Drie redenen waarom ik tegen de winter ben

Kan men ook tegen de winter zijn?

Het lijkt een onzinnige vraag, want met een seizoen is het als met geluk, of de nacht, of het leven zelf: het komt en het gaat. Aan voldongen feiten kun je beter geen energie verspillen.

Maar ik doe het toch. Ik ben tegen de winter. En op goede gronden. Ten eerste ziet de winter er niet uit. Een boom zonder blad is maar een doods geval. Een besneeuwde stad of een sneeuwlandschap ogen een uurtje of wat mooi, maar daarna weet je het wel: vijftig tinten wit. En als de boel gaat smelten, leidt dat tot eindeloos veel drab die je schoenen en je humeur bederft. En die ijstaferelen waar menigeen zo lyrisch van wordt, bestaan vooral uit onflatteuze kleren en dampende consumptieartikelen van laag allooi.

Een bepaalde schaatstocht
Ten tweede is zo’n winter veel te duur. We stoken ons arm. Het licht moet overdreven lang aan. Gemeentes moeten dure strooiploegen op pad sturen. De Spoorwegen maken overuren om het treinverkeer nog enigszins op orde te houden. Files en aanrijdingen kosten geld. Artsen hebben het extra druk dankzij winterdepressies en botbreuken veroorzaakt door gladheid. De arbeidsproductiviteit daalt omdat er veel tijd verloren gaat aan oeverloze voorbeschouwingen over een bepaalde schaatstocht.

Harteloos
Ten derde bewijst de taal dat kou, die onherroepelijk verbonden is met de winter, een abnormaal en onaangenaam fenomeen is. Volgens Van Dale staat het woord ‘koud’ voor ‘de gewone warmte missend’. In figuurlijke zin betekent koud: harteloos, onverschillig, onaangedaan, onbewogen. Een koude douche krijgen, van een koude kermis thuiskomen, koude drukte, koude rillingen, iemand koud maken: het is allemaal ijzingwekkend. En hoe fijn zijn bevroren betrekkingen, kille ontmoetingen en een ijzige sfeer? Warm daarentegen wordt geassocieerd met aangenaam, behaaglijk, hartelijk, welgemeend, gloedvol en hartstochtelijk. Me dunkt.

Maar ja, een voldongen feit, ik zal het moeten zien uit te zingen. Misschien moet ik nog eens op vakantie naar een oord waar het nu warm is, zoals een paar jaar geleden, toen ik bij terugkeer van Fuertaventura nogal gebronsd op de redactie verscheen en een collega verbouwereerd uitriep: ‘Dit is pervers. Het is half januari!’

Palmen
Of we kunnen met een stel gelijkgestemden een antiwinterfeest organiseren. Huren we een hal die we laten aankleden met warmtekanonnen, palmen, zand en geraffineerde zonlichteffecten, en waar de dresscode voorziet in zomerpantalons, korte rokjes, blouses met bloemmotieven, slippers en Borsalino’s. In een zijzaaltje draaien we lachfilms over schaats- en skiwedstrijden.

Nog twee maanden, dan is het lente.