Beste Wilfried de Jong: HOLLAND SPORT MOET TERUG!

Dag Wilfried de Jong, 

Eenmaal hebben wij elkaar ontmoet. Twee minuten duurde die ontmoeting.
Het was in het minuscule Rotterdamse theatertje Walhalla, waar zaal, tribune en foyer uit ruimtebesparende overwegingen dezelfde ruimte beslaan.

Jij droeg een donkerblauw pak. Wat ik droeg weet ik niet meer, maar een donkerblauw pak was het zeker niet. Mijn donkerblauwe pak reserveer ik voor Kerst en voor het Boekenbal, waar ik dit jaar niet heen kan, wegens geen boek.
Die ontmoeting was na een glanzend optreden van de theatervoorstelling Muur on Tour (van het gelijknamige literaire wielertijdschrift waaraan we beiden wel eens een bijdrage leverden). Iemand stelde ons aan elkaar voor, ik kreeg jouw hand en jij de mijne. Ik vermoed dat we ook enkele kennismakingszinnetjes hebben uitgewisseld – die zijn dan uit mijn geheugen verdwenen. Ik vertrouw erop dat het niets bijzonders was.

(Ik tutoyeer je, zoals je merkt. Je bent – ondanks ons leeftijdsverschil – uiterst tutoyeerbaar; dat is een groot compliment, of in elk geval bedoel ik het zo).
Later die avond, in de auto van Rotterdam naar Utrecht, leerde ik trouwens voor het oeuvre van The Tallest Man on Earth kennen. Jij bent meer een jazzman, maar die Tallest Man moet je toch echt eens proberen.

Sinds die avond in Walhalla waren onze ontmoetingen louter eenzijdig: ik zag je wel, maar jij mij niet, omdat er een vierde theaterwand of een televisiescherm tussen ons zat.
Hier opschrijven dat wij elkaar regelmatig zien en spreken, zou bewijzen dat ik mij ontwikkel tot iemand die niet meer genoeg heeft aan de waarheid, omdat die waarheid saaier is dan zijn geest wenst te bevatten.

Holland Sport moet terug
Toch spreek ik je hierbij aan, op basis van die ene keer, die twee minuten in Rotterdam, want er is iets waarvan ik vind dat je het moet weten.
HOLLAND SPORT MOET TERUG.
En dat bedoel ik letterlijk. Geen ‘Zou je over een terugkeer willen nadenken?’ Geen ‘Is een theatertour geen leuk idee?’ Geen ‘Misschien een Holland Sport-achtige show met vaste gasten?’. Nee.
HOLLAND SPORT MOET TERUG.
Ik zal even uitleggen waarom.

Zojuist heb ik je Holland Sport-documentaire over Milaan – San Remo bekeken. Het was prachtig, en bovenal heerlijk, als een gerecht waar de kok zich tot de laatste gram aan de in het recept voorgeschreven ingrediënthoeveelheden heeft gehouden.
Een bodem van historisch besef, een terrine van couleur locale, een flinke plens briljant camerawerk en een paar snufjes biedermeierromantiek en veelbetekenende stilte.
En verdomd, weer een kunststukje.

We dachten dat het voor eeuwig was
Maar je begrijpt zelf ook wel: hier kun je het niet bij laten, bij zo’n handjevol prachtreportages verspreid over een volledig televisieseizoen. Vroeger, toen wij allemaal nog niet wisten dat er ooit een tijd na Holland Sport zou zijn, kregen we allemaal een wekelijkse shot met moois en fijns en origineels. Een massagetafeltje, een minidocumentairetje, een interviewtje, een Holland Sport-museumpje, een fietsspelletje, die limonadeflesjes met die rietjes alsof de jaren vijftig met zijn jongenstribunes en twee flesjes spuitwater voor een kwartje nooit zijn voorbijgegaan, dat bedoeld ruwe van de houten interviewtafel, dat ongegeneerde zwelgen in een romantiek die voorbij leek tot Holland Sport hem reanimeerde; we dachten dat het voor eeuwig en altijd zou zijn.

Fotoalbum Vakantie 2012
Je weet pas hoe zeer je van iets hield als het er niet meer is. Nu Holland Sport al enkele jaren niet meer op het scherm is, kan ik zeggen dat ik ontzettend van het programma heb gehouden. Zoals dat gaat met hevige liefdes: het leven gaat door, je moet door. Maar ergens is iets onherstelbaar beschadigd. En dat iets kan nooit meer gerepareerd.

Af en toe kijk ik op de VPRO-site een aflevering terug, met sporters over wie niemand het nog heeft, met onderwerpen die achterhaald zijn, ronduit camp of soms zelfs een beetje flauw. Ik zie een hockeyster met hondjes die geen zin hebben in een trucje, ik zie Ricky van den Bergh latjetrappen omdat hem dat in de wedstrijden ook zo goed af gaat, ik zie Thomas Dekker onbeholpen liegen tegen zijn beste vriend, ik zie afgetrainde, gerimpelde en met littekens bezaaide lijven op je massagetafel liggen.

Ik kijk naar die items zoals je een paar maanden nadat de verkering is uitgegaan nog eens door het mapje ‘Vakantiefoto’s’ bladert. Wat was het mooi en wat is het onherroepelijk voorbij.
Liefdes gaan over. Zo gaat dat, met liefdes, dat het opeens op is. Dat de een zegt dat het genoeg geweest is en dat de ander zich daar maar in te schikken heeft. Dat kan.

Herstel van het verbond
Maar dat ontslaat de gedumpte geliefde niet van de plicht om voor herstel van het verbond te knokken. Dat is wat ik hier doe, daarom schrijf ik je dit, met slechts twee minuten gesprek op onze gezamenlijke teller: HOLLAND SPORT MOET TERUG.
En als ik dan toch mijn wensenlijstje aan je voorleg: liefst op zondagmiddag, als het late middaglicht de kamer binnenvalt, zodat je de gordijnen moet sluiten om het televisiescherm te kunnen zien. Liefst volgens dat meesterlijke recept dat alleen jij lijkt te kennen en dat zo vaak bijna achterhaald is, maar nooit helemaal, omdat alleen jij de geheime ingrediënten kent, omdat jij het geheime ingrediënt bent.
Holland Sport is de Coca Cola onder de sportprogramma’s. En geef toe: een leven lang Pepsi, dat wens je niemand toe.

Tot een volgende keer, misschien in Walhalla, misschien elders, in elk geval ergens, ooit,

Tot dan.

PS
Vergeet niet: The Tallest Man on Earth.

PPS
Holland Sport moet terug.