Leo Vroman is jarig: “Ik heb geen leeftijd, leeftijden zijn kinderachtig”

Dichter en wetenschapper Leo Vroman is op 10 april jarig. En dat is hij al bijna honderd jaar. Speciaal voor HP/De Site schrijft Vroman over drie memorabele verjaardagen, verdeeld over drie fases in zijn leven.

27, 75 en 98

27
Het was op een middag, we schrijven eind maart 1942, en we waren in een nogal ruime barak in het krijgsgevangenkamp Bandoeng. We. We. Vier Indische jongens waren in de weer met een wijibord (of hoe je dat ook weer spelt) maar ik mocht daar niet bij zijn; de geest was wel opgeroepen zeiden ze, maar zei dat hij in mijn bijzijn niet kon spreken. Ik ging dus maar op mijn tampat zitten, leunend tegen de muur.

Ik voelde de muur maar zag geen mensen. Ik dacht aan mijn naderende verjaardag, 27 jaar zou ik worden, en genoot van de gedachte dat die ergens in Holland kon worden gevierd. Met tranen in mijn ogen hoopte ik. Opeens juichten de jongens. De geest had gesproken: we zouden heel binnenkort vrijkomen. “Wanneer?”, vroeg ik. “Op tien april.” Ik voelde mij direct schuldig; had ik als totok, koloniaal, de vingers van de inboorlingen gestuurd?

Enkele weken later.

Ik begon (toen al) dingen te verzamelen, trok berichten van de muren als we verhuisden:

Bekendmaking

Aangezien de desertie nog steeds voortgang heeft, wordt door de Japansche autoriteiten het volgende bekend gemaakt:
1. vanaf heden zullen vluchtelingen worden doodgeschoten;
2. het leven en de veiligheid van de menschen, die ik het kamp blijven wordt gegarandeerd.

Bandoeng, 12 April 1942.
De Commandant van het Marine-Bataljon.

We waren niet vrij. Zoveel moesten nog verhongeren, vriendschappen sluiten, en dood.

75
Ruim zeventien dagen na mijn 75ste verjaardag, Gouda, 1990. Een grote bijeenkomst over het werk dat we hadden gedaan, we, we, en de gedichten die ik had geschreven, ik, ik. Er was een prachtige feestmaaltijd in een hospitaal en de gedichtzinnigen en de wetenschapzinnigen moesten na elk gerecht van tafel verwisselen om de twee groepen tot contact te dwingen. En zoals ik vast al een paar maal eerder heb geschreven, hoorde ik soms een heel klein stukje gesprek, en dat ging dan over de gerechten.

Het was erg aandoenlijk voor mij om dichters en wetenschappers samen te zien, allemaal vrienden van mij, alsof ik al dood was en alsof ik de oorzaak was geworden van een eenheid die nog niet bestond. Er is een boek van, het heet The Vroman Effect. Ik heb voor de omslag nog een pentekening gemaakt. Ik, ik.

98
Ik heb geen leeftijd, leeftijden zijn kinderachtig, maar 98 jaar oud word ik morgen waarschijnlijk wel. Wij wonen in een bejaardengebouw. Wij, wij! Onze jongste dochter, Peggy, nu verreknoutoch alweer 61 jaar oud, komt hier met haar man. Misschien rijden ze ons naar de plantentuin, daar zijn we in geen jaren geweest, of naar de Modern, daar zijn we in geen jaren geweest, of blijven we thuis, daar zijn we al jaren. Maar op mijn verjaardag zelf doen we waarschijnlijk ongeveer niets. Dode vrienden en vriendinnen zullen ons wel niet bellen en cadeautjes hebben we niet nodig. Op één cadeau verheug ik me al wel: Peggy brengt ons gemberboterkoek zoals mijn moeder die maakte, vooral toen die nog leefde.

Leo Vroman (*1915) is dichter, schrijver en wetenschapper. Hij woont sinds 1947 in de Verenigde Staten, nog altijd met zijn geliefde vrouw Tineke. Hier vindt u een overzicht van zijn geschreven werk.