Een blinde schansspringer

Er zit een jongen boven aan de schans.

Ver beneden hem, in de witte diepte, hoort hij het verwachtingsvolle gegons van een bescheiden menigte.
Hij leunt naar achter, klemt zijn handen aan het bankje waarop hij zit. Zet af. Stort zich naar beneden.
Met gekromde rug glijdt hij het gegons tegemoet. Hij voelt de koude wind die hij door zijn vaart opwekt.
Hij hoort het zachte knarsen van zijn ski’s die over de ijzige toplaag van de schans glijden.
Het ruisen van de mensen, het kraken van een omroepinstallatie.
Hij ruikt de worsten, het bier, het hars van de dennen iets verderop.
Even denkt hij zelfs het zweet van zijn voorganger te ruiken, een wolkje angst, bijna opgelost in de frisse berglucht.
Dan houdt de schans op. De jongen vliegt, het verre wit tegemoet.
Hij hoort, hij voelt, hij ruikt alles scherper dan ooit tevoren.
Alleen ziet hij niets.

Tests uit het hoofd
Een jaar geleden merkte hij dat er iets mis was met zijn gezichtsvermogen. Er kwamen vlekken op zijn beeld, en dingen die hij voordien nog scherp waarnam, bestonden nog slechts uit wat vage contouren.
Het duurde een paar minuten voor hij begreep dat met de onverklaarbare aantasting van zijn zicht zijn toekomst in gevaar kwam. Een van ’s werelds meest veelbelovende skischansspringers zijn, de Poolse sporthoop zijn. En dan dit…
Hij zweeg. En hij sprong door. Zonder iets te zeggen.
Een jaar lang nu heeft hij de artsen om de tuin geleid door hun letterborden uit zijn hoofd te leren. Alle sporttesten heeft hij tot nog toe voldoende afgelegd, al zijn ze over zijn zicht niet helemaal tevreden.
Ach, hij ook niet.
Daar zweeft hij, zijn ski’s zo strak mogelijk tegen zijn lichaam. Een vliegende plank, dat is hij.
Het geruis van het publiek zwelt aan, vermengt zich langzaam met het suizen van de wind. En dan gebeurt het. Hij weet niet hoe het kan, wat er verkeerd gegaan kan zijn, wat hij had gezien als hij had kunnen zien, of het domme pech of de onkunde van de blinde is dat hij hier nu uit balans hangt, terwijl het wit steeds sneller dichterbij komt.
In drie tellen volgt de klap, te kort om nog iets te corrigeren.
Drie.
Twee.
BAM.
Het wit was er eerder dan hij dacht.
Onbeholpen glijdend, als een hond op het ijs, neemt hij zich voor zijn verlies toe te geven.
De snelheid van de beslissing doet hem denken aan het moment dat hij besloot te zwijgen over de vlekken.
Nooit, nooit, nooit zal hij meer een letterbord uit zijn hoofd leren.

PS
Na zijn val bleek dat de veelbelovende Poolse skischansspringer Klemens Murańka als gevolg van een progressieve oogziekte nog slechts twintig procent zicht had. Hij moest een noodoperatie ondergaan.
Inmiddels springt Murańka weer wedstrijden en heeft hij er alle vertrouwen in dat hij de Olympische Winterspelen van Sotsji gaat halen.