Meer dan 150 Facebook vrienden of Linkedin contacten kunt u helemaal niet aan

Wat probeert u zichzelf nou eigenlijk wijs te maken? Dat u populair bent? Enorm geliefd? Midden in een warm bad van een al maar groeiende groep mensen met wie u iets heeft, die iets met u willen?

Dat u dat allemaal denkt is goed voor Facebook en Linkedin, hun hele bedrijfsmodel is er op gebaseerd. Hoe groter – lees: hoe meer aangesloten leden – hoe aantrekkelijker ze zijn voor adverteerders en de verkoop van producten. Maar wat u er zelf bij denkt en voelt, daar klopt niets van. In Bloomberg Businessweek van afgelopen week legt evolutionair psycholoog Robin Dunbar het allemaal uit.

Voorloper van sociale netwerken: kerstkaarten versturen
Ruim tien jaar geleden deed hij een studie van wat, welbeschouwd, de moeder van alle sociale netwerken was: de traditie van het jaarlijks versturen van kerstkaarten aan familie, vrienden, collega’s. Zijn veronderstelling was dat dergelijke contacten een waarde vertegenwoordigen. Want je moet er adressen voor bijhouden. Je moet kaarten kopen. En postzegels. Het is eigenlijk niet te bevatten, maar nog maar tien jaar geleden bestonden Facebook en LinkedIn niet.

In zijn onderzoek ging hij er letterlijk achteraan: waar kwamen die kaarten terecht, wie werden ermee bereikt? En was dat ook de bedoeling? Dunbar, verbonden aan de universiteit van Oxford, werkte samen met een antropoloog. Hij wilde weten wat mensen, vergeleken met andere primaten, aan kunnen als het gaat om serieus te onderhouden sociale contacten. Inmiddels is hij veelgevraagd in Silicon Valley, de exploitanten in de huidige sociale netwerken op het Internet zijn geïnteresseerd in zijn expertise.

Gemiddeld 150 kerstkaarten
Zijn studie wees uit dat een gemiddeld netwerk voor het versturen van kerstkaarten 153,5 personen omvatte. Voor het gemak rondde hij het af op 150.

Die studie was niet zonder betekenis want het versturen van kerstkaarten vloeit voort uit een cultuur die al veel langer bestaat dan Facebook en LinkedIn. De kerstkaartencultuur was wel zo ongeveer geoptimaliseerd.

Sociaal brein
Wat wij aan werkelijk onderhoudbare sociale contacten aankunnen is ook vandaag zo’n 150. Er blijkt een regelrecht verband tussen de ontwikkeling van onze hersenen en de grootte van een haalbaar netwerk. Bij tal van apensoorten zag hij veel kleinere netwerken maar ze varieerden per soort en dat is een rechtstreekse relatie met de omvang van de neocortex. Inmiddels is zijn social brain hypothesis in de wetenschappelijke en internetwereld leidend.

Wat betekent dat nu voor mij en u?

Facebook gebruik ik in de praktijk een beetje, maar vooral toch om op de hoogte te zijn van mijn kinderen, hun vrienden, neven en nichtjes. Ik kom daar nog niet eens aan 50 vrienden, en dat vind ik best; ik heb nog niet eens tien keer iemand zelf uitgenodigd.

Op LinkedIn hoop ik dit jaar toch wel die magische 500+ status te hebben, ik zit er dichtbij. Want dat kan dan wel zo zijn, die social brain hypothesis. Maar dat geldt vast niet voor mij. En ook niet voor u.

 

Dr. Doom is een pseudoniem. Als belegger is hij verantwoordelijk voor het beleggingsbeleid van Beleggingsvereniging Fibonacci. Op het moment van het schrijven van deze column heeft de vereniging posities in Ahold, Akzo Nobel, DSM, Heineken, KPN, Shell en Unilever en is Long in de AEX. De positie in de AEX is kortlopend en wisselt regelmatig. Die kan dus nu al anders zijn. Volg Dr Doom op Twitter.
———
Volg HP/De Tijd ook op Twitter en Facebook.