We worden WERELDKAMPIOEN

Tijdens de negentig minuten windstilte in de Amsterdam Arena die gisteravond op SBS als Nederland – Estland stond geprogrammeerd, las ik in de krant hoe Louis van Gaal voor het eerst het W-woord in de mond nam.

Wereldkampioen. Ik kon me er nog even niets bij voorstellen. Het was even geleden dat het woord in relatie tot het Nederlands Elftal door mijn gedachten gekuierd was. Zelfs in het gouden jaar 2010 heb ik geen moment gedacht: dit verdedigende zootje geregeld vol omhooggevallen minkukels is bezig de beste van de wereld te worden.

Sommige gedachten kun je maar beter niet toelaten, voor je het weet wen je eraan.
Maar nadat ik het woord eens een paar keer overgelezen had, het met een markeerstift had aangestreept en het vijf keer op wisselende toonhoogte had uitgesproken, nam het geloof bezit van mij.

Nederland Wereldkampioen. Ja, waarom eigenlijk ook niet. Vette kans. Je moet rekenen: die Spanjaarden hebben jaren aan de bloedzakken van Fuentes gelegen, daar is de fut tegen volgende zomer wel zo’n beetje uit, de Duitsers zullen ook niet eeuwig zo’n fris spelend, aanvallend elftal blijven – waar zijn het anders Duitsers voor – en de Argentijnen hebben alleen Messi en om Messi uit te schakelen, selecteren we tegen die tijd gewoon Nigel ‘IJzeren noppen met scherpe punten’ de Jong weer eens. En dan dat materiaal! Een selectie vol uitzonderlijke talenten, een verzameling voetballers met onbegrensde mogelijkheden waar de wereld nog geen weet van heeft, maar die straks in Brazilië als een Napoleontisch leger door dat toernooi marcheren.
Nederland wereldkampioen, het idee nam in mijn hoofd steeds vastere vormen aan, zoals de details van de inrichting van een huis dat je op het punt staat te kopen.

WE-RELD-KAM-PI-OEN
Af en toe wierp ik een blik op het scherm. Daar rolde de toekomstig wereldkampioen Estland op alsof het verdorie niks was. Van het kastje naar de muur gingen ze, die Esten. Helemaal dolgedraaid zwalkten ze over het veld als dronken Bulgaarse matrozen. En die toekomstige wereldkampioenen maar combineren! Negentig minuten lang werd Estland onder druk gezet en iedereen speelde geweldig in zijn taak en vanuit zijn positie: de verdediging verdedigde, de aanval viel aan en het middenveld… nou ja, dat bestierde het middenveld.

Later zou ik horen hoe Van Gaal uitlegde dat Sneijder ‘op z’n Sneijders’ had gespeeld en dat Van der Vaart zijn positie ‘op z’n Van der Vaarts ingevuld had’.
Het zijn natuurlijk maar details, maar als iedereen ‘op zichzelf’ speelt en de boel een beetje lekker invult, de posities bezet houdt, het veld breed houdt, lang maakt, inzakt en uitwaaiert, als de taken worden uitgevoerd en de kansen worden benut, ja, dan moet je dus niet raar staan te kijken als Ruben Schaken volgend jaar in Rio met die wereldbeker over het veld banjert.

Nederland wereldkampioen… De woorden begonnen langzaam elkaars synoniem te worden. En terwijl de scheidsrechter met een gedecideerde fluittoon de galavoorstelling van Oranje de kop indrukte, deed ik mijn dikste jas aan, zette mijn muts op, haalde een paar oude moonboots tevoorschijn en liep naar buiten.
Staand in een uitgestorven straat riep ik naar de sterren: “We worden WERELDKAMPIOEN!” We worden WERELDKAMPIOEN!”
Nog zestien maanden geduld.