Milaan – San Remo 2013: net het leven, maar dan uitvergroot

Met bakken kwam het uit de hemel gister, tijdens de 107e editie van Milaan-San Remo. Regen, hagel, sneeuw, kou, narigheid; het kon niet op. Ik zat warm binnen, behaaglijk met mijn rug tegen de loeiende verwarming en volgde op internet de ontwikkelingen.

Met de minuut leken de omstandigheden epischer te worden: de foto’s die via Twitter hun weg over de wereld zochten, waren veelal close-ups van uitgemergelde koppen, met druppels aan neuzen, ogen die angstig ver in de kassen lagen en van afgrijzen opengesperde muilen. Het ijskoude vocht was door de talloze kledinglagen heen in de rennerslijven gezakt, om zich daar in de botten te nestelen en de boel van binnenuit lam te leggen.

Robbie Hunter zit er doorheen (foto gemaakt door David Millar)

De angst het nooit meer warm te zullen krijgen
Een foto toonde een jonge Italiaan in een gifgele outfit. Hij hing als een inderhaast uitgetrokken en neergegooide trui in een hoek van de rennersbus. De kou had alle energie uit zijn lichaam gezogen, in zijn ogen stond de angst te lezen het nooit meer warm te zullen krijgen.
Hij huilde.

Tot de live uitzending van de ingekorte uitzending begon, zocht ik het internet af naar de beelden die het gebrek aan menselijkheid van de omstandigheden het best wisten te vatten. Ze hadden iets onmiskenbaar pornografisch, die foto’s van besneeuwde vlakten met die half overleden mannetjes op de fiets erin. Het verboden genoegen ernaar te kijken en er plezier aan te beleven, zinderde over het internet.

Via Kev Brown

Was het strafbaar, wat hier gebeurde?
Sport is al lang geleden veranderd in een niet onaanzienlijke zijtak van de entertainmentindustrie, maar wanneer gaat entertainment over in marteling? Was het misschien zelfs strafbaar, wat hier gebeurde?
Het is algemeen bekend dat je sporters hun grenzen eindeloos kunt laten verleggen, net zo lang tot ze over het randje vallen. De rand van de wet, van de gezondheid of van het leven; sporters – en wielrenners in het bijzonder – houden geen halt. Nooit. Als het om risico’s en ontberingen gaat, zijn wielrenners namelijk niet helemaal goed wijs.

Die eigenschap maakt van hen getalenteerde sporters. Tom Boonen stapte na de ingelaste lunchpauze niet meer op. Hij vond het schandalig, en niet kunnen en onverantwoord. Hij had gelijk, maar ook weer niet. Het merendeel van zijn collega’s deed een poging de helletocht naar San Remo te volbrengen, of zelfs te winnen. De meerderheid heeft immers gelijk en de meerderheid fietste gisteren verder, de onderkoeling en de onvermijdelijke slippartijen in de levensgevaarlijke afdalingen tegemoet.

Een schaalmodel van het leven
Wielrennen is als het leven, zeggen ze. Maar als wielrennen als het leven zou zijn, kon ik op zondagmiddag ook gewoon naar buiten kijken. Wielrennen is een uitvergroting van het leven, een karikatuur, een model op een steeds veranderende schaal. Zoals Tom Boonen gisteren misschien de verstandigste was, zo zijn er in het echte leven ook altijd mensen die de verstandigste zijn. Zoals de meerderheid misschien koos voor de roekeloosheid van de linke poolexpeditie, zo is de meerderheid in het echte leven ook roekeloos en soms zelfs gevaarlijk.

Het verhaal van Milaan – San Remo 2013 werd gisteren geschreven zonder een rol voor Tom Boonen. Het werd een verhaal als een klassiek heldendicht, met beren van kerels als protagonisten, als de eroi die in Italië worden bezongen alsof zij dagelijks een paar mensenlevens redden en oude vrouwtjes de straat over helpen, in plaats van dat zij over eigen roem, plezier en financieel gewin op een vochtige lentedag door de Bloemenriviera fietsen.

Wie zo naar sport kijkt, kan er beter meteen mee ophouden. In de koers wint het verhaal het altijd van de realiteit, de lyriek van de nuchterheid, de roekeloosheid van de rede. Dat is soms gevaarlijk, vaak ongezond. Zoals het leven dus, maar dan uitvergroot.

Het wezen van de sport
De laatste vijf kilometer van Milaan – San Remo 2013 zullen de geschiedenis ingaan als een van de fraaiste vijf kilometers uit de recente geschiedenis. Het voortdurende wisselen van de kansen, de overmoed, de onderschatting, de uitputting, de verrassing, de bevestiging, het profiteren, de spanning, de opluchting, het gevaar, het afwegen en het gokken; het wezen van de sport gecomprimeerd in minder dan 5.000 meter.

De exhibitionistische foto’s vol van leed zijn er voor de eeuwigheid, de discussie over onverantwoorde risico’s en te nemen verantwoordelijkheden ook, zo valt te vrezen. Maar vooral ook de herinnering aan die paar minuten dat het wielrennen zich weer eens van z’n allerbeste kant liet zien, die paar minuten van puur plezier in zorgelijke tijden.
Jaja, inderdaad.
Net als het leven, maar dan uitvergroot.