Soigneur, Bahamontes en de verering voor 130 jaar oude Justin Bieber

Een paar weken geleden was ik voor het eerst in Roest, een wonderbaarlijke Amsterdamse uitgaanshotspot, een dansgelegenheid met een metershoog plafond en parttime modellen achter de bar. In deze intimiderend hippe omgeving werd die avond het derde nummer van Soigneur gepresenteerd, een uiterst gelikt wielerblad waaraan ik een bijdrage deed, in de vorm van een verhaal over een gederailleerde zonderling. De redactie had me gevraagd om, ter inleiding van het feestelijke gedeelte van de avond, een fragment van mijn verhaal voor te lezen.

Dat deed ik.
Het werd geen succes.
Zwak uitgedrukt.
De geluidsinstallatie haperde.
En ik ook.

Mijn stem schalde uitsluitend uit de achterste boxen, zodat alleen een paar vaste gasten iets opvingen van mijn voordracht. De mensen voorin keken eerst moeilijk, vervolgens medelijdend en toen hun mededogen was opgebruikt (en ik met steeds meer tegenzin mijn experimenteel-lange zinnen in de microfoon murmelde) stonden ze op en liepen naar de bar.

Lijden schijnt karaktervormend te zijn – en bij de presentatie van een nieuw wielerblad mogen de schrijvers eigenlijk ook best eens afzien – maar liefst niet te lang,
Na vijf minuten besloot ik dat het genoeg geweest was. Midden in een zin hield ik ermee op – niemand die het opviel.

Ik kon me niet aan de indruk onttrekken dat het applaus een collectieve zucht van opluchting moest maskeren.
Het drinken kon eindelijk zijn aanvang nemen, en daar was het uiteindelijk toch allemaal om begonnen.

Soigneur
Zo mislukt als mijn lezing misschien was geweest, zo geslaagd is Soigneur. Natuurlijk, ik schrijf er zelf voor en onzalig zijn zij die preken voor eigen parochie, maar gossiemikkie wat een fijn blad is dat. Het genieten begint al met de cover: een panoramisch beeld, geschoten vanaf de top van de Stelvio, Italiës gruwelijkste Alp, waarlangs een gebutste asfaltweg zich omhoog kronkelt als een tuinslang over een uitgedroogd grasveld. Ergens op die weg klautert een poppetje omhoog. Dat poppetje heet Thomas de Gendt, profrenner bij Vacansoleil. De vreselijke Stelvio is zijn vaste trainingsterrein.
Dit is another day at the office, voor Thomas de Gendt.
Het is die combinatie van inhoud en vorm die van Soigneur een geslaagde poging maakt. De fotografie is ronduit geweldig en de aangeboden gadgets zijn hipper than hell (en onbetaalbaar, tenminste, voor iemand zonder gaatje in zijn hoofd). En hoezeer in Soigneur ook het beeld en de vormgeving regeren: de tekst mag er ook wezen, al zeg ik het zelf.

Het tijdschrift lijkt een voorlopig eindpunt te markeren in een wonderlijke ontwikkelingsstroom, waarin de sport wielrennen nauwelijks nog als zodanig wordt beschouwd. Het wielrennen is een expressievorm geworden. Entertainment, kunst. Maar bovenal een onmisbaar onderdeel van een stedelijke lifestyle, een racefiets hoort bij een verantwoord-moderne levensstijl als een ongeschuurde parketvloer, een baard, een licht-obees huisdier tot kniehoogte en een zelfstandig beroep in de creatieve sector. En Soigneur is de stijlbijbel voor die almaar uitdijende club voortrazende  die de Ronde van Trentino deze week aan zich voorbij hebben laten gaan, die weten wat Luik-Bastenaken-Luik is maar er bij mooi weer niet voor thuisblijven maar die wel een nieuw stuurlintje voor hun fixie met de luchtpost laten komen. Maar het blad is meer dan dat: het is een speeltuin voor vormgevers, fotografen, illustrators en schrijvers. En, niet onbelangrijk: ook weken na bezorging ruikt het nog zo heerlijk naar drukinkt. Alleen voor die intense, chemische geur die je terugvoert naar de gestencilde clubblaadjes van lang geleden, zou u eigenlijk al naar de winkel moeten hollen. En dan kom ik, tegen bescheiden vergoeding, m’n verhaal nog bij u voorlezen ook.

Bahamontes
Nauwelijks een week na Soigneur ontving ik ook nog het eerste nummer van Bahamontes in mijn bus, zodat ik met een gerust hart kon vaststellen dat de crisis dan misschien nietsontziend om zich heen maait, maar voorlopig nog niet onder de fancy wielerglossy’s uit het duurdere segment.
Dit keer betrof het de Vlaamse variant, een minstens zo fraaie.
Een ‘Nieuw magazine over de koers’ zoals de makers je middels een gele sticker vanaf de cover toeroepen. En weer is die foto op het front al fraai genoeg om een minuut of vijf naar te staren: een schijnbaar verlaten kasseistrook onder een egale, potloodgrijze wolkenlucht.
In de verte een paar boerderijen, roerloos aan een bosrand.
Bomen die naar de hemel klauwen.
En dan helemaal rechts: het voorwiel van een racefiets. Wie goed kijkt, herkent Tom Boonen.
De blik op oneindig, de spieren als kabels gespannen over de armen, de onderkaak als een vooruitgeschoven post van zijn gezicht…
Bahamontes – wegens de muzikaliteit van de naam vernoemd naar de intussen hoogbejaarde Adelaar van Toledo, met wie het blad een bijzonder komisch interview plaatst, een geruststellend bewijs dat niet iedere ex-coureur als een behoeftige hoeft te eindigen – presteert bijna het onmogelijke: het combineert een sublieme opmaak en de strakke vormgeving als van een hippe Gentse loft met de heroïek van de koers, een schoonheid die gekunsteld zou kunnen aandoen, als je tenminste niet wist hoe oprecht schrijvers, journalisten en coureurs kunnen worden ontroerd door hun grote liefde.

Bahamontes combineert (net als Soigneur) vorm op bijzonder fraaie wijze met inhoud: de verhalen zijn lang, mooi en vooral uiterst origineel. Enkele hoogtepunten: het verhaal van Jonas Heyerick (tevens een van de twee initiatiefnemers) over een historisch moment uit de loopbaan van Fabian Cancellara, een ijzersterk stuk van Rik Vanwalleghem over de oertijd van de Ronde van Vlaanderen en het ontroerende ‘Wielerprinsen’ van Matthias Declerq, over Vlaamse jochies die hun levens in het teken van de fiets hebben gesteld en die nu dag in, dag uit dromen van Roubaix, van Alpe d’Huez of – wanneer hun jongensdromen al ietwat zijn aangevreten door de betonrot van de realiteitszin – van een ontsnapping in de Driedaagse van West-Vlaanderen.
Maar het artikel dat misschien wel het best aantoont hoe liefde en realiteitszin, schoonheid en lelijkheid elkaar in het wielrennen ontmoeten, is het verhaal van journalist Walter Pauli, die voor eens en voor altijd al zijn overwegingen over dopinggebruik op papier heeft gezet. ‘Blinde liefde, bedrogen lief,’ heet Pauli’s artikel.
Dat is volgens mij ook hoe je Soigneur en Bahamontes het beste zou kunnen omschrijven: gemaakt uit blinde liefde, vanuit een hartstocht die wordt herkend.

Wij zijn allen Beliebers
Pubermeisjes zijn we, allemaal, bakvissen in blinde adoratie aan de voeten van een op drift geraakte Justin Bieber van 130 jaar oud. Maar ach, zolang het maar fijne tijdschriften oplevert – en, niet flauw doen: werk – hoor je mij niet klagen. Al kan dat laatste ook door de haperende geluidsinstallatie komen.