Das Leben der Anderen des BFC Berlins

Het is 1954 en Dynamo Dresden is een van Duitslands grootste clubs van het moment, als de elf basisspelers van het elftal een bijzonder bevel krijgen. Zij worden van staatswege gesommeerd om naar Berlijn af te reizen om aldaar het nieuwe elftal van BFC Dynamo te gaan vormen.

BFC Dynamo Berlin moest koste wat het kost een voetballende afspiegeling van de DDR worden: strak georganiseerd en enorm succesvol. De man die daarvoor moest zorgen, luisterde naar de naam Erich Mielke.

Het begin
Mielke is een beruchte figuur in de Oost-Duitse geschiedenis. Hij was de leider van de Stasi en stond zodoende aan het hoofd van een immens netwerk van spionnen die miljoenen mensen in de gaten hield. Onder Mielkes leiding werden talloze bedenkelijke en ronduit belachelijke arrestaties verricht. In een corrupt en tiranniek land, was Mielke een uitstekende belichaming van het regime: een tirannieke, corrupte en uiterst sluwe man, een man die in 1931 in Berlijn twee politieagenten doodgeschoten had en naar de Sovjetunie was gevlucht, om pas na de oorlog weer in Duitsland terug te keren.

Mielke was ook voetbalgek. En vanaf het moment dat hij de leiding kreeg over BFC Dynamo, de club van de veiligheidsdienst, veranderde alles in het voetbal van de DDR.
Alles was geoorloofd om Dynamo aan de top te krijgen en te houden – matchfixing met een brutaliteit waar de gemiddelde Singaporese syndicaatleider vandaag de dag wit van om de neus zou worden.

Het succes
Bedreigingen, omkoperij en zelfs moord; in zijn wens om aan het hoofd van DDR’s beste voetbalclub te staan, stond Mielke zichzelf alles toe. Ondertussen moest Dynamo regelmatig het onderspit delven tegen Dynamo Dresden, dat ondanks de zeldzame verzwakking van 1954 weer op zijn oude niveau was gekomen en indruk maakte in Europa, door ploegen als Porto, Benfica en zelfs Juventus te verslaan. Het verhaal gaat dat Mielke na weer een landstitel van Dresden de BFC-kleedkamer binnenstormde en brulde: ‘Volgend jaar wij!’

Dat was in 1979 – geen goed jaar voor de Dynamo-voorzitter. Een van de weinige zelf opgeleide voetballers, tevens Mielkes favoriet, de klasserijke Lutz Eigendorf, was na een wedstrijd aan de andere kant van de Muur, tegen het West-Duitse 1. FC Kaiserslautern, in het Westen achtergebleven. (Vier jaar later was Eigendorf dood. Hij kwam onder verdachte omstandigheden om het leven bij een auto-ongeluk).

Vanaf dat moment namen de geruchten over omkoping en intimidatie almaar verder toe. Sommige Dynamo-wedstrijden waren ronduit gênante opeenvolgingen van scheidsrechterlijke dwalingen en onbegrijpelijke keepersfouten. Op een overduidelijk gefixte wedstrijd tegen Lokomotiv Leipzig volgde zelfs een nationaal protest tegen Mielkes praktijken, al kon vals spel vanzelfsprekend niet worden bewezen. (Veel later zou Bernd Heynemann, tegenwoordig parlementslid, toegeven dat hij als Oberliga-scheidsrechter meermalen door Mielke is benaderd met geld en bedreigingen).

Het einde
Op het laatst werd het zelfs zo bar dat Mielkes collega’s van het Politbureau hem publiekelijk begonnen af te vallen.
Maar Mielke had gekregen wat hij wilde: BFC Dynamo werd onder zijn bewind jaar na jaar kampioen van de Oberliga.
Na de val van de Muur werd Erich Mielke in 1993 alsnog veroordeeld voor de moord uit 1931, maar twee jaar later alweer vrijgelaten. Gezondheidsomstandigheden.
Erich Mielke stierf in 2000. Van zijn erfenis is in het huidige voetbal – op een handvol vreselijke verhalen na – niet veel meer over.