Nagekomen: Het sportmoment van 2012, Michael van Gerwen

Misschien was het wel het allerlaatste sportmoment van 2012, het moment dat het dankzij een uiterst ongelukkige timing het nooit tot een jaaroverzicht of sportverkiezing zal schoppen. 

Timing is everything, zeker in de sport. Goed pieken. Weten wanneer je er moet staan. Je dag kiezen. Je moment pakken.

Wie zijn sportieve hoogtepunt beleeft tussen Kerst en Oud&Nieuw, heeft verkeerd gepiekt. En zo blijft de onmenselijke prestatie van Michael van Gerwen vermoedelijk voor eeuwig iets voor sportfijnproevers, die elkaar herkennen door op bijeenkomsten alleen die paar heilige woorden uit te spreken.

“30-12-2012.”
“Zeventien.”

De ander zal weten dat hij met een medekenner te maken heeft, een collega van het Geheime Genootschap van Sportliefhebbers die Geen Vakantie Kennen.

Voor wie het gemist heeft: u kunt het nu nog rechtzetten. Nu nog wel. Hierna worden Michael van Gerwen en zijn zeventien pijlen voor altijd bijgezet in het Pantheon van ten onrechte vergeten Grote Momenten.

Het begint allemaal nog normaal.
Twee gezette mannen in glimmende overhemden.
Een oude, een jongere.
De oude heeft haar, de jongere niet.
De oude draagt een flatterend hemd. De jonge een gifgroen shirt dat zijn overgewicht opvallend goed uitlicht.
Op de rug van het gifgroene shirt staat zijn naam.
Wanneer de camera op hem inzoomt, is te zien hoe zijn bleke voorhoofd als een afdak over zijn ogen hangt.
De mannen werpen snel. Steeds sneller, tenminste, zo lijkt het.
Wanneer de jonge werpt, hangt zijn mond een klein beetje open.

Hij gooit een 180.

Houdt zijn hoofd een beetje scheef, als iemand die iets gedaan wil krijgen van een ander. Hij hoeft niets meer gedaan te krijgen. Alles is al gedaan.
Na negen pijlen is de ‘leg’ afgelopen.
Dit is wat ze wel ‘perfectie’ noemen. Kale perfectie is het, kale perfectie met het hoofd een beetje scheef.
De camera toont beelden van het uitzinnige publiek. Je bent niet vaak getuige van perfectie. De meeste mensen zijn helemaal nooit getuige van perfectie.
En zij lekker wel.

Ze houden bordjes met 180 in de lucht.
De jongen draait zich om naar de menigte, als Christus naar het joodse volk. Een kale Verlosser. Daarna balt hij zijn vuist en vertrekt zijn gezicht. Even, heel kort, is het alsof hij iets vies ruikt. Misschien valt het verder niemand op, maar het is de geur van afnemende concentratie.

Twee mensen, verkleed als Kermit en Miss Piggy op een gala, omhelzen elkaar (ook perfectie kent grenzen).
En terwijl de duizenden uit hun dak gaan om zoveel kale perfectie, werpt de jongen in het gifgroene hemd verder.
Alsof je Da Vinci de puntjes op de i van de Sixtijnse Kapel ziet zetten, Van Gogh zijn zonnebloemen ziet bijpunten, Van Basten ziet opstijgen voor een omhaal, Michael Haneke de laatste montage van een film ziet voltooien of Jonnie Boer een pietsepiezeltje mayonaise over een bord ziet schuiven.

En dat ze dat dan allemaal meteen nog eens doen. Nog een omhaal, nog een zonnebloem, nog een plafonnetje, nog een sublieme amuse, nog een film.
Dat doet de jongen.
Pas na zeventien keer perfectie gaat het mis.
De op het eerste gezicht vrij eenvoudige Dubbel 12 gaat eronder.
Opeens is Christus veranderd in de kale jongen met het overhangende voorhoofd met wie niemand dansen wil, ondanks zijn prachtige, gifgroene shirt.

Het is het mooiste moment, het moment dat perfectie ophoudt perfectie te zijn.
Het ontwaken.
Het moment dat in alle jaaroverzichten ontbrak, maar dat voor altijd stiekem zal worden doorgefluisterd door het Geheime Genootschap van Sportliefhebbers die Geen Vakantie Kennen.