe openbaring. Als het winter is in Nederland en je al die bemutste hoofden ziet, kun je toch niet anders dan toegeven: wat ziet dat er leuk uit! Zo vrolijk. Stel je nou voor dat vrouwen niet alleen mutsen zouden dragen, maar ook hoedjes. En niet alleen in de winter, maar het hele jaar door. Zoals ze in de jaren twintig deden. Wat zou de wereld daarvan opfleuren.

Daarom pleit ik voor een hoed voor iedere vrouw, desnoods afgekondigd als regeringsmaatregel. Er zal meer geglimlacht worden op straat. Iedereen wordt vrolijker. Geen mens maakt zich nog druk over de economische crisis. Heel Nederland wordt blij en gelukkig en niemand is nog verkouden. En dat allemaal dankzij Cadel Evans. Nou ja, min of meer dan.