Ik beken: ik heb gebruikt

Dit artikel is niet geschikt voor jeugdige lezertjes. Er staat namelijk in dat de (ruim volwassen) schrijver in zijn jeugd ook wel eens een joint en zelfs wel eens LSD en cocaïne heeft gebruikt. Om over alcohol nog maar te zwijgen. Daarover moet je liegen tegenover de jeugd, zeker als het je eigen kinderen zijn, zo blijkt uit nieuw Amerikaans onderzoek.

Nu heb ik zelf geen kinderen, maar iedere tiener die hier binnenkomt mag gerust weten dat drugs in mijn jeugd ook al makkelijk te verkrijgen waren en dat ik enkele malen heb geëxperimenteerd met nederwiet (word ik misselijk van), met cocaïne (word ik moe van) en met LSD (kwartpilletje, merkte ik niks van). Daarna hield ik het maar bij bier en wijn. En af en toe een jenevertje, tegen de kou. Ik kan mij niet voorstellen dat een tiener van dat verhaal zo van slag raakt dat hij de eerste de beste coffeeshop opzoekt. Daarvan weet-ie waarschijnlijk het adres beter dan ik.

Hysterisch
Amerikanen zijn doorgaans nogal hysterisch als het gaat om drugs, alcohol en roken, maar met liegen tegen hun kinderen hebben ze blijkbaar minder moeite. Het onderzoek werd verricht aan de universiteit van Illinois. Daar is aan ruim 600 tieners de vraag voorgelegd of hun ouders wel eens iets hadden verteld over hun eigen drugsgebruik. De onderzoekers toonden aan, menen ze, dat als dat zo was, de tiener een grotere kans heeft om in contact te komen met drugs, of zelfs op latere leeftijd een serieus drugsprobleem te ontwikkelen.

Op grond daarvan denken de onderzoekers dat het beter zou zijn als ouders hun jeugdzonden tegen het eigen kroost zouden verzwijgen. Nog even afgezien van het hoge ‘Stapelgehalte’ van dit wetenschappelijk onderzoek: dat noemen we gewoon liegen. En dat lijkt ons voor de relatie tussen ouder en kind een stuk schadelijker dan een enkel jointje.

Liegcultuur
Nu is Amerika natuurlijk totaal anders dan Nederland. Coffeeshops hebben ze (nog) niet en daarom moet alle druggebruik daar in het geniep gebeuren, al zijn enkele staten druk doende marihuana te legaliseren. Misschien dat daarom die eigenaardige ‘liegcultuur’ is ontstaan. Herinneren wij ons niet een president die wel een jointje zou hebben gerookt maar volhield dat hij de rook niet had geïnhaleerd? En was er niet een andere die, hoewel oraal bevredigd door een ander dan zijn vrouw, zei: ‘Nee, ik had geen sexuele betrekkingen met die vrouw’?