Dankjewel, Michael Boogerd. Voor alles.

Vandaag ziet de wereld er een heel klein beetje anders uit. Michael Boogerd, de man die mijn jeugd hielp inkleuren en die ik tot ver voorbij mijn adolescentie aanmoedigde alsof het mijn broer of mijn buurjongen was die daar weer net niet won, heeft bekend.

De druk is hem te machtig geworden, de wereld is veranderd en dat wat ooit normaal was, is nu uit den boze. Lang leek hij de fictie boven de waarheid te verkiezen, zoals velen, maar onderwijl raakte hij meer en meer verstrikt in een web van kleverige leugens die elkaar niet meer als vanzelf aanvulden.

Steeds vaker ook werd hij in zijn dromen bezocht door een man die hij eerder nog zijn volledige vertrouwen had geschonken. Stefan Matschiner zou nooit spreken, dacht Michael Boogerd. Zoals Michael Rasmussen, Thomas Dekker en Theo de Rooij nooit zouden spreken.
Zoals niemand ooit zou spreken.
Omdat je dat nu eenmaal niet doet, spreken.
Dat was toch afgesproken?
What happens in Vienna
‘Ik heb hem wel eens ontmoet bij een wedstrijd.’
‘Ik heb met hem in een wijnbar gezeten.’
‘Ik kocht afslankmiddelen voor mijn vrouw.’
‘Ik kocht vitaminen. Voor 17.000 euro, ja. Waarom niet?’

Geen leugens
Het waren al heel lang geen leugens meer die Boogerd vertelde. Het waren pogingen een wereld in stand te houden die zo vreselijk lang de zijne is geweest, een wereld waar regels en wetten gelden. Die regels en wetten zijn intussen veranderd of opgerekt of in elk geval worden ze tegenwoordig wat anders geïnterpreteerd.

Dat moet ergens na 2007 zijn gebeurd, in de tijd dat Michael Boogerd niet meer fietste en dat ze bij de Rabobank niets meer met hem te maken wilden hebben. Hij ging kunstschaatsen, commentaar leveren en stroperige televisieprogramma’s presenteren. Het een ging hem beter af dan het ander, maar nergens trof hij aan wat hij al die jaren in het wielrennen gevonden had: een onvoorwaardelijke liefde die voor altijd wederzijds leek te zijn.

Michael Boogerd hield van het wielrennen zoals maar weinigen van wielrennen hebben gehouden. Hem horen praten over wedstrijden, verzetten, bergen en historische coureurs was als luisteren naar een verhulde liefdesverklaring en een dankwoord ineen: ik hou van je en ik ben blij dat jij ook van mij houdt.

Nog altijd houdt Boogerd van wielrennen. Hij heeft het nodige mispeuterd, in een wereld waarin bedrog de norm was hield hij zich aan die norm. In veel gevallen was het een misdaad in koelen bloede, in het geval-Boogerd geloof ik heilig in een crime passionel. Hij wilde meedoen, erbij zijn, hij wilde dat de sport net zo dol op hem zou worden als hij op haar. En toen het afgelopen was, wilde hij niet flauw zijn, zijn geliefde de rug niet toekeren. Geen regels veranderen als het spel al gespeeld is.

Voor altijd een jongetje
Michael Boogerd, voor altijd een jongetje. Een dom jongetje, een schuldig jongetje, maar: een jongetje. Toen iedereen in de klas al had toegegeven dat ze allemaal hadden meegeholpen om ‘Juf is stom’ op het bord te kliederen, zweeg hij als enige nog.

Toen iedereen naar huis mocht, moest hij blijven zitten. De strenge juffenblik van een heel land op zijn schuldbewust gebogen hoofd gericht.
We wilden het hem graag nog even zelf horen zeggen.
We zouden vergeven, maar niet vergeten.
We zouden de bedrogen geliefde spelen.
Ik moet steeds denken aan die etappezege in Aix-les-Bains. De Tour van ’96. Clean, althans, dat zegt hij. Die jongen die daar over de streep komt, die jongen die zo ontzettend veel van wielrennen houdt.
Die jongen, is dat niet eigenlijk de echte bedrogen geliefde?

Michael Boogerd, als jij en het wielrennen nu toch uit elkaar gaan, laat ons dan in ieder geval vrienden blijven.