WK windsurfen: Dorian van Rijsselberghe op weg naar Rio 2016

Azuurblauw water, zon, een strakblauwe lucht en palmbomen. We zijn in Buzios, een schiereiland met zeven paradijselijke baaien op drie uur rijden van Rio de Janeiro. Terwijl in Nederland de temperatuur vlakboven het vriespunt hangt en de sneeuw net is gesmolten, neemt Dorian van Rijsselberghe plaats in de schaduw op het terras van de ‘Club de Vela’. Het is 35 graden en het waait stevig. “We wachten tot de wind afneemt,” vertelt zijn Nieuw-Zeelandse coach Aaron McIntosh terwijl hij aanschuift. “Er staat vandaag een intervaltraining op het programma en daar waait het nu nog te hard voor”.

Het is enkele dagen voor het WK windsurfen dat dit weekend in Buzios wordt gehouden en Dorian is in vorm. Hij werd al één keer eerder wereldkampioen, de kortste ooit. In december 2011 won hij de titel en in maart 2012 raakte hij die weer kwijt. Vijf maanden later werd hij Olympisch kampioen. Nu wil hij ook zijn wereldtitel terug.

Team
Wie denkt dat surfen een sport is die je in je eentje beoefent, heeft het mis. Samen met Zac Plavsic (CAN), Elliot Carney (GB), Marco Baglione (IT) en Aaron vormt Dorian een hecht team. Ze zitten nu een aantal weken in Brazilië vlakbij de baai waar ze trainen om het water, de stromingen en de wind hier te leren kennen. Als een hecht gezin sporten, leven, wonen, eten en delen ze een huis samen. 24 uur per dag. Geïsoleerd van vrienden en familie. De band in dit team is cruciaal voor een goede prestatie. “De karakters van de vier atleten moeten bij elkaar passen en elkaar aanvullen,” zegt de coach. In het vorige team was dit niet altijd optimaal. Iemand die negatieve energie in de groep brengt, het plezier uit het oog verliest of waar jaloezie boven komt drijven, kan enorme invloed op het team hebben. “We waren met zijn vijven een traject ingegaan tot aan Londen, en dat wil je afmaken, met zijn allen. Opgeven was geen optie. Maar makkelijk was het niet,” zegt Aaron. Eén jongen uit het oude team is na de Spelen in Londen vertrokken. Twee jonge surfers zijn bij het team gekomen. Tijdens het eten zie je hoeveel positieve energie iedereen van elkaar krijgt. “Het is leuk om deze ontwikkelingen te zien,” zegt Aaron. En Dorian straalt: “Dit is veel leuker”.

Coach
De motorboot stuitert alle kanten op als fotografe Lizette met Aaron naar de andere kant van de baai achter de surfers aan vaart. “Sorry, a bit too rough!,” schreeuwt hij als zij opnieuw een tiental centimeters van het bankje wordt gelift. Hij is een ruige gast, maar als oud-surfer zeer serieus met de sport bezig. Aaron bracht een frisse wind met zich mee toen hij een aantal jaar geleden coach werd. Hij heeft de jongens laten zien dat je lol en topsport goed kunt combineren. Ondanks zijn nadruk op plezier in het surfen draagt hij een grote verantwoordelijkheid. Omdat het team van Dorian bestaat uit vier nationaliteiten (Canadees, Brits, Italiaans en Nederlands) kijken de olympische comités van vier verschillende landen over zijn schouder mee. Plezier en vriendschap zijn dus belangrijk, maar hij is ook realistisch en streng. “Iedere surfer kost ruwweg $ 500,- per uur. Er is geen tijd om aan te klooien”. Basisvoorwaarden als materiaal en logistiek moeten in orde zijn. Het juiste materiaal moet op het juiste moment bij de hand zijn. Alleen dan kan je topprestaties leveren.

Aaron is meer dan een coach, zo zegt hij zelf. Hij is een trainer, vriend, psycholoog, organisator, opvoeder, leraar, monteur, mediator en onderbetaalde water boy. “We hebben erg geluk met Aaron,” zegt Dorian, “Het is zo belangrijk dat je je goed voelt bij een coach waar je soms maanden 24 uur per dag mee samenwerkt en woont”.

Plezier
Ze zitten met zijn allen aan een grote tafel. De Olympisch kampioen eet samen met zijn teamgenoten een Braziliaanse lunch van bonen, rijst, friet en een stuk gefrituurde vis zo taai als een schoenzool. Het contrast is groot. Voor wie de zware training niet gezien heeft, bevestigen de vier topatleten op het eerste gezicht het vooroordeel van het relaxte leven van de onbezorgde surfer. Het gesprek aan tafel gaat over de vraag wie met wie moet trouwen zodat ze indirect allemaal familie van elkaar kunnen worden. Er wordt hard gelachen en serieus kan dit onderwerp door niemand worden genomen. Al helemaal niet als je bedenkt dat ze de afgelopen maanden én komende 3.5 jaar bijna 24 uur per dag bij elkaar op de lip zullen zitten.

WK

Aaron gooit Dorian, Zac, Marco en Elliot flessen met water toe vanuit de motorboot. De helft van de training zit er op. Ze rusten een paar minuten uit al dobberend uit op hun plank. Dan wordt het nog even echt serieus. Ze varen twee onderlinge races. Dorian wint ze beide, overtuigend. Dit was de laatste training van een zwaar blok. Na een paar dagen herstellen verschijnt Dorian topfit aan de start voor een week surfen op het WK tussen 1 en 7 maart. Hij is erop gebrand om zijn titel terug te veroveren hier in deze prachtige blauwe baai vlakbij het mooie, warme Rio.

 

Over het Rio 2016 project
In 2016 is Brazilië de host van de Olympische Zomerspelen. Ondanks dat Londen 2012 maar net achter de rug lijkt, zijn de Nederlandse topatleten inmiddels alweer volop aan het trainen voor Rio 2016. De komende drie en een half jaar volgt fotografe Lizette van der Kamp samen met journalisten Marijn de Vries en Hanneke Grutterink de vorderingen van topatleten als Marianne Vos (Olympisch kampioen wielrennen), Dorian van Rijsselberghe (Olympisch kampioen RS:X), Nouchka Fontijn (Boksen), Anicka van Emden (Judo), Eelke van Meer (Rugby 7s) en Sebastiaan Verschuren (Zwemmen). Het project is te volgen via: rio2016project.com

Marijn de Vries is columnist en wielrenster en schreef samen met Nynke de Jong het boek Vrouw en fiets.

Hanneke Grutterink is journalist en volgt op dit moment de masterclass onderzoeksjournalistiek van De Groene Amsterdammer.

Lizette van der Kamp is fotograaf en werkt als ingenieur bij Artsen zonder Grenzen. In haar boek London Calling portretteerde ze meer dan 45 atleten op hun weg naar de Olympische Zomerspelen in 2012.

Hanneke Grutterink en Lizette van der Kamp