Een late visite van Cristiano Ronaldo

Laat op de avond gaat de deurbel. Een boom van een vent met een muts waarop de snuit van een onidentificeerbaar beest staat afgebeeld. Bovenop wijzen twee stoffen oortjes naar omhoog. Het duurt even voordat ik de man herken.

Het is Cristiano Ronaldo. In zijn hand heeft hij een collectebus.
‘Goedenavond.’ Accentloos Nederlands.
Vanuit de huiskamer waaien de stadiongeluiden uit Bernabeu de gang in.
“RONALDO!” De overslaande bariton van Jeroen Grueter hangt even als een onoverkomelijk verschil van mening tussen ons in.
‘Ik kom collecteren,’ mompelt Cristiano Ronaldo. ‘Voor voetballers in lagere divisies die door de aanpak van matchfixing plotseling onder de armoedegrens dreigen te vallen.’
Hij slist een beetje, dat is me nooit eerder opgevallen. Een Romario-slisje is het – iedere S sleet een speekselgladde tong af voor hij z’n plek in een woord inneemt.
‘Wacht maar even,’ zeg ik en loop de kamer in. Het heeft altijd iets onaangenaams, als er een vreemde in je deuropening staat te wachten tot jij terugkomt met je overvolle portemonnee, die je niet al te zichtbaar wilt openen, omdat de collectant anders misschien wel je papiergeld ziet en zich gaat afvragen waarom jij niet een of twee van die briefjes over hebt voor noodlijdende topsporters in bijna-oorlogsgebieden of voor Indische haaien met een persoonlijkheidsstoornis of kinderen die aan chronische verveling lijden.
Op de televisie gilt Jeroen Grueter in dolby surround dat dit de wedstrijd is waar de wereld op gewacht heeft. Ik kijk naar het scherm en zie Cristiano Ronaldo een beetje vertwijfeld lachen na het missen van een kans. Zijn haar zit in dezelfde scheiding als die van de Cristiano Ronaldo in mijn deur.
‘Zou ik even naar het toilet mogen?’ vraagt Cristiano Ronaldo.
Ik ben altijd bang dat ze daar om vragen, collectanten. Het liefst zeg je natuurlijk: er staat daar een pracht van een boom en het is donker, maar zoiets doe je niet. Dat staat gelijk aan eerst tien euro geven, dan de collectebus afpakken en de deur dichtdoen.
‘Tuurlijk, kom binnen. Eerste deur links.’

Rozenbottelthee
Cristiano Ronaldo stampt keurig de restjes sneeuw van zijn opvallend mannelijke laarzen en verdwijnt in de wc. Het volgende moment luister ik naar het klateren van Cristiano Ronaldo’s hoge nood op m’n eigen, ongepoetste porselein.
De muts met de oren ligt voor de deur.
Ik installeer me weer voor de televisie en zie hoe Manchester uit een corner 0-1 maakt. ‘Shit!’ klinkt het gesmoord vanuit het toilet– misschien een scheldwoord, mogelijk slechts een constatering. Als Cristiano Ronaldo weer tevoorschijn komt, ziet hij in de herhaling nog net hoe zijn ploeg op achterstand gekomen is.
‘Wilt u misschien nog iets hebben?’ vraag ik, als hij wat hulpeloos naast de bank blijft staan, zonder aanstalten te maken te verdwijnen. ‘Een energiereep voor onderweg bijvoorbeeld? Een rolletje druivensuiker?’
‘Een kopje thee zou wel smaken, met die kou. Rozenbottel, als u heeft.’
Als ik met de thee (geen rozenbottel, en een minder dan halfvol kopje) naar de woonkamer terugkeer, zit Cristiano Ronaldo languit op mijn vaste plek van de bank. Hij kijkt ingespannen naar de wedstrijd en gebaart tegen me waar ik de thee neer kan zetten.
‘En nog iets lekkers erbij ook zeker?’ vraag ik.
‘Als u heeft. Iets zoetigs. Als u heeft, hoor.’
Dit is het vervelende van collectanten: je verkoopt ze geen nee. Zoiets doe je gewoon niet. Dus sta ik in de keuken wanneer ik de stem van Jeroen Grueter een paar koprollen hoor maken en met een plof tot stilstand hoor komen in de microfoon.
‘Ronaldo scoort!’
Ik ren terug naar de kamer, maar ben te laat. Wel zie ik nog net hoe mijn gast na een kaarsrechte juichsprong omhoog terugkeert op de plavuizen.
De rest van de avond zitten Cristiano Ronaldo en ik zwijgend naast elkaar op de bank. Af en toe sta ik op het punt hem heel ter zake doende vraag te stellen, maar ik kan steeds net niet de juiste woorden vinden.

Pauw & Witteman
Veel later, tijdens de analyse van Jan van Halst, verheft Cristiano Ronaldo zich van de bank en verdwijnt. Even heb ik de stille hoop dat hij gewoon verdwijnt zoals hij gekomen is, maar al na een paar minuten keert hij terug.
In zijn armen heeft hij een grote plastic bak – de bak die ik altijd in m’n buurt houd als ik griep heb – vol met lang geleden bedorven paprikachips.
Cristiano Ronaldo ploft naast me op de bank, graait naar de afstandsbediening en mompelt: ‘Even kijken of Pauw & Witteman nog niet begonnen isj.’