Het zonnige zwarte gat van Ruud van Nistelrooy

Afgelopen maandagavond keek ik naar Shownieuws. Zoiets overkomt je.
Het ging over Sylvie en Rafael en over Sterren Springen – Reinout Oerlemans kwam er zelfs speciaal voor aan de telefoon.

Was het een grandioos succes, vroeg een verslaggever.
En Reinout maar opsommen: Engeland, Spanje. En dan noemde hij alleen nog de landen waarvan het zeker was dat zijn geesteskind er op de buis zou komen.
Het was kortom een grandioos succes.
Ik zat er al lekker in, in Shownieuws.
Beelden van Pamela Anderson op kunstschaatsen kregen de broodnodige duiding van Bridget en haar gluiperige gossipsidekicks.
En toen was het tijd voor het volgende item. Een kortje.

Ruud als Balthasar
Er verscheen een slordig geschminkte man met een tulband op in beeld. Hij grijnsde en propte onder een wolkenloze hemel snoep in angstig uitgestoken kinderhandjes.
Volgens de voice-over was de geschminkte man Ruud van Nistelrooy.
Ruud werd ook even kort geinterviewd. Ja, het was ‘m echt, je kon hem herkennen aan zijn Brabantse bas en zijn brede mond, die nog eens extra opviel in dat gezicht vol afbladderende schoensmeer.
Ruud als een van de Drie Koningen… De beste Nederlandse spits sinds Marco van Basten als een verwarde oom verkleed de straat op, midden op de dag…
Toevallig las ik enkele dagen eerder een interview met Ruud in het Limburgs Dagblad. Ruud woont tegenwoordig aan de Costa del Sol. Goed wonen daar, dat zie je zo wel aan de foto die ernaast staat afgedrukt: hemelsblauwe lucht, zilveren branding, gouden zand. En dan in het midden die rijzige Ruud, afgetrainde atleet, met zo’n flodderig shirtje dat zijn torso goed doet uitkomen en een broek waarvan hij de pijpen heeft omgeslagen.
Hij draagt een zonnebril en kijkt in de verte.
In het gesprek met het LD wordt duidelijk dat het zwarte gat soms ook zonnig en warm kan zijn.
Over Ruuds dagindeling: ‘’s Ochtends breng ik mijn kinderen naar school, daarna ga ik hardlopen of fitnessen. Dan is het elf uur en zie ik wel wat de dag brengt.’
Of hij nog voetbalt? ‘Alleen met mijn zoontje Liam in de tuin.’
In de schoolvakanties keert Ruud even terug naar Nederland, naar Heesch, of all places. Daar doet hij dan boodschappen, gewoon, bij de C1000.
Of er dan veel mensen naar hem toe komen voor een foto? Ja. ‘Dan ga ik gewoon even staan en dan weer verder met appels uitzoeken.’

Een rotte aardbei
Ruud van Nistelrooy is een man geworden (of misschien was hij er altijd al een) die appels uitzoekt. Die een appel bekijkt, bevoelt, hem even naast zijn oor schudt om te kijken of het klokhuis loszit en hem dan weer teruglegt, voor een volgende klant, die zo stom is om z’n appels zonder goed te kijken bij elkaar te grissen. Het zou me niets verbazen als hij ook kiwi’s bevoelt, courgettes keurt en eindeloos paprika’s tegen het licht houdt.
Wie weet wat Ruud doet als er een rotte aardbei onder in zijn bakje zit. Vermoedelijk meteen op hoge, ontspannen poten naar de Klantenserivce.
‘Ja, zeg, ik wil niet zeuren, maar ik koop hier net dit bakje aardbeien en nou kijk ik er nog eens goed naar en dan zie ik dat deze er ook tussen zit. Zie je dat? Die zat dus onderin. Kunnen jullie mij misschien helpen? De vorige keer had ik ook een zachte appel, maar dat merkte ik pas toen ik thuis was – ik woon aan de Costa del Sol, dus ik kon niet zomaar langsfietsen. Sorry hoor, voor de overlast, maar ik denk: ik meld het toch maar even. Ik heb niet heel veel tijd, want ik moet straks nog naar de repetities voor Hulpsinterklaas en ik moet de schooltuintjes nog harken en langs de deuren voor de Grote Clubactie. En als ik dan daarna geen aardbeitje heb, dan voel ik me gewoon geen half mens.’
In het interview in het LD vraagt de interviewer opeens waar “ze” Ruud nu nog echt blij mee kunnen maken. Ruuds antwoord: ‘Eh… nou niks eigenlijk. Ik ben niet op zoek naar iets, heb geen grote plannen op stapel staan, ik leef bij de dag. Ik heb ook geen enkele andere behoefte.’

Och, Ruud, jongen toch. Ik kijk nog eens naar de foto van die man in dat shirtje in de schitterende branding. Ik kijk naar zijn ogen, die in de verte staren. Een verte met niets erin.