Wat hebben we aan bekvechtende journalisten?

“The more attention you pay to an enemy, the stronger you make him”. Deze tegeltjeswijsheid schoot mij gisteren te binnen toen ik op het zeer lezenswaardige blog De Buitenlandredactie een interview met Matt Steinglass las. Steinglass is Nederlandcorrespondent voor The Financial Times en The Economist.

De Amerikaan is kritisch over de Nederlandse journalistiek die volgens hem te weinig op feiten is gebaseerd, al ziet Steinglass wel verbetering. Wat hem verder opviel is dat Nederlandse journalisten elkaar regelmatig online afkatten. “Dat komt geloof ik vooral voort uit persoonlijke motieven dan dat het te maken heeft met de kwaliteit van een stuk. Ik geniet ervan,” aldus Steinglass vanuit zijn redactiezolder aan de Amsterdamse Brouwersgracht.

Fitties op Twitter
Zijn observaties over bekvechtende journalisten zijn misschien niet wetenschappelijk gestaafd, maar ik deel deze wel. Het gebeurt veel, maar niet exclusief, op Twitter. Zo zag ik alleen al deze week een discussie tussen Trouw en The Post Online omtrent de juistheid van hun artikelen over de (al dan niet) halal geslachte kippen. Het Twittergedeelte van deze strijd werd overigens unilateraal gevoerd door laatstgenoemde. Daags erna verkneukelden diverse journalisten op Twitter zich over een (vermeende) rekenfout van de Volkskrant in een artikel over de zogenoemde ‘Blok-hypotheken’.

In deze gevallen richt de kritiek zich wel op inhoudelijke elementen, maar wordt het falen van de concurrenten maar al te graag benadrukt. De kritiek is in deze gevallen niet zo zeer persoonlijk, maar gericht op het concurrerende medium. Wat winnen de journalisten hiermee? De moderne mediaconsument is weinig honkvast en schakelt tussen diverse bronnen om zijn nieuws te vergaren. Mensen willen en hebben het recht correct geïnformeerd te worden. Onderdeel van het journalistieke takenpakket is het welbekende hoor en wederhoor. Hieronder kan dus ook het corrigeren (of aanvullen) van werk van concurrerende journalisten vallen.

Elkaar afkattende journalisten wekken wantrouwen
Journalisten hoeven het zeker niet onvermeld te laten als collega’s steken laten vallen, maar wat hebben consumenten eraan om deelgenoot van de private battles van journalisten te zijn? Een buitenlandse correspondent mag zich ermee vermaken, consumenten schieten er bar weinig mee op. Elkaar afkattende journalisten wekken eerder wantrouwen in de media. Onnodig, want alle Nederlandse kranten en weblogs publiceren regelmatig zeer mooie, grappige, informatieve en ontroerende verhalen. Net zoals er overal fouten worden gemaakt want ja, heel cliché, journalistiek is en blijft mensenwerk. Werk dat bovendien wordt gemaakt onder een enorme tijdsdruk en in een overvolle markt waarin iedereen wil opvallen.

Waarom zou je dan als het onverhoopt misgaat dit de concurrent willen inwrijven? In een door testosteron beheerste wereld als het voetbal gaan Cristiano Ronaldo en Lionel Messi toch ook niet openlijk zitten genieten van elkanders gemiste kansen? Nee, zij gaan uit van hun eigen kwaliteiten en hebben als liefhebbers het vermogen ook te genieten van anderen die het kunstje beheersen. Waarom zou je als journalist niet kunnen genieten van een mooie scoop of een goed geschreven artikel van concurrenten en ondertussen uitgaan van je eigen kwaliteiten?

Maar is de gedachte dat het bespreken van ‘de vijand’, hem sterker maakt ook juist? Publistat en De Nationale Nieuwsmonitor deden onderzoek naar de wijze waarop media over elkaar schrijven. Zij onderzochten zes landelijke kranten en weblog Geenstijl. De Telegraaf wordt het vaakst (negatief) besproken door concurrenten en zou dus volgens het spreekwoord sterker gemaakt moeten zijn. Sterker betekent in dit geval niet ‘een hogere oplage’. Uit de meest recente oplagecijfers bleek dat de oplage van De Telegraaf het snelst was gedaald. Of dit toe te schrijven is aan kritische (twitterende) concurrenten? Dat ga ik hier niet beweren, al zou ik dan een fijne schietschijf voor journalisten zijn.

Meer leuke content? Like ons op Facebook