Fabian Cancellara is gewoon te goed

Gisteren won Fabian Cancellara de Ronde van Vlaanderen. Dat deed hij drie jaar geleden ook al. Toen deed hij er een week later ook Parijs-Roubaix bij, en dat zal hij dit jaar – zonder pech – waarschijnlijk nog eens overdoen. Cancellara is namelijk veruit de beste.Gisteren – na een zege die op zoveel niveauverschil met de rest van het veld duidde dat de wedstrijd er ronduit saai van werd – toonde de Vlaamse televisie bij wijze van eerbetoon nog eens die beelden van drie jaar geleden, beelden uit een ander tijdperk, een tijdperk van de Muur van Geraardsbergen.

Het filmpje van Bufalino
Cancellara demarreerde op de Muur door eenvoudigweg veel harder omhoog te rijden dan zijn concurrent, de Vlaamse halfgod Boonen. Maar er was iets vreemds aan die demarrage, destijds. Het leek niet normaal, zo makkelijk als het ging.

Niet veel later dook er een filmpje op, gemaakt door een Italiaan die Michele Bufalino heette. Michele Bufalino beweerde dat Cancellara hulp had van een nieuw geavanceerd systeem, waarbij in de buis van de fiets een klein hulpmotortje is verstopt dat de pedalen eenvoudiger zou helpen rondduwen. Het zaakje zou met een hendeltje of een knop op het stuur kunnen worden bediend. Bufalino’s bewijzen bestonden uit een handjevol beelden van Cancellara’s demarrages in Vlaanderen Roubaix, waarop je met een beetje goede wil inderdaad kon zien hoe Cancellara aan zijn stuur prutste en er daarna als een raket vandoor ging, zonder zich schijnbaar bovenmatig in te spannen.
Terwijl de wielerwereld achteloos de schouders ophaalde, de beschuldiging als afdeed als geraaskal van een vereenzaamde complotdenker, werd het filmpje vele honderdduizenden keren bekeken. Ik raakte erdoor gefascineerd, door dat filmpje met die wonderlijke titel ‘Bike with engine (doped bike) and Cancellara (Roubaix and Vlaanderen)’ en stuurde Bufalino een e-mail waarin ik om opheldering verzocht. Een paar uur later al kreeg ik een ellenlange reactie, een mail vol halve bewijzen en hele vermoedens, maar ook een mail met de overtuigingskracht van een Jehova’s getuige met een topsportmentaliteit.

Weer een gek
Het ondergrondse hypeje rond Bufalino’s filmpje duurde niet lang, het werd verzwolgen door de draaikolk waardoor alle hypejes, ondergronds of niet, worden verzwolgen. Rob Wijnberg noemt die draaikolk ‘de waan van de dag’.

Gisteren demarreerde Cancellara weer bergop, dit keer op de steile Paterberg. In het zadel, de hespen van dijen duwend op de pedalen en het vriendelijke mondje verwrongen tot een grimas die mij altijd doet denken aan de glimlach van iemand die een uitgebreide massage ondergaat. En ik kon er niets aan doen: ik moest even denken aan de overtuigde, maar nauwelijks overtuigende manier waarop Bufalino mij in een mengeling van kromgetrokken Engels en bloemrijk Italiaans van zijn gelijk had proberen te doordringen. Hij was er destijds niet in geslaagd en al snel haalde ook ik mijn schouders op. Weer een gek, weer een labiele figuur op wie de wielerparanoia definitief vat gekregen had.

Wie is de Mol?
Wanneer ik aan onwetenden probeer uit te leggen wat wielrennen zo mooi maakt, vertel ik over het eindeloze schaken met krachten. Dan leg ik uit dat de beste zelden wint, omdat iedereen weet dat hij de beste is, een wetenschap die het cement vormt tussen de coalities van mindere goden, die eendrachtig proberen de beste te doen verliezen. En dat tegelijk die anderen, zodra zij merken dat zij misschien een kans maken, hun strategie kunnen wijzigen. En dan zijn er nog knechten, en openstaande rekeningen, en valpartijen en nog een handvol variabelen waar je als argeloze kijker niets van weten kan, maar die  ergens in de schemer tussen peloton en hotel worden gevormd en van doorslaggevend belang kunnen zijn. Wielrennen is ‘Wie is de Mol?’ op basis van fysieke en geestelijke kracht, een potje Weerwolven met 189 deelnemers op de openbare weg, met grote contracten en roem als beloning aan de streep. Een spel waarbij bij voorkeur niet de sterkste wint, maar hij die het spel het meest sterk speelt.

Dat soort dingen zeg ik dan met de absolute zekerheid van Michele Bufalino. Soms gelooft iemand mij, en kijkt op mijn aanraden een wedstrijd. De Ronde, bijvoorbeeld. En dan eindigt zo’n wedstrijd in een ordinaire meting van fysieke kracht, waarbij een man met een torso van een Bernini-beeld en benen die lijken op twee benen in één, de sterkste, op het zwaarste punt wegrijdt en wint.

Onversneden eerlijkheid
Een wedstrijd waarin de beste, de meest getalenteerde, de door zoiets onnozels als een pakket genen grandioos bevoordeelde Zwitser, wint van hen die niet iets minder goed zijn.
Er is geen Mol meer, geen coalitie, geen dubbele agenda. Alleen een bijna obsceen vertoon van lichamelijke overmacht.
Zoveel onversneden eerlijkheid, zoveel overzicht, zoveel gekmakende duidelijkheid; daar kunnen niet alle wielerliefhebbers even goed tegen.
Daarom ook dacht ik gistermiddag aan Michele Bufalino, die begreep dat de steeds herhaalde suprematie van pure kracht de sport uiteindelijk om zeep helpt.

PS

Michele Bufalino is inmiddels afgestudeerd journalist. Hij houdt een blog bij en schreef in 2011 het boek La bici dopata. Wat hij gistermiddag dacht, is onbekend.