A.S.D. Quarto, de eerste anti-maffia voetbalclub van Italië

Tegen de betonnen muur van de tribunes van A.S.D. Quarto is een groot spandoek gespannen. ‘Con la Legalita si vince… sempre!’, staat erop. Met eerlijkheid win je altijd.

Lang, heel lang overheerste in Quarto de stilte. Het is een anoniem boerendorp ten noordwesten van Napels. Mensen zijn er zwijgzaam, ze sparen hun adem voor het werk op het land. Of ze zwijgen, omdat het soms beter is even niets te zeggen.
Tientallen jaren was de maffia hier de baas. Eerst werden de uit broze steen opgetrokken boerderijen aan de rand gebruikt om voortvluchtige leden van de beruchte maffiafamilie Polverino te verbergen. Later, toen de kust veiliger werd, vatten de Polverino’s de lokale politiek en het bedrijfsleven bij de keel en versmachtten langzaam alles wat naar eerlijkheid zweemde. Ook het voetbal.

Deur naar de onderwereld wijd open
Voetbal is voor maffiaclans in Zuid-Italië van cruciaal belang. Wie het voetbal heeft, heeft de macht. Niets zo sterk om de sociale cohesie te bevorderen als sport, en geen sport is voor Italianen zo belangrijk als calcio. Bovendien is met de internationale liberalisering van de wetgeving op gokken de deur naar de onderwereld wijd open gezet. Gokken op voetbal is in Italië even normaal als het eten van pasta, en het manipuleren van wedstrijden om zo miljoenen te verdienen is voor de Napolitaanse camorra even alledaags als drugshandel en afpersing.

A.S.D. Quarto was jarenlang in handen van Catrese Paragliola, de zwager van Roberto Perrone, alias ‘Paperone’. Paperone was een bekend gezicht in het dorp; vroeg of laat verscheen iedereen in zijn kapperszaak.
Behalve nekken opscheren, grijze haren bijkleuren, wassen en watergolven, deed Paperone nog meer: hij was de man die er via zijn schoonbroer voor zorgen moest dat alle beslissingen die binnen de club genomen werden naar de zin van de camorra waren.
Zo leidde A.S.D. Quarto jarenlang hetzelfde bestaan als talloze clubs in de regio: zuchtend onder het juk van de georganiseerde misdaad.

Tegenwoordig is in Quarto alles anders.
Na een onderzoek met de naam Grote Schoonmaak – waarin justitie trachtte de in alle geledingen van het voetbal binnengekronkelde tentakels van de maffia een voor een af te hakken, en waarin onder meer kapper Paperone zich als pentito (spijtoptant) bij openbaar aanklager Antonello Ardituro meldde – profileert A.S.D. zich nu als de eerste anti-maffiaclub van Italië.

Doelpalen in brand gestoken
Onder leiding van voorzitter Luigi Cuomo probeert de club het verleden te begraven. Eenvoudig is het niet: rond de eerste wedstrijd van Quarto Nieuwe Stijl werd een doelpaal in de fik gestoken. Later werden de netten uit de doelen gestolen en werden dertig paar voetbalschoenen gestolen.
Tijdens sommige wedstrijden hief een groepje hooligans het lied ‘Het is het team van de smerissen’ aan. Toen dat weer eens gebeurde, liep Luigi Cuomo naar het vak en verzocht de supporters te zwijgen.
Volgens de verhalen zwegen ze onmiddellijk.

Eind november kwam het Italiaanse nationale team in Quarto op bezoek en speelde er tegen het Nuovo Quarto van Luigi Cuomo.
De Squadra, inclusief enkele spelers die verdacht worden van illegaal wedden en banden met de gokmaffia, won. Wat er allemaal ook op spandoeken gedrukt wordt: met eerlijkheid win je tegenwoordig in Italië nu eenmaal vaker niet dan wel.