Heeft u enig idee in welk land de leden van de SER wonen?

Vorige week kwam de Sociaal Economische Raad (SER) met een analyse van de ‘knelpunten’ van de Nederlandse economie. Het heeft even geduurd maar dan heb je ook niks. Je krijgt zomaar de indruk dat de leden jaren ergens anders waren.

De SER werd in 1950 opgericht, midden in de wederopbouw en daarin zou je zeker een parallel met vandaag kunnen zien. Er valt heel wat weder op te bouwen. De doelstelling destijds:

De Sociaal-Economische Raad (SER) adviseert de Nederlandse regering en het Nederlandse parlement over de hoofdlijnen van het te voeren sociaaleconomisch beleid. Ook voert de SER bestuurlijke en toezichthoudende taken uit, waaronder het toezicht op product- en bedrijfschappen. In de SER werken ondernemers, werknemers en onafhankelijke kroonleden samen.

De drie doelstellingen van de SER zijn:

  • een evenwichtige economische groei, passend binnen het streven naar duurzame ontwikkeling;
  • een zo groot mogelijke arbeidsparticipatie;
  • een redelijke inkomensverdeling.

Op deze plek heb ik eerder geschreven over de afnemende relevantie van de SER onder de vorige voorzitter , in mijn ogen de man zonder eigenschappen Alexander Rinnooy Kan. Met de komst van een nieuwe voorzitter , Wiebe Draijer, waren de verwachtingen hoog gespannen. Zou de SER eindelijk weer doen waar ze voor is bedoeld: spraakmakend, gedurfd en richtinggevend worden? Nou, op basis van de ‘analyse’ van afgelopen week moeten we het ergste vrezen. Het heeft een hoog ‘de Paus is katholiek en Messi is een goede voetballer’-gehalte. De SER is het er –  jaren na het uitbreken van de kredietcrisis – over eens geworden dat ons land het slachtoffer is van een ‘unieke cocktail’ van problemen op de woningmarkt, de pensioenfondsen en de banken. Ik moet zeggen: ik heb het even kunnen verwerken en het is een eyeopener. Hier kunnen we iets mee.

Voorzitter Draijer zegt in een interview met Het Financieele Dagblad dat het allemaal eigenlijk onbegrijpelijk is. Want de Nederlandse economie is ‘fundamenteel toch echt sterk’. Daar heb je wat aan als het zo langzamerhand tot de onderste regionen behoort in Europa. Ook pleit de SER voor ‘een versterking van de anticyclische instituties die tijdig op de rem kunnen trappen teneinde verhitting of nieuwe zeepbellen te voorkomen’.

Maar Wiebe Draaijer heeft misschien toch gelijk als hij zegt dat het ‘onbegrijpelijk’ is. Want hadden we daar de SER niet voor bedoeld? Als anticyclische institutie? Een vooruitkijkend orgaan, weidse vergezichten? Wie heeft de SER al die jaren tegen gehouden? Waar waren de tijdige adviezen en analyses van de SER? Jaren later in een ‘analyse’ vastleggen wat we allemaal al lang weten, daar heb je geen SER voor nodig.

Dr. Doom is een pseudoniem. Als belegger is hij verantwoordelijk voor het beleggingsbeleid van Beleggingsvereniging Fibonacci. Op het moment van het schrijven van deze column heeft de vereniging posities in Ahold, Akzo Nobel, ASML, DSM, Heineken, KPN, Shell en Unilever en is Neutraal in de AEX. De positie in de AEX is kortlopend en wisselt regelmatig. Die kan dus nu al anders zijn. Volg Dr Doom op Twitter.
———

Download de gratis app van Tablisto om ons maandblad op uw tablet te lezen

Volg HP/ De Tijd op Twitter