Arpad Weisz verdient een biografie. Van Michel van Egmond

In de Voetbal International van een paar weken geleden las ik op de iedere week weer sublieme pagina’s die Michel van Egmond met de meest uiteenlopende onderwerpen vult, een levensbeschrijving van Arpad Weisz, ooit trainer van Internazionale, daarna van DFC uit Dordrecht, gestorven in Auschwitz en vervolgens volkomen vergeten door de wereld.

Het was een prachtig stuk. Niet zo vreemd – Van Egmond is met afstand de grootste stilist van het peloton voetbaljournalisten; hij is een groot schrijver die toevallig in het voetbal verzeild geraakt is – maar toch: prachtig.
Weisz was de trainer die kort voor de oorlog van Bologna een Italiaans kampioen knutselde, hij was de man die Giuseppe Meazza in het eerste van Inter liet debuteren en zag hoe die jongen van zeventien die middag twee doelpunten maakte.

De man die
De man die uit Italië vertrok na het uitvaardigen van Mussolini’s rassenwetten.
Hij was de man die in de oorlog vanuit Parijs naar Nederland kwam, om het als een pudding inzakkende DFC voor de Eerste Klasse te behoeden. De handen van de wonderdokter zouden genezing naar Zuid-Holland moeten brengen.
De man over wie DFC op 15 september 1941 een brief van de politiecommissaris ontving, een brief waarin duidelijk gemaakt werd dat de club toch maar beter geen joden in dienst kon nemen.
De man die op 2 augustus 1942 samen met zijn vrouw en kinderen wordt gearresteerd en gedeporteerd.
Vanaf het Betlehemplein, nota bene.
De man die in de trein naar Auschwitz stapte.
De man die bij aankomst van zijn Ilona, zoontje Robert en dochtertje Klara werd gescheiden.
De man die het kamp nooit meer verlaten zou en op 31 januari 1944 stierf, in de anonimiteit van de reusachtige gruwel.
De man die vergeten werd.
De man naar wiens naam je in de archieven kunt zoeken tot je een ons weegt.
De man die niet zo lang geleden plotseling weer opdook, op het shirt van Inter, met zijn portret naast de tekst “Nee tegen racisme”.
De man die een biografie verdient, bij voorkeur geschreven door Michel van Egmond.
De man die we allemaal vergeten waren.
Arpad Weisz dus.
Ik herhaal: ARPAD WEISZ.