De tragische dood van een eenzame, homoseksuele voetballer

Bij het lezen van de naam van Heinz Bonn moest ik denken aan Colin Firth. Die laatste speelt in de film A single man (2009, regie: Tom Ford) een eenzame homo die op de laatste dag van zijn leven worstelt met het leven en de dood.

Heinz Bonn zou de nieuwe Franz Beckenbauer worden, zo was het bedacht. Zo gebeurde het niet.

Toen hij in 1970 van de dorpsclub Wuppertaler SV naar het grote Hamburger SV verhuisde, was Heinz Bonn een soevereine, stijlvolle ausputzer. Maar eenmaal in Hamburg veranderde alles. Bonn werd schijnbaar van de ene dag op de andere een snoeiharde verdediger, hij beging overtredingen waar hij vroeger zijn neus voor zou hebben opgehaald. In interviews gaf hij hoog op van Berti Vogts, zijn nieuwe idool. Vogts, de onooglijke mandekker die met z’n nauwelijks zichtbare voetbaltalent toch de voetbaltop had bereikt. Waar was Bonns liefde voor de stijlvolle Beckenbauer gebleven? Waar was de oude Heinz Bonn gebleven?

Het enigma-Bonn
Bonn weigerde zwaktes te tonen. Niemand in Hamburg die iets van hem wist. Waar hij woonde, waar hij naartoe ging na de trainingen, waar zijn ouders woonden, of hij een vrouw had. Heinz Bonn, het enigma uit Wuppertal. Iedere vraag die niet direct met het voetbal te maken had, werd gepareerd met een verlegen glimlach, als een verontschuldiging voor iets waarvan niemand precies wist wat het was. Het was diezelfde bescheidenheid, die kalmte onder grote druk, die Heinz Bonn bij zijn teamgenoten mateloos populair maakte. Zij vermoedden achter die zwijgzaamheid een zelfverzekerdheid die niet bestond.

Bovendien kon men altijd op Heinz Bonn rekenen. Hij was de hardste werker die men in Hamburg ooit gezien had, de man die als eerste op het trainingsveld stond en er als laatste weer vanaf kwam. Toen hij op een keer ’s ochtends in het ziekenhuis onder volledige narcose was geweest voor een onderzoek, meldde hij zich diezelfde middag in de spelersbus die op weg zou gaan naar Oberhausen.
‘Ich komme mit,’ zei Heinz Bonn en ging zitten.

Die middag leed HSV zijn grootste nederlaag uit de geschiedenis. Heinz Bonns tegenstander Hans Schumacher scoorde vijf doelpunten en op sommige momenten was Bonn zo verward dat hij minutenlang medespelers stond te dekken.
Die wedstrijd luidde het begin van het einde van Heinz Bonn in.

Eenzaamheid
De eenzaamheid die hij koesterde, begon hem meer en meer ook te frustreren en maakte van de bescheiden, vriendelijke jongen een rotte appel in de mand die heel het Hamburgs fruit tot schand maakte. Er volgden talloze blessures, waaronder een chronische aan de knie. Vier operaties en talloze kleinere ingrepen volgden, maar de knie was kapot. Kapotgetraind.

In 1973 verliet Heinz Bonn HSV en verhuisde naar Arminia Bielefeld. Zijn loopbaan zou nog jaren duren, maar nooit meer zou hij het niveau bereiken dat hij bij zijn entree in Hamburg dacht te zullen halen.
De eenzaamheid had van hem een onmogelijk figuur gemaakt. Een onmogelijk figuur dat nog dronk ook.

Aan het eind van zijn loopbaan betrok Heinz Bonn een eenvoudig huisje in Hannover en teerde verder in op het geld dat hij in Hamburg gespaard had.
Jaren werd er niets van Heinz Bonn vernomen.
Tot er op 5 december 1991 naar de politie van Hannover werd gebeld. Een vrouwenstem. ‘Ik heb een lijk gevonden. Mijn buurman. Overal bloed.’

De bewoner van het flatje naast dat van de vrouw heette Heinz Bonn. Hij was door messteken om het leven gebracht en was minstens al een week dood.
Pas na zijn dood werd duidelijk dat Heinz Bonn een leven lang had verzwegen dat hij op mannen viel en zich jaren in de soms ongure homoscenes van Hamburg en Hannover opgehouden had. De jongen die hem de messteken had toegebracht, had hij kort daarvoor betaald voor seks.

Het eenzaamste einde wat je je kunt indenken. Heinz Bonn stierf zoals hij altijd geleefd had. Alleen, zwijgzaam. Opgesloten in een verontschuldiging voor iets waarvan niemand precies wist wat het was. Net als Colin Firth, in die film.