De Correspondent van Rob Wijnberg is een journalistieke Lowlands

Gisteren lanceerde Rob Wijnberg zijn nieuwe online medium De Correspondent. Voor €60 per jaar word je iedere dag voorzien van artikelen of podcasts die “de wereld en het nieuws uit die wereld van meer context te voorzien.” Het zijn vooral de grote namen van Arnon Grunberg tot Femke Halsema en Joris Luyendijk tot Ewald Engelen die opzien baren.

Al tijden worstelt het medialandschap met de vraag hoe kwaliteitsjournalistiek op het open internet aan de man te brengen. Voor kranten is de website nog altijd het uithangbord van de papieren versie, maar ook de Volkskrant en NRC Handelsblad zijn voornemens om in ieder geval een deel van de artikelen achter een betaalmuur te zetten.

Journalistieke Lowlands
Nieuwste loot aan de stam van de hopelijk rendabele online journalistiek is De Correspondent dat met een grootse lancering gisteren in korte tijd een groot genoeg lezerspubliek aan zich wil binden om te overleven. Wat opvalt is dat De Correspondent – net als het eerder gelanceerde De Nieuwe Pers – zich zeer sterk voorstaat op de kwaliteit en statuur van haar schrijvers. Bij DNP kunnen losse abonnementen gekocht worden voor journalisten als Arnold Karskens en Peter Wierenga, bij Wijnbergs nieuwe project vormen de journalisten nadrukkelijk het uithangbord op de website.

Dat is niet gek, Wijnberg is er in korte tijd in geslaagd een indrukwekkende lijst schrijvers aan zich te binden die weliswaar nog wat vrouwen mist, maar die voldoende power lijkt te hebben om het publieke debat te domineren. Het is niet voor niets dat het nieuwe medium in een halve dag al een kwart van het benodigde aantal leden binnenhaalde. De Correspondent leunt op de reputatie van haar initiatiefnemers, zoals Lowlands kaarten kan verkopen zonder dat de line-up bekend is, simpelweg omdat het Lowlands is.

Journalist als deskundige
Het zijn dus de namen die het nieuwe product aantrekkelijk maken en dat lijkt een trend in het journalistieke landschap. Waren het voorheen de merknamen van NRC tot Volkskrant die konden leunen op hun reputatie als kwaliteitsjournalistiek product, tegenwoordig zijn het de journalisten die middels Twitter en als deskundige in andere media, hun product representeren en verkopen.

AD-journalist Sjoerd Mossou zit als voetbalkenner tegenwoordig regelmatig aan bij Studio Voetbal, Mathijs Bouman van het Financieele Dagblad duidt in De Wereld Draait Door de financiële crisis en bij Pauw en Witteman is Volkskrant-correspondent Natalie Righton het gezicht geworden van de strijd in Uruzgan.

Ondertussen komen er jaarlijks nog honderden journalisten van hogescholen en universitaire masters die moeten vechten om een bescheiden plekje in het journalistieke landschap. Lekker warm van start gaan onder de vleugels van een journalistiek kwaliteitsmedium, waar je met een jaarcontract de kans krijgt om te groeien als schrijver is slechts een fractie van hen gegeven.

Verhalenvertellers en ondernemers
Wat De Correspondent duidelijk maakt is dat die kansen schaarser en schaarser zullen worden. Ook beginnende journalisten zullen zichzelf in de markt moeten gaan zetten en pal achter hun product gaan staan. Die les zal ook in de curricula van de journalistieke opleidingen begrepen moeten worden, om straks een hele generatie journalisten te equiperen voor een felbegeerde plek in het medialandschap.

De Universiteit van Amsterdam stelde onlangs Mark Deuze aan als hoogleraar mediastudies. Deuze lijkt de journalistieke boodschap die De Correspondent nog maar eens afgeeft te hebben begrepen: “Het is mijn doel om onze journalistenopleiding die richting in te sturen – weg van het opleiden voor de redacties van omroep en uitgeverij, nadrukkelijker in de richting van het opleiden van zelfstandige verhalenvertellers en ondernemers met een hele duidelijke, eigen visie en identiteit.” Opdat er de komende jaren maar een hoop nieuwe Arnon Grunbergs en Ewald Engelens zullen afstuderen.