De schrijversblues

Schrijvers zitten als ze schrijven over het algemeen binnen. In de winter komt het er dan op neer dat de schrijver weinig daglicht ziet. Nu is de schrijver doorgans van zichzelf al tamelijk zwaar op de hand, het tekort aan daglicht geeft het laatste zetje voor een volwassen depressie.

In de periodes dat de schrijver depressief is komt hij laat uit bed, eigenlijk pas op het moment dat de zon alweer achter de horizon aan het verdwijnen is, krijgt hij meer tannines binnen dan hem lief is en vergeet hij gemakshalve ook even waarom binnen roken een slecht idee is. Buiten is het te koud om te roken. Niet roken overweegt de schrijver niet.

Barvrouw
De schrijfopdrachten die hij krijgt, voltooit hij in de nacht nadat hij met het kapotgevallen glas naar buiten is geveegd door de barvrouw van het schrijverscafé. Even overweegt hij nog de barvrouw mee naar huis te vragen. Maar dan moet hij haar zijn appartement laten zien, de woning van een depressievelling. Misschien zal hij de deur niet eens meer open krijgen, omdat de post zich daarachter opgestapeld heeft en de weg blokkeert. Als hij erover nadenkt is dat niet het beste argument om de barvrouw niet mee naar huis te nemen. Ze zal vast wel meer smerige huizen gezien hebben. Het werk dat ze verricht is ook niet de meest steriele bezigheid. De barvrouw van het schrijverscafé zal wel wat gewend zijn.

Gevoelens
Nee, hij heeft helemaal geen zin in de barvrouw. Het idee al die kleren uit te moeten trekken. Hij zal vast content wezen met het resultaat. Tenminste, hij zal beseffen dat op andere momenten ‘content’ nog zacht uitgedrukt zou zijn voor zijn gevoelens bij de barvrouw in haar blootje. Maar de schrijver kan in de winter niet goed bij zijn gevoelens. Behalve als hij drinkt. Dan komen er opeens een aantal gevoelens boven. Van frustratie, en melancholie. En verveling als hij in verkeerd gezelschap verkeert. Zijn enige verlangen durft hij niet hardop uit te spreken. Als zijn moeder het via via zal vernemen zal ze de rest van de winter niet meer kunnen slapen. Zijn vader zal hem zijn valium aanbieden. Maar de schrijver heeft niet eens zin in valium.

Winterslaap
Het is 5 uur ’s nachts. In de zomer zou het nu al ochtend zijn. De schrijver heeft het gewonnen van de post achter de voordeur. Hij is binnen. Hij is maar twee keer uitgegleden in de sneeuw. Hij legt de laatste hand aan zijn laatste opdracht, een verhaal in delen over het jonge schrijversleven. Over de vreugdes en teleurstellingen. De smeuïge verhalen voor zover verhalen over schrijvers smeuïg zijn. ‘Hou het levend’ had de hoofdredacteur hem opgedragen. Het is de winter. De schrijvers leven even niet. Hij voltooit het stuk. Echt tevreden is hij niet. Maar daar is het dan ook winter voor. Met zijn kleren aan valt hij in slaap.