Vijf redenen waarom u de Ronde van Vlaanderen móet kijken (ondanks de paasbrunch)

De paasbrunch is pas halverwege wanneer u uw eerste schielijke blikken op de keukenklok begint te werpen. Misschien mist u iets.

Wie weet valt Cancellara nu aan, of op het asfalt.
Tom Boonen gelost.
Michel Wuyts in tranen.
Sebastian Langeveld met superbenen.
Volksfeesten in Munkzwalm.
En u mist het allemaal. U zit aan een tafel met familieleden die – afhankelijk van hun leeftijd – eieren beschilderen, de pk’s van hun leaseauto’s met elkaar vergelijken of boven een oude koekenpan staan te wachten tot de wentelteefjes voldoende zwartgeblakerd zijn om ze aan ome Henk (die het helemaal niet zo slecht had bij Tante Hannie maar tegelijk met zijn nieuwe baan ook maar meteen een nieuwe vriendin op de kop tikte, een vriendin die Cynthia heet, peroxidehaar heeft en die je kunt wijsmaken dat de Dijsselbloem pas halverwege april begint te bloeien) te serveren.

Sisyphos is er niks bij
Een gezellige bende kortom, maar toch verliezen uw blikken op de klok allengs hun schielijkheid, tot u bij de derde scone met jam uitsluitend nog naar de voorthollende wijzers kunt kijken en u niets meer hoort van het verhaal van ome Henk, die wel eens in Cyprus is geweest en u toevertrouwt dat het daar altijd al een zootje was en dat Cyprioot niet voor niets rijmt op… Nu ja, dat hoort u niet meer, u kijkt immers naar de klok.

Ooit werd er een man gestraft die Sisyphos heette: iedere dag, tot in de eeuwigheid, zou hij een steen een berg op moeten duwen, een groot, nauwelijks te dragen rotsblok. En iedere dag zou het rotsblok hem vlak voor de top ontglippen en naar beneden stuiteren.
Wat een kwelling van niets, denkt u, terwijl u ziet hoe het nieuwe vriendje van uw minst favoriete nichtje uw wijnvoorraad aan een grondige inspectie onderwerpt.
Na de vijfde scone en het derde doorgekookte ei met bruine randjes rond het eigeel, heeft u alle moed die voor dit soort momenten in u ligt opgetast verzameld, schraapt uw keel, slaat het restje lauwe koffie naar binnen en zegt: ‘Sorry mensen, de Ronde van Vlaanderen.’

Nu komt het erop aan. Alle aanwezigen staren u aan, alsof u een kleine cactus bent die plotseling uit zijn pot in de vensterbank stapt, een winterjas aantrekt en zegt: ‘Zo ik ga eens een blokje om.’ Een potpourri van emoties is uw deel: afschuw, onbegrip, verbijstering, desinteresse.
Een der aanwezigen – waarschijnlijk de organisator van de brunch of iemand die zich altijd verantwoordelijk acht voor de gang van zaken – neemt het woord.
‘Moet dat nou?’

Vijf Gouden Redenen Om Niets Te Missen
Wees ferm en standvastig. Ja, dat moet, kunt u antwoorden, maar dat genereert de onvermijdelijke waarom-vraag. Wees de wijste, anticipeer en geef antwoord op de vraag die de ander nog niet gesteld heeft. Doe dit door middel van het noemen van een van de tien Gouden Redenen Om Niets Van De Ronde van Vlaanderen Te Missen.

1. “De koers wacht op niemand.”
Dit is op het eerste gehoor een loze zin, en dat is het ook. Maar het is een parafrase van Mart Smeets en Mart Smeets heeft nu eenmaal altijd gelijk.

2. “Ik heb tienduizend euro ingezet op een overwinning van Stijn Vandenbergh.”
Uw gehoor kent Stijn Vandenbergh niet, u kent hem zelf nauwelijks. Dat doet niet ter zake: de kans om op zomaar een zondag een paar miljoen te winnen laat niemand onberoerd. De minuscule kans dat Stijn Vandenbergh niet wint – en u dus tienduizend fictieve euro’s roekeloos heeft vergokt – mag men u tot het einde der tijden tot de orde roepen. Grof inzetten op kansloze renners kent kortom louter winnaars.

3. “Ze zijn bijna bij de Kanarieberg.” (of de Paddestraat, u ziet maar).
Het voordeel van de Ronde van Vlaanderen is dat het parkoers een opeenvolging van potentiële sleutelmomenten kent. Op iedere helling en op iedere kasseistrook kan ‘de slag vallen’ en, zo zullen de tv-commentatoren u voortdurend inpeperen, vaak valt de slag ook juist op een stuk tussen heuvels en kasseien in. Wie als tv-kijker de slag mist, kijkt de rest van de middag achter de feiten aan.

4. “Dit jaar maken de Nederlanders eindelijk weer eens echt kans.”
Dit is niet zo – zelden hebben de Nederlanders zo weinig kans gemaakt als dit jaar – maar uitsluiten mag men het niet. Een discussie met pseudokenners die met de namen Sagan en Cancellara op de proppen komen, kan op punten gewonnen worden door vast te stellen dat de grote koersen zelden door de grote favoriet worden gewonnen. Geef bij dit argument bij voorkeur geen voorbeelden; het waarheidsgehalte ervan is uiterst twijfelachtig.

5. “Dit wordt een legendarische Ronde.”
Een uitstekende zet, mits met mate gebruikt. Legendarische koersen komen gemiddeld dertig keer per jaar voor, maar de kans bestaat dat uw gezelschap een ander idee over het begrip ‘legendarisch’ koestert. Bedenk dus: wie de Ronde legendarisch noemt, moet volgende week tijdens Parijs-Roubaix met een ander adjectief op de proppen komen.

Succes!