De arme rakkers van Goldman Sachs

Het is afzien voor de topmannen van Goldman Sachs, u weet wel, die investeringsbank die tijdens de kredietcrisis via AIG een ruggensteuntje ontving van de Amerikaanse overheid, en Griekenland nog hielp de zaakjes op orde te krijgen.

Zoals iedereen moeten ook de heren en dames van de financiële multinational bloeden vanwege de economische crisis. Kregen zij een paar jaar geleden nog zeventien miljard dollar extra uitgekeerd voor hun uiterst gezonde bijdrage aan de wereldeconomie, in 2012 hebben ze het moeten doen met een luizige dertien miljard dollar aan bonussen en salaris, gemiddeld ongeveer vierhonderd duizend dollar per hoofd.

En natuurlijk zal er altijd langharig krakend werkschuw occupyend tuig zijn dat van mening is dat zelfs dit schamele wisselgeld als onderdeel van de bonuscultuur voor perverse prikkels zorgt, gericht op kortetermijnwinst met maatschappelijk onverantwoorde risico’s en financiële wanproducten waar niemand iets van begrijpt. Zoals er ook ooit een idealistische dromer was die dacht dat daadwerkelijke productie een vitale factor is van welvaartsgroei.

Of dat op het gebied van regulatie wellicht een taak ligt voor de overheid. Volstrekte lariekoek natuurlijk. Hoe minder bemoeienis van bovenaf, hoe beter voor de economische groei. Per definitie. Gelukkig hoeven we ons waarschijnlijk geen zorgen te maken dat verderfelijke en groei belemmerende wetgeving Goldman Sachs binnen afzienbare tijd op enige manier aan banden legt; maakt u zich dus geen zorgen. Alles komt goed.