Complimenten van Louis van Gaal klinken als vreselijke beledigingen

Louis van Gaal is mijn zwakke plek.

Uren kan ik het internet afstruinen naar filmpjes waarin hij als een gekooid wild dier over het trainingsveld ijsbeert, af en toe een speler naar zich toe dirigeert en die speler vervolgens een belediging toeblaft. Of fragmenten van persconferenties waar de sfeer onder de laserogen van Louis lijkt te bevriezen en journalisten trillend van angst een veilig heenkomen zoeken.

(Een tip voor die journalisten die zich bij een volgende van Louis’ legendarische woede-uitbarstingen bijtijds in vrijheid willen brengen: kort voor de ontploffing zelf fixeert hij de prooi met zijn blik, vervolgens tekent zich op zijn gezicht Code Rood af en buigt hij langzaam voorover naar de microfoon, alsof hij hem met een welgemikte hap van het steeltje zal bijten. Dit is het moment om te vluchten. Bent u te laat, sluit dan ramen en deuren en breng eventuele breekbare kostbaarheden in veiligheid. En: sterkte).

Onmiskenbare dreiging
Het ontroerendst zijn de filmpjes waarin Louis van Gaal probeert blij te zijn.
Op die beelden zie je dat vreugde een staat is waarin hij zich niet helemaal thuis voelt. Van Gaals blijdschap is van het verbetene soort, het is de blijdschap die direct naast woede woont. Wanneer je Louis van Gaal ziet juichen en het geluid staat uit, ben je bang dat hij van pure kwaadheid uit elkaar barst.

Nou ja, met geluid eigenlijk ook. Zinnen die an sich positief lijken, transformeren in de mond van Van Gaal tot aanklachten, tot persoonlijke aantijgingen waaraan je  geneigd bent onmiddellijk iets te doen.
“WIJ ZIJN DE BESTE VAN NEDERLAND!” bijvoorbeeld,
Ook de tekst van complimenten zet hij op een melodie van de belediging, waardoor van iedere positieve mededeling iets onmiskenbaar dreigends uitgaat.
“Dat is een heel goeie vraag, die je daar stelt.” Doodeng.

OOOOOH! Wat goed!
Vroeger zei Louis alleen bij hoge uitzondering iets uitgesproken opgewekts. Daar lag zijn kracht niet, en hij wist het. Maar tijden veranderen: Louis van Gaal is tegenwoordig het zonnetje in huis. Het viel zelfs de trouwe volgers van de NOS op, mannen die Van Gaal al volgden toen hij nog vooral woedend met gestrekt been door de lucht zweefde en journalisten onomwonden koeioneerde of op zijn almaar uitdijende zwarte lijst zette, met de verbeten vastberadenheid van Joseph McCarthy in zijn beste dagen.

Zo kwam het dat ik gisteren een filmpje op de NOS-site aantrof. Het duurt slechts twintig seconden, zodat zelfs vijftien keer kijken (wat ik deed) zo gebeurd was.
Op het filmpje staat Louis op een trainingsveld, er hangt een scheidsrechtersfluitje uit zijn mond en hij schreeuwt zijn manschappen toe.
Hij kijkt erg boos.
Wie het filmpje zonder geluid bekijkt, zou kunnen denken dat het beledigingen zijn die hij schreeuwt. Dat hij bij Arjen Robben informeert of die nou zo dom is, of hij zo slim.
Maar dat is niet zo.
“Goed, De Vrij man!!”
“Lekker hoor, Janmaat!”
“OOOOOOOH, Rafael, fantastisch jongen!”
“Fan-tas-tisch gedaan, Martins Indi!”
“Dat is ook goed, Tony, die rust in je spel.”

Hij mag dan met de dag opgewekter worden, Louis, en misschien komt er een dag dat hij zelfs, mild en wijs geworden, verontschuldigend en een beetje beschaamd glimlacht om al die legendarische driftbuien. Voorlopig klinken zijn complimenten echter nog altijd als de vreselijkste beledigingen. Dat dat nog maar lang zo mag blijven.