Het boekenbal: verliefd op Heleen van Royen

Het was m’n eerste keer, dit jaar. En niet eens helemaal echt, want ik had m’n kaartje geregeld via vrienden met een perskaart.

Ik moest via een achterdeur naar binnen en mijn eigen jas ophangen. Dat gevoel beklijfde eigenlijk de hele avond: alsof ik een feest was binnengedrongen waar ik niet thuis hoorde. Alsof Conny Palmen elk moment vanaf het balkon met haar vingers kon knippen: ‘Wie is die beunhaas? 1500 exemplaren verkocht zeg je? Gooi ‘m eruit!’

Relletjes voortdurend op de loer
Wat een verschil met de uitreiking van de Gouden Kalveren. In de filmindustrie weet je nooit of je nog met iemand moet samenwerken. Dat maakt feestjes veilig. Écht dronken word je pas daarna, met je vrienden in de kroeg. In dat opzicht is het boekenbal een onvergetelijk feest. Een gespannen en dronken avond, met relletjes voortdurend op de loer.

Op twitter had ik aangekondigd Heleen van Royen te gaan versieren. Eenmaal daar bleek ik onderdeel te zijn van een eigenaardige trend. Ik sprak vijf mensen die, afzonderlijk van elkaar, met dezelfde missie bezig waren. Tongen met Heleen.

Het is een opstandig toneelstukje. Zoals de Nummer 1 ooit op een trap ging zitten: ze moeten niet denken dat ik het allemaal zo serieus neem, dat hele boekenbal. Het heilige ontheiligen, de hele avond lang, jaar in jaar uit. Tot dat plekje op de trap weer een soort bedevaartsoord op zichzelf wordt. Het ontheiligde weer heilig.

Heleen maakt mannen onrustig
Heleen van Royen past perfect in dat plaatje. Ze maakt mannen ontzettend onrustig. Noem haar naam op twitter en het regent hitsige scheldpartijen. We voelen ons niet de baas en moeten daar onmiddellijk iets aan doen. Tongen met Heleen, op dat sjieke boekenbal nog wel. Kijk mij nou.

‘Heleen gespot in de zaal’ stuurt iemand me rond middernacht. Heleen is op het rookbalkon. Ze staat boven. Ze staat aan de bar. Ze is al naar huis. En ik voortdurend erachteraan, mezelf moed indrinkend. Heel veel moed. Zoveel moed dat ik uiteindelijk, draaiend op m’n benen, Heleen vind op de dansvloer. Dat moet een hilarisch gezicht zijn geweest. Zenuwachtig ronddralen, een half dronken praatje geprobeerd, een colaatje light voor d’r gehaald en twee keer op de foto. En Heleen maar lachen, als een ware professional. Die weet al lang hoe dit afloopt.

Dat ventje gaat om drie uur naar huis, valt in z’n nieuwe pak in slaap en droomt dat hij er volgend jaar al iets meer bij hoort. ‘Heleen nog geregeld?’ vragen zijn vrienden de dag erna. ‘Bijna,’ liegt hij schaamteloos.

Ik ben verliefd.

Willem Bosch