De laatste strike van Bill Fong

Drie vingers van Bill Fongs rechterhand worden aan het oog onttrokken. Ze zitten in een bal van zeven kilo.

Hij mag niet ademen.

Hij moet een robot worden.

Hij duwt de bal tegen zijn borst, als een kind zijn knuffel.

Beweegt met zijn heupen.

Neemt vijf afgemeten stappen. Zijn arm hangt naast zijn lichaam, een trekker die naar achter gedrukt wordt.

Nog een seconde tot het schot.

De bal verlaat zijn hand en glijdt aan de rechterkant van de baan richting de kegels.

Zie hoe hij in de richting van een strike roteert.

Alle tien de pinnen vallen schots en scheef in het duistere achterland van de baan. Alleen Pin 7 aarzelt even, maar valt uiteindelijk toch.

Wanneer Bill Fong terugloopt naar de bank waar zijn ploeggenoten op hem wachten, neemt hij de felicitaties chagrijnig in ontvangst.

Die 7, die ergert hem.

Volmaaktheid
Bill Fong is niet zomaar iemand. Bill Fong is een bowler. Bij bowlen draait alles om volmaaktheid. Iedere seconde dat de concentratie niet volkomen is, kan de wedstrijd kantelen. Of afgelopen zijn.

Mensen zijn over het algemeen niet perfect, een fout wordt niet voor niets voorafgegaan door het adjectief ‘menselijk’. Wie menselijk wil zijn, heeft in het bowlen eigenlijk niets te zoeken.

Bill Fong probeert al een leven lang te transformeren in een zware ballen werpende robot zonder gedachten, zonder hapering. Voor wie geen mens meer mag zijn, blijft de robot-optie over.

Een keer, een avond kwam hij heel dichtbij.

In Dallas hebben ze het nog wel eens over “The Night”. Dat is genoeg, dan weet iedereen waarover gesproken wordt.

The Night.

18 januari 2010.

The Night dat Bill Fong niet zomaar een perfecte set gooide (12 strikes achter elkaar), maar drie perfecte sets.

De avond begon niet goed. Fong gooide te weinig strikes. Zijn team, de Crazy Eights, begon al wat van z’n vertrouwen in haar sterwerper te verliezen.

Tot die eerste. En die tweede. Enzovoort.

36 strikes.

36 opeenvolgende keren perfectie.

Een tien aan de ringen en een tien op de vloer, een zootje ninedarters achter elkaar. Perfectie op perfectie op perfectie. Het is, in de geschiedenis van het bowlen, 21 keer voorgekomen.

Na de eerste reeks van twaalf wordt Bills naam omgeroepen over de banen. Applaus.

Bill Fong houdt van applaus. Er wordt buiten de bowlingbaan maar zelden voor hem geapplaudisseerd. Niet op school, niet thuis, niet in de liefde en niet op zijn werk.

Eenzame man
Hij is een eenzame man, een gemiddelde, eenzame man. Een man met gescheiden ouders wiens stiefvader beloofde om een bal voor hem te kopen zodra hij diens score van 120 in een beurt zou overtreffen (op die bal wacht Bill Fong nog steeds, het geeft niet, hij is het wachten gewend – hij wacht al een half leven op een beetje mazzel).

Op de baan is hij omringd door bewondering en vriendschap. Op de baan voelt Bill Fong zich pas echt thuis.

In de derde reeks (24 strikes verderop) voelt Bill Fong zich plotseling een beetje draaierig. Hij heeft niet gedronken, toch voelt hij zich aangeschoten.

Om zijn baan zijn andere spelers inmiddels gestopt om toe te kijken – het soort oploopje als ontstaat wanneer een briljante muzikant plotseling begint te spelen in een drukke winkelstraat.

Met iedere worp komt de fout een worp naderbij.

Bij 33 strikes zet Bill Fong aan voor zijn laatste eindsprint richting de eeuwigheid.

Mensen halen hun telefoontjes tevoorschijn. Hij hoort het opgewonden gemompel.

Hij voelt hoe de magie via zijn vingers zijn lijf verlaat.

Bill Fong werpt.

Negen pins vliegen onmiddellijk om, frontaal getroffen door het geweld van de bal.

Alleen pin 9.

Pin 9 blijft staan. Hij tolt alleen een beetje

De fractie van een seconde dat Pin 9 zijn evenwicht probeert te hernemen, duurt een jaar of vijf van Bill Fongs leven.

Uiteindelijk geeft ook Pin 9 zich gewonnen. Een zetje van een van de andere pins is voldoende.

Duizelig wandelt Bill Fong terug naar de sleuf waar de ballen uit tevoorschijn komen.

Nummer 34 gaat dan weer crescendo.

Nummer 35? Ook.

En dan nummer 36. De laatste horde.

Natuurlijk gaat het mis.

Pin 10 tolt wel een beetje, maar blijft moeiteloos staan.

Bill Fong is als de marathonloper die op centimeters van de finish het wereldrecord in een put stapt en van het parkoers verdwijnt.

Thuisgekomen knielt de bowler die de op 21 na beste prestatie ooit heeft geleverd, voor de toiletpot en kotst.

Bron: o.a. Michael J. Mooney, ‘The most amazing bowling story ever’, D-Magazine 2012.