Hoe is het eigenlijk met de vrouwen van de Poolse klussers?

De Zuid-Poolse streek Opole zag de laatste twintig jaar zijn mannelijke inwoners naar het buitenland vertrekken. Hun vrouwen bleven achter en moesten zich noodgedwongen emanciperen. Sommigen zijn burgemeester, brandweervrouw en houthakker tegelijk. Met Kerst komen de mannen weer thuis.

“Eigenlijk is mijn man hier niet meer nodig,” zegt Bernadeta Poplucz. Ze zit aan de keukentafel van haar woning in het Zuid-Poolse Lubieszów – dat ‘dorp om leuk te vinden’ betekent – en staart naar haar koffie. Het is een conclusie die haar zichtbaar pijn doet. Bernadeta (47) ontmoette haar man Jerzy (nu 57) op het werk. Zij was receptioniste bij een installatiebedrijf, hij een van de elektriciëns. Ze werden verliefd en kozen samen voor de Poolse droom: huisje, boompje, beestje en een groot gezin. Maar het bedrijf ging failliet en nergens in de omgeving was er vraag naar elektriciëns. Een ander beroep zag Jerzy niet zitten. Na een jaar van schaarse, tijdelijke klussen hoorde hij via via over mogelijkheden in Duitsland. “En hij vertrok,” zegt Bernadeta. Eerst zou het voor een jaar zijn, maar daarna was er in Polen nog steeds geen kans op werk, en dus bleef Jerzy in Duitsland. Nu al  zestien jaar.

Eens in de drie maanden komt hij een week naar huis. De eerstvolgende hereniging is met Kerst. Dan zal hij de oprit van hun grijsstenen woning oprijden, een rondje door hun goed onderhouden tuin lopen, hun valse herdershond horen blaffen en zijn vijf eigen dochters en twee aangenomen dochters begroeten. De Poolse droom van Bernadeta en Jerzy mag dan zijn uitgekomen, het is wel ten koste gegaan van hun relatie.

Bernadeta is inmiddels ook niet meer de vrouw die Jerzy trouwde. Toen hij vertrok, kon zij een baantje bij een kinderdagverblijf krijgen. Iedere dag ging ze daarnaartoe en na het  werk ging ze weer naar huis. “Het werd een sleur,” zegt Bernadeta. Ze was eenzaam. Ze zocht Jerzy op toen hij twee jaar in Duitsland was. Ze wilde zich samen met haar gezin bij hem voegen, maar hij wilde niet dat Duitsland hun thuis zou worden en ze Polen zouden vergeten. En dus ging Bernadeta terug naar Lubieszów. “Dat was een grote vergissing,” zegt ze en slaat haar ogen neer. Opnieuw een pijnlijke conclusie. Ze had moeten blijven, want door deze constructie groeiden ze steeds verder uit elkaar.

Geen vent in de buurt
Er waren allerlei prozaïsche problemen: er was niemand die de auto kon repareren als die stuk was, niemand die even een lampje verving of de gasfles verwisselde, niemand die de kolenschop pakte of hout hakte voor de kachel om de koude Poolse winters te trotseren. Kortom: er was geen vent in de buurt om de traditionele mannenklussen te klaren en Bernadeta kon niet met alles blijven wachten tot Jerzy na drie maanden die oprit weer op zou rijden. Bovendien hadden haar ouders haar altijd geleerd haar eigen boontjes te  doppen (“Je klopt toch niet aan bij de búren?!”) en dus stroopte ze zelf de mouwen op. Heel even laat ze haar spierballen zien, maar dan vouwt ze haar armen beschaamd weer achter haar rug. Zo heeft ze haar man thuis in praktische zin overbodig gemaakt. Jerzy’s plek in het gezin werd voorgoed aangetast. En dat was nog maar het begin van de veranderingen na zijn vertrek.

Hotel voor Poolse arbeiders in Wateringen (foto anp)

Welkom in Opole, een Zuid-Poolse regio die gedomineerd wordt door glooiende heuvels met akkers. Een streek die door toeristen gemakkelijk wordt overgeslagen. De Lonely Planet van Polen besteedt er zo goed als geen aandacht aan. In het gastenboek van een van de weinige bed & breakfasts in de buurt dateert het laatste ‘dank u voor de goede zorgen’ van meer dan drie maanden geleden. Maar de mensen die hier wonen, willen er nooit meer weg. Sterker, ze komen van heinde en verre – Nederland is twaalf uur rijden – graag voor een weekend naar huis om bij moeder de vrouw een bord  zelfgemaakte bietensoep te eten en te proosten met zelfgebrouwen wodka.

In de regio Opole wonen van oudsher veel mensen met een Duitse achtergrond die ook de Duitse taal spreken. Reden voor de communistische machthebbers van na de Tweede Wereldoorlog om deze bevolkingsgroep extra zwaar te onderdrukken en achter te stellen. Na het verdwijnen van het IJzeren Gordijn en de Duitse hereniging werden de betrekkingen tussen het nieuwe Duitsland en Polen aangehaald met het Verdrag van de Goede Buren. Beide landen spraken onder meer af de nationale minderheden aan beide zijden van de grens te respecteren. Voor de inwoners van Opole werd het dankzij dit verdrag ook gemakkelijker om in Duitsland – en elders – te gaan werken, soms zelfs met een Duits paspoort. Het gevolg was wel dat de regio in de jaren tachtig en negentig leegliep. De mannen van Opole ontvluchtten het schrale werkklimaat in de eigen omgeving maar al te graag voor betrekkingen in Duitsland, Oostenrijk en Nederland.

Opgedoekt na leegloop
Lubieszów bijvoorbeeld heeft officieel 503 inwoners. Onlangs telde Bernadeta zelf hoeveel mensen er nu daadwerkelijk wonen. Ze kwam uit op 238. “De rest zit in het buitenland.” In de brochure die Lubieszów heeft uitgegeven om het dorp te promoten, herinnert een zwart-witfoto aan de lokale sportvereniging LZS Lubieszów. Een team van bonkige mannen kijkt nors in de lens. LZS Lubieszów bestaat niet meer; na de leegloop is de vereniging opgedoekt. Er waren simpelweg geen leden meer.

Bernadeta en haar buurvrouwen in Opole misten na het vertrek van hun mannen meer dan alleen een helpende hand in en om het huis. Ook de traditionele mannenberoepen raakten vacant. Op het huis van Bernadeta hangt sinds tien jaar dan ook het rode bordje met  daarop Sołtys, burgemeester. Een mannenrol die ze op zich nam uit noodzaak, maar ook  om de eenzaamheid te verdrijven. Ze wilde niet dat de vrouwen in haar dorp, net als zij, achter de ramen bleven zitten om in stilte het gemis van hun geliefden, en soms ook van hun kinderen, te verbijten. Daarom bedacht ze activiteiten. De dames maken nu bijvoorbeeld bijna dagelijks samen pasta, taart of traditioneel gevlochten voorwerpen van graanhalmen , die ze verkopen. Ondertussen kletsen ze bij.

Poolse arbeider rooit Nederlandse kerstbomen (foto anp)

Bernadeta merkte dat het haar lukte het dorp wakker te schudden. “Dat gaf me wind in  mijn vleugels.” Maar haar man vertelde ze niets. Die kwam er gaandeweg achter en reageerde niet bepaald enthousiast. “Ik kom hier oorspronkelijk niet vandaan en hij wel,” legt ze uit. “Het was pijnlijk voor hem om te zien dat ik meer voor het dorp ging betekenen dan hij.” Jerzy is niet iemand die het hart op de tong heeft. “Als je wilt dat hij zijn waardering ergens over uitspreekt, moet je op je kop gaan staan.”

Burgemeester van het jaar
Desondanks zette ze door. Bernadeta was de eerste vrouwelijke burgemeester van de regio. En haar succes bleef niet onopgemerkt: in 2005 werd ze verkozen tot burgemeester van het jaar. Ze verzon project na project. Een van de succesvolste is het kleine dorpsmuseum, waarvoor Bernadeta zelf de steunbalken uit boomstammen zaagde. Het staat aan de hoofdweg die dwars door het dorp loopt. Lubieszów kreeg er een regionale prijs voor. Zulke onderscheidingen zijn van grote waarde voor de lokale bevolking, weet Bernadeta. Ze voeden de trots en vergroten de betrokkenheid bij het dorpsleven. En zo kan ze nog wel meer voordelen van vrouwelijke invloed op het dorpsbestuur noemen. “Het dorp is mooier geworden, zegt ze. “Schoner ook. En de huizen zien er vrolijker uit, kleurrijker. En omdat vrouwen socialer zijn, kunnen ze goed mensen samenbrengen en zo veel voor hun buurt betekenen.”

Zelf nam Bernadeta in de loop der jaren steeds meer hooi op haar vork. Lachend: “Ik kan je beter vertellen wat ik niet doe, dan zijn we sneller klaar.” Ze is tegenwoordig ook radna, een functie die haar inspraak geeft in de overkoepelende gemeente Bierawa. Ze maakt deel uit van de regionale vereniging van burgemeesters en is voorzitter van de Duitse minderheidsbeweging, ook al heeft ze zelf die achtergrond niet. “Maar als ik het niet deed, zou de groep worden opgedoekt.” Ze zit in het kerkbestuur, in de organisatie van de vrouwenclub en is lid van de vrijwillige brandweer. Vrijwel iedere minuut besteedt ze aan werk of aan haar kinderen, al klagen die dat ze steeds minder tijd voor hen heeft. Ook als Jerzy thuiskomt, heeft ze eigenlijk weinig tijd voor hem. Hij is een extra ‘taak’ geworden. Ze zegt het met ingehouden tranen; ze schaamt zich als ze het zo zegt. Als hij er is, probeert ze hem nog wel het gevoel te geven dat hij nodig is. “Dingen die ik inmiddels zelf kan, vraag ik toch aan hem om te doen. Mannen moeten zich nuttig voelen.”

Op een mistige vrijdagavond vult de zalmroze zaal van het buurthuis van Lubieszów zich met vrouwen voor een Tupperware-party die Bernadeta heeft georganiseerd. Onduidelijk is of ze komen om te zien of er nog een nieuw revolutionair huishoudartikel is bedacht of dat ze de gezelligheid van lotgenoten opzoeken. Hoe dan ook lijkt het een mooie gelegenheid om de vrouwen te vragen hoe hun leven eruitziet. Maar we krijgen de ene na de andere afwijzing. In tegenstelling tot hun dappere burgemeester zwijgen ze liever over hun innerlijke worsteling. En op de foto willen ze al helemaal niet. Stuk voor stuk zijn ze bang dat ze met eventuele uitspraken hun mannen in het buitenland in de problemen brengen.

Stoken met afval
Hetzelfde argument klinkt in Przewoz, een dorpje dat vijf kilometer verderop aan de rivier de Odra ligt. Uit de schoorstenen van de vrijstaande Poolse boerderijen komt zwarte rook, in de straten stinkt het naar roet en verbrand plastic. De bewoners gebruiken behalve hout en kolen ook afval om de huizen warm te stoken. Op het eerste gezicht valt niet op dat de mannen hier weg zijn. Oké, een stevige vrouw, gehuld in bloemetjesschort, versleept een takkenbos over een veld, en verderop duwt een vrouw met eenzelfde postuur een kruiwagen door een troep ganzen en kippen. En het is hier erg netjes. De Mariabeeldjes langs de weg zijn keurig schoon gesopt en versierd met bloemen. En op de kleine begraafplaats is elk graf keurig verzorgd en ook weer versierd met zijden bloemen in alle kleuren. Pas bij de zondagsmis in een monumentale houten kerk wordt duidelijk dat de vrouwen in Przewoz in de meerderheid zijn. Er zijn wel mannen, maar die vallen vooral in de categorie tieners of bejaarden. Ze staan achter in het overvolle kerkje of roken buiten een sigaret.

Nederlandse uitzendorganisatie werft in Polen (foto anp)

Dominika (34), die vandaag ook in de kerkbanken zit, wil wel over haar leven vertellen. Maar niet onder haar echte naam. Ze woont bij haar ouders in tot haar eigen huis is afgebouwd. Haar man Filip, oorspronkelijk elektriciën, werkt nu in Duitsland. Daarvoor zat hij een tijd in Nederland. Vijf dagen per week stond hij van ’s ochtends zeven tot ’s avonds zes aan de lopende band van de bloemenveiling in Aalsmeer. Werk en verblijf (op een camping in Hoorn) werden geregeld door een tussenpersoon.

Dominika deed een tijdje hetzelfde. Tot ze zwanger werd. Zij ging terug naar Polen, Filip bleef achter. “We spaarden voor de bruiloft,” zegt Dominika. Maar na de trouwerij ging Filip al snel weer weg. “We wilden een huis,” verklaart Dominika. Trots loopt ze mee om te laten ze zien hoe het met de bouw staat. De woning wordt enorm: zeven kamers, twee  keukens, drie badkamers en een enorme kelder. Zonder Filips jarenlange buitenlandse arbeid was dit niet mogelijk geweest. Maar is al die weelde het gemis waard? “Het is niet anders,” zegt Dominika laconiek. Natuurlijk was het slikken toen ze haar kind bij een van Filips bezoeken hoorde vragen: “Wie is die man?” En ook ziet ze op tegen de verhuizing, want als ze er eenmaal woont, staat ze er alleen voor. “Je kunt de buren één of twee keer vragen of ze willen helpen de gasfles te verwisselen, maar daarna moet je het zelf doen.”

En misschien zit ze straks, net als Kasia Henzel (22) van een paar huizen verder, op de tractor om balen hooi te verslepen. Of loopt ze bij het krieken van de dag op modderlaarzen de stal in om die eigenhandig uit te mesten. Maar wellicht heeft ze geluk en gaat het zoals bij Ewa (26) en Piotr (28), die een straat verderop wonen. Zij leerden elkaar kennen in Nederland, waar ze beiden in de bloemen werkten. Ewa raakte zwanger en ging terug. Maar zij bleef niet lang alleen. Piotr is inmiddels terug in Polen. Hij kon in tegenstelling tot veel andere mannen wél aan de bak komen. Hij werkt nu als automonteur en heeft het lage loon voor lief genomen om bij zijn vrouw en kind te zijn. Maar Dominika kan vooralsnog niet anders dan haar situatie accepteren zoals die is. “We leven met de dag. Hier is weinig werk en in het buitenland verdien je twee tot soms wel vier keer zo veel per uur als hier.”

Liefdevolle verhalen
Ook Anna Ryborz (51), tenger maar gespierd, zit zondagochtend in de kerkbanken. Ze runt een ecologisch agrarisch bedrijf met struisvogels, zit bij de vrijwillige brandweer en is de voormalige burgemeester van Przewoz. Haar man Franciszek (57) werkt in Duitsland. Net als Bernadeta herkent ze het gevoel dat als haar man na drie maanden weer een weekje langskomt, ze dat al snel weer lang genoeg vindt. Maar anders dan Bernadeta, die de relatie met haar man vooral betreurt, vertelt Anna alleen maar liefdevolle verhalen. Als ze over Franciszek vertelt, noemt ze hem ‘Ouwe’ en dan krijgt ze een twinkeling in haar ogen. Een anekdote. In mei 2010 stroomde de Oder over. Dat komt wel vaker voor. Binnen een dag stond het water een meter hoog in de woonkamer. Het gebeurde te onverwacht en te snel voor de mannen van Przewoz om op tijd terug te zijn om te helpen. De vrouwen tilden zelf zoveel mogelijk spullen de trappen op naar boven. En totdat het water weer zakte, vervoerden ze zich per kajak. Een vreemd gezicht in het Poolse landschap, maar in Przewoz weten ze niet beter. De ‘Ouwe’ haastte zich vanuit Duitsland naar huis, naar Anna. Die zat zelf in een kajak, toen hij aan kwam varen. Franciszek kon zich niet meer inhouden, sprong in het water en zwom zo snel mogelijk naar haar toe. Afstand doet hunkeren.

In het gesprek met Anna wordt al snel duidelijk dat zij de broek aanheeft in de relatie en dat de ‘Ouwe’ dat heeft moeten accepteren. Door het tekort aan testosteron in Przewoz heeft ook Anna noodgedwongen moeten emanciperen. Ze werd gevraagd burgemeester te worden en dat deed ze. Haar eenzaamheid verdween en haar zelfvertrouwen groeide. Onlangs heeft ze een vereniging opgericht: de Vrouwen van Opole. De vereniging bestaat uit 28 leden, allen uit de vier straten die het dorp telt en allen vrouwen die hun man en/of kinderen missen. “De vereniging moest er gewoon komen om het dorp bij elkaar te houden,” zegt ze beslist.

Herhaaldelijk dringt de vraag zich op hoe lang de mannen van Opole nog weg zullen blijven. Het antwoord is steevast: “Tot hij met pensioen kan.” Voor Anna’s Franciszek en Bernadeta’s Jerzy is dat nog tien jaar. Dan hebben ze recht op een volwaardig Duits pensioen. Ze zouden wel gek zijn als ze nu terugkwamen. Bovendien is er nog steeds geen werk. “De overheid doet er alles aan om de begroting op orde te krijgen om maar tot de eurozone te kunnen toetreden,” zegt Bernadeta. “Maar ze investeert niet in deze regio. Niet in onderwijs, niet in werk en dus is er geen andere keuze dan vertrekken.”

De jonge generatie wacht eenzelfde lot. Maar anders dan zestien jaar geleden zijn er nu allerlei kapers op de kust: uitzendbureaus die grof geld verdienen aan het uitzenden van hun landgenoten (vijftig tot zestig procent van het loon dat een arbeidsmigrant krijgt,  verdwijnt in de zak ken van het uitzendbureau). Op billboards langs de grote weg wordt geadverteerd voor werken in het buitenland: ‘Je kunt ons vertrouwen’. En aan een kantoorpand in de hoofdstraat van de provinciestad Kedzierzyn-Kozle hangt een bord met de tekst: ‘Pol Job Center: Werk in Nederland!’ Op de eerste verdieping achter een met tralies afgezette deur zit een blonde vrouw achter een bureau. Aan de muur hangt de kaart van Nederland. De vrouw kan helaas niets zeggen over wat ze potentiële arbeidsmigranten biedt. “De belastingdienst heeft een inval gedaan. Probeer later nog maar eens te bellen. Als we de controle overleven, nemen we op.” Dat blijkt bij herhaalde pogingen niet het  geval.

Verscheurd leven
Hoewel Bernadeta en haar man hard werken om hun kinderen in Polen een beter leven te geven, heeft een aantal van hen ook voor het buitenlandse avontuur gekozen. Dochter  Emilka (22) heeft zelfs haar opleiding tot bouwkundig ingenieur afgebroken om in  Nederland in de groente te werken. Ze heeft ook haar vriendje in Polen achtergelaten. “Verschrikkelijk,” zegt Bernadeta, die bang is dat haar dochter net zo’n verscheurd leven zal krijgen als zij. “Mijn man en ik zijn vreemden voor elkaar geworden. Hij woont in Duitsland, ik in Polen. We zijn elkaar kwijtgeraakt.”

Haar dochter heeft in Nederland een leidinggevende functie aangeboden gekregen. Als ze met Kerst thuiskomt in Lubieszów, zal ze een beslissing moeten nemen: gaat ze terug naar Nederland of vervolgt ze in Polen haar studie en blijft ze bij haar vriendje in de hoop er  koste wat het kost samen het beste van te maken? Bernadeta hoopt het laatste. Ze zucht. “Een mens is niet gemaakt om alleen te zijn.”

Dit artikel verscheen eerder in het weekblad van HP/De Tijd van 23 december 2011.