Henk ten Cate is back!

Gisteren las ik in de krant dat Henk ten Cate op het punt stond zich op Ibiza te vestigen. Maar er was iets tussengekomen: vijf weken Sparta. Ik weet niet wat ik zou doen als ik als 58-jarige legende op het punt stond mij op Ibiza te vestigen (zo ver is het nog niet), maar ik zou me zeker niet laten tegenhouden door vijf weken Sparta.

Henk ten Cate wel. En dat tekent Henk ten Cate. Een groots mens. Een gevoelsmens. Een voetbaldier.

Helemaal de oude
Donderdag zag ik hem sinds lange tijd weer eens op televisie. Hij was wat ouder geworden, Henk, een beetje kaler en de plooien in zijn gezichten begonnen wat te zakken. Maar voor de rest was het nog helemaal de oude Henk ten Cate. Vooral die overwogen toon van de verlegen intellectueel had ik erg gemist.
Het werd een prachtig vraaggesprek. Henk kreeg zijn vragen van een onzichtbare NOS-verslaggever en keek bij het beantwoorden van die vragen voortdurend ongeveer een meter naar beneden. Dat kon volgens mij twee dingen betekenen: de journalist zat om onverklaarbare redenen op zijn knieën of Roel van Velzen heeft een nieuwe baan.

Als Mulish
Henk ten Cate komt trouwens het best uit de verf als de interviewer ongeveer een meter kleiner is dan hijzelf. Het deed me denken aan die keer dat Harry Mulisch te gast was bij NOVA College Tour en een student iets vroeg over zijn persoonlijke leven. Mulisch bleef beleefd, gaf keurig antwoord en richtte zijn aandacht toen weer gauw ergens anders op, maar in zijn ogen zag je de totale verbijstering: hoe iemand zo’n vraag kon stellen! Welk een eenvoud van geest! Je kon zijn verstand er bijna live bij stil zien staan.

Toen ik donderdag naar Ten Cate keek, dacht ik steeds weer: Mulisch. Met name die als vanzelfsprekende bescheidenheid vermomde superioriteit was wel een Nobelprijsje waard.

Het Grote Comebackinterview ontleed
‘U bent de nieuwe trainer van Sparta: verrassend.’
Ten Cate  glimlacht, zijn ogen knijpen zich samen als iemand wiens vileine Sinterklaasgedicht in gezelschap wordt voorgelezen. Een verlegen lachje.
‘Ja, voor mij ook.’
(Hierna volgt er wat inleidend aftasten over wie wie gevraagd heeft, over beslissingen en op welke momenten in je leven je die moet nemen, over uitdagingen en over clubliefde. Ook een verdrietig intermezzo over een overleden Sparta-vriend die een extra eer bewezen kan worden. ‘Liefde voor de mens,’ zegt Henk).
‘Een mooi gebaar, maar ook een risico.’
(Dit is geen antwoord van Henk, maar een vraag. Zo zie je, vragen stellen kan ook door antwoorden te geven).
Ja, zegt Henk. Natuurlijk is het een risico. En hij begint uit te weiden: dat hij niets te winnen heeft (wat dacht je van de komende paar wedstrijden), maar alles te verliezen (nou ja, alles…), dat hij wel vaker vreemde beslissingen genomen heeft (ik denk aan Ajax en aan een telefoontje uit Londen) en dat het een beslissing is met zijn hart.

Een klein beetje een opmerkelijk mens
Op dit punt drijven grootheden als Henk ten Cate hun gesprekspartners altijd weer in de val van de bewondering. Wie over zijn hart begint, zit altijd goed. Het fijne van een beslissing met het hart is dat ook waanzinnige beslissingen opeens redelijk worden: wie met het hart beslist, moet wel een toffe peer zijn. Het hart klinkt een stuk sympathieker dan het hoofd, zoals gevoel ook beter klinkt dan verstand (de meeste mensen gaan liever een avondje uit met een ‘gevoelsmens’ als Henk dan met een ‘verstandsmens’ – dat woord bestaat niet eens).

Dan volgt het eerste hoogtepunt van het gesprek – we zijn nog niet eens halverwege.
Sparta heeft geen geld, zegt de NOS-man (weer geen vraag, waarop toch een antwoord komt).
En dan die paar prachtige woorden, die wel uit de hemel lijken te komen vallen:
‘Ik heb besloten dit Pro Deo te doen.’
‘Gratis?’
‘Dat betekent gratis.’
Pro Deo. Ik kreeg het bijna te kwaad voor de tv.
‘Da’s ook opmerkelijk,’ zei de verslaggever – die het stellen van vragen inmiddels helemaal had opgegeven.
‘Misschien wel. Maar ik ben ook een klein beetje een opmerkelijk mens,’ antwoordde Henk.
(Kern van deze opmerking is vanzelfsprekend het ‘kleine beetje’ opmerkelijkheid dat Ten Cate zichzelf toedicht. Schijnbaar bescheiden, maar toch superieur, als Mulisch in zijn beste dagen).
‘Gaat het een lastig verhaal worden hier?’ (wel een vraag, maar wel een waar het antwoord al kant en klaar voor het opscheppen ligt. ‘Lastig verhaal’, sowieso een prima term. Uit bed komen is op sommige dagen ook een lastig verhaal, en vijf jaar zonder eten op een ijsschots in de Noordelijke IJszee: een heel lastig verhaal)
‘Tuurlijk gaat het een lastig verhaal worden.’ (realiteitszin).
(Hier volgt weer een suf intermezzo over spelers – die wel kunnen voetballen – en de trainer – die wel goed was maar ook weinig ervaren. En over zijn eigen bagage – ook al zo’n fijne term, bagage. Trainer geweest zijn bij Barcelona is bagage, een jeugd lang mishandeld worden is bagage en een in de trein achtergelaten plastic tasje met drie saucijzenbroodjes ook).

Niet te Groot
Het definitieve hoogtepunt volgt even later, wanneer Henk – als antwoord op een heuse vraag – heeft aangekondigd niet langer dan vijf weken te blijven. Mooier nog dan Ten Cates antwoord, is de vraag van de journalist, waaruit nu pas echt goed die devote bewondering blijkt die wij allen voelen voor een Mulisch, een Rembrandt, een Ten Cate.

‘U heeft het allemaal goed uitgelegd, maar als we naar uw CV kijken: daar zitten prachtige namen tussen. Er zijn niet veel trainers die zo’n gok durven te wagen. Het is toch ook – om het een beetje oneerbiedig te zeggen – u bent bij Chelsea geweest, Barcelona, et cetera (met ‘et cetera’ bedoelt de journalist vermoedelijk Ajax, NAC, Go Ahead Eagles en MTK Boedapest). En dan nu: de Jupiler League.’
(Is dit een vraag? Is dit een vaststelling? Is dit een biografie van Henk ten Cate in enkele rake zinnen?)
Henk: ‘Ja, maar ik heb me nooit ergens te groot voor gevoeld.’
HATSEE.

Je hoopt erop, op zo’n zin, en als ie dan komt, is het toch alsof de wereld voor heel even volledig logisch in elkaar valt.