Sherlock Holmes wordt steeds raarder

Sherlock Holmes is altijd al een beetje vervelende, in zichzelf gekeerde, briljante man geweest. Maar zijn merkwaardigheid lijkt bij elke verfilming aangedikt te worden. Inmiddels is hij een stuiterende idiot savant, zoals in Elementaryde nieuwste verfilming van de oude detective. Is dat Sherlock Holmes nog wel?

Manisch
Sherlock Holmes is nooit ver weg. Deze week was hij op SBS te zien in de Guy Ritchie speelfilm uit 2009, hij rende in Sherlock door de straten van Londen anno nu op de BBC en op 13th Street en verscheen dinsdagavond voor het eerst in New York met een vrouwelijke Watson aan zijn zij in Elementary. In alle drie de versies is hij een uitermate rare man. Holmes in de film (Robert Downey Jr) is manisch, laconiek en hangt aan zijn vriend Watson. Sherlock in Sherlock communiceert niet, zelfs niet met Watson. Hij is genadeloos briljant en scoort zonder twijfel goed op een autistisch spectrum. De allernieuwste Holmes is een Britse ex-verslaafde onder de tatoeages, die in New York op manisch-depressieve wijze ingevingen heeft waar hij direct naar luistert. Alle drie de mannen zijn gehaast, hyper en onnavolgbaar.

Nu is geen van die dingen out of character. De Sherlock Holmes uit de boeken spuit cocaïne in zijn aderen (For me, said Sherlock Holmes, there still remains the cocainebottle, zo eindigt The Sign of Four uit 1890), vertelt dat hij zijn gedachten niet aan kan zonder uitdaging en heeft na buien van enthousiasme, depressieve periodes waarin hij zijn bed niet uitkomt. Maar hij práát wel gewoon met mensen. Na de vele interpretaties van de laatste jaren, lijkt de papieren Sherlock Holmes een zeer redelijke man. ‘My dear doctor, pray accept my apology,’ vind ik bij het willekeurig openslaan van de The Complete Sherlock Holmes Long Stories. Hij groet bij het binnenkomen, zegt goodnight bij het weggaan, waar een hedendaagse Sherlock mysterieus voor zich uit zou staren om vervolgens uit een raam te springen.

Lucy Liu is overtuigend als Watson, ik vermoed dat er binnen vijf jaar een vrouwelijke Holmes verschijnt.

Elementary
De Holmes in New York is de nieuwste toevoeging aan een lange lijst interpretaties. Het Amerikaanse CBS creëerde Elementary nadat de BBC Sherlock uitzond. Daar was even gedoe over want een tweede Sherlock Holmes in twee jaar die in het heden zijn onconventionele ding doet, dat lijkt een beetje op kopieergedrag. De Britten dreigden met juridische stappen, maar dat is weer bedaard. De Amerikaanse serie is mooi gemaakt al zijn de afleveringen iets minder meeslepend dan de Britse. Ze zijn korter, luchtiger, meer een politieserie dan een mysterie. Jonny Lee Miller is een licht aandoenlijke Holmes, Lucy Liu is overtuigend als Watson, ik vermoed dat er binnen vijf jaar een vrouwelijke Holmes verschijnt.

Want er zullen nog heel wat nieuwe Holmesen volgen. De detective van Arthur Conan Doyle (geschreven tussen 1887 en 1927) is de meest verfilmde fictionele figuur ter wereld, met bijna 200 films over zijn avonturen, en daarnaast series, stripboeken en tekenfilms. (Hij is ook de enige fictieve persoonlijkheid met een eigen museum, al heeft Harry Potter een pretpark.)

Elke periode vervormt de detective een beetje. In de jaren dertig straalde hij autoriteit uit, net als in de jaren veertig waar Holmes een arrogante maar beleefde, nette heer was. In de jaren tachtig en negentig was hij al beduidend moeizamer in de omgang, al heeft hij nog niet de gejaagdheid die de detective de afgelopen jaren is toebedeeld. Zijn drugsgebruik zweert hij in deze versie af.

House
We houden tegenwoordig van hele rare, slimme mensen die problemen oplossen met plotselinge openbaringen die in hun rare, slimme hoofd gebeuren. Op tv tenminste. House zou een klootzak zijn als schoonvader of buurman. De verstrooidheid van Bones in de serie, zou haar een ontzettend irritante vriendin maken die nooit echt luistert. In CSI zitten ook van die oncommunicatieve types die alles oplossen. We kijken duidelijk graag naar mysterieuze, moeilijke mensen die véél meer weten en véél sneller nadenken dan wij. Misschien is het wel alleen leuk om naar te kijken omdát ze zo raar zijn, anders zou je maar jaloers worden. Sherlock Holmes leent zich uitstekend voor deze hedendaagse voorkeur.

Autisme als diagnose bestond ten tijden van Conan Doyle overigens niet. Of Holmes autistisch was, ADHD had en/of homo was, zijn inmiddels zaken waar mensen redelijk serieus over discussiëren. Ja, dat is zonde van je tijd, maar hey, wat niet.