Anil Mane de topgolfer is zo weggelopen uit een modern sprookje

Het is een vreemde foto, die foto van Anil Mane in Der Spiegel. Een Indiase jongen in een smetteloos witte Nike-polo en een Fantakleurige broek. Hij leunt gemaakt-nonchalant op een golfclub terwijl achter hem het leven van de armste mensen zich voltrekt: kinderen in vuil ondergoed, honden met kale plekken, hutten van hout en spaanplaat, modderige steegjes.De geur van curry en uitwerpselen slaat van de pagina’s.
Hoe afschuwelijk, denk je eerst, een Indiase topgolfer die zich laat fotograferen in de slums van Mumbai, omdat zijn imago wel een poetsbeurt kan gebruiken. Tot je het stuk leest.
Het is de lente van 1998. Anil Mane is zestien en hij volgt iedere dag avondschool. Naar een gewone school gaat hij al jaren niet meer. Hij is de oudste zoon in een omvangrijke familie waarvan de vader zich arbeidsongeschikt gezopen heeft.
Een familie zoals er miljoenen zijn in India. Een familie uit het getto.
En zo werkt Anil Mane als een soort ballenjongen op de Bombay Presidency Golf Club, nadat hij eerst een tijd als bedelaartje aan de kost is gekomen. De club, de chicste golfclub van India, bevindt zich aan de overkant van de straat. Zijn taak is het ophalen van de ballen die door minder getalenteerde leden van de baan worden gemept.

De zevende hole
Op een dag staat Anil bij de zevende hole. De zevende hole op de Bombay Presidency Golf Club ligt in een scherpe bocht naar links, buiten het zicht van het clubhuis. Buiten het zicht van iedereen, eigenlijk.
Niemand kan hem zien.
Anil haalt een bal uit zijn buiktasje, tovert een Iron 7 tevoorschijn en imiteert een paar maal de beweging die hij anderen al duizenden keren heeft zien maken.
Een brede achterzwaai. Doorslaan. En dan over de schouder uitzwaaien. Bal nawijzen.
Dan volgt de klap.
De bal suist onzichtbaar door de lucht, om vlak bij de green weer in beeld te vallen.
Anil ziet de bal een beetje aarzelend over het perfect gecoiffeerde gras rollen, richting de hole. Het gevoel dat hem bekruipt, kent hij niet. Nooit eerder heeft hij zich zo gevoeld, dat weet hij zeker. Een vreemde combinatie van opwinding en het gevoel dat hij zo snel mogelijk een nieuwe poging wil wagen, als iemand die voor het eerst voelt hoe een shot gelukzaligheid zich in de vorm van heroïne door z’n aderen jaagt.
Vanaf die dag begint Anil fanatiek te oefenen, altijd op de zevende hole, waar niemand hem zien kan, denkt hij. Tot hij op een dag wordt betrapt door Jagdish, een trainer van de club. Jagdish belooft Anil niet te verraden. Niet uit goedertierenheid (ach, misschien ook wel), maar omdat hij in die paar slagen dat hij Anil heeft gadegeslagen de flonkering van een zeldzaam talent heeft ontdekt. Jagdish voelt zich als de goudzoeker die na jaren zeven in een Amerikaanse rivier eindelijk iets tussen het gruis ziet schitteren. Beet. Hij bezorgt Anil een baantje als caddie, laat hem golftassen van hot naar her slepen en biedt hem een salaris van 300 roepie. Een fooi, maar vele malen meer dan de jongen ooit met ballen rapen zou kunnen verdienen.
Anil is nu elke dag op de club, van kwart voor zes in de ochtend tot ’s avonds elf. Iedere minuut dat hij vrij is, traint hij. En ’s nachts? ’s Nachts droomt hij over grote toernooien overal ter wereld, toernooien waarop hij mag afslaan.

In de slums
Vijf jaar later: Anil Mane staat met een foto in Der Spiegel. Hij is inmiddels vader van vier kinderen en professioneel golfer. Een echte sponsor heeft hij niet, zijn geld ontvangt hij van een mecenas, Ashish Kacholia, die hoopt dat Anil zijn investering ooit gaat terugverdienen.
Kennelijk is Anil voor de fotosessie nog een laatste keer teruggekeerd naar de sloppenwijk waar hij ooit met zijn familie woonde, denk ik nog.
Maar nee: Anil Mane woont nog altijd in de slums van Mumbai. Hut nummer zestien is de zijne: een ruimte van drie bij drie en twee meter hoog. Hier woont India’s grootste golftalent, samen met zijn vrouw, zijn kinderen en een clubje ratten. Door een spleet tussen het golfplaten dak en de muur kun je het groen van de greens van de Bombay Presidency Golf Club zien liggen.
Na lezing van het stuk kijk ik nog eens naar de foto. Bij nader inzien toch geen vreemde foto, afgezien van die Fantakleurige broek dan.