Nederlanders houden van parttime werken omdat het kan

Afgelopen week sprak ik enkele mensen uit de advocatuur, voornamelijk actief op het gebied van fusies en overnames.

Werken binnen deze zogeheten M&A (merger and acquisitions) tak staat bekend als tijdrovend en goedbetalend. Werkweken van zestig uur zijn geen uitzondering. Enkele van deze personen gaven aan er binnen een paar jaar er de brui aan te willen geven en daarna minder tijdrovend werk te vinden. Een lager salaris zou op de koop toe genomen worden.

Het deed mij denken aan de voorspelling die econoom John Maynard Keynes deed in 1930. Hij voorspelde dat het kapitalisme ons zo welvarend zou maken, dat we in 2030 nog maar 15 uur per week zouden hoeven te werken om in onze behoeftes te voorzien. We hebben nog 17 jaar te gaan, maar het ziet er niet naar uit dat Keynes gelijk gaat krijgen. In Nederland bestond een voltijdswerkweek in 2012 gemiddeld uit 36,7 uur. Al kun je je natuurlijk afvragen of alle overuren van de M&A-advocaten hierin verdisconteerd zijn. In de wereld van de haute finance is het gebruikelijk om meer uren te werken dan contractueel is vastgelegd, maar daar staat dan ook een riante financiële compensatie tegenover.

Toch hechten velen blijkbaar meer waarde aan vrije tijd dan aan een hoog salaris. Logisch, want op je sterfbed zul je waarschijnlijk eerder aan mooie momenten met vrienden en familie denken dan aan een behaalde promotie. Nederland wordt soms schertsend omschreven als ‘wereldkampioen deeltijdwerken’. Uit onderzoek van Eurostat blijkt in ieder geval dat we Europees kampioen zijn. Bijna de helft (49,8 procent) van de Nederlandse werkenden doet dit in deeltijd. Ter vergelijking: bij nummer twee, Zwitserland, ligt dit percentage op 35,6 procent.

We zijn ook een gelukkige Europees Kampioen. Slechts 3,3 procent van de Nederlandse parttimers zou meer uren willen maken. Waarom ons percentage (soms veel) lager ligt dan in andere EU-landen vermeldt het onderzoek niet. Bovendien hanteert het onderzoek geen vaste eenheid voor parttime werken. De onderzoekers lieten de respondenten zelf bepalen of zij in deeltijd werkten. Misschien spreekt de Nederlander bij 36 uur al over deeltijdwerken, terwijl dit voor een Belg als voltijd wordt aangezien. Of andersom.

Toch kan mogelijk een antwoord gevonden worden in de landen die hoge percentages scoren. In Griekenland wil maar liefst 66 procent van de deeltijdwerkers meer uren. Andere landen die hoog scoren zijn Portugal, Spanje, Bulgarije en Ierland. Kortom, de landen die het hardst getroffen zijn door de crisis en waar werkloosheidscijfers hoog zijn. Wij willen dus meer werken als dat nodig is om in ons levensonderhoud te voorzien. In deze landen zijn de mensen vaak noodgedwongen deeltijders, terwijl in Nederland parttimers waarschijnlijk een tweede inkomen in het huishouden verzorgen.

Nederlanders werken parttime omdat het kan, niet omdat we gedwongen zijn door het gebrek aan voltijdsbanen. Toch zijn er genoeg sectoren, zoals de haute finance, waar lange werkweken eerder regel dan uitzondering zijn. Daar brengt geen crisis verandering in zolang er mensen zijn die geld boven tijd stellen. En eerlijk is eerlijk, geld went. Een financiële stap terugdoen is even slikken. Overwerkte M&A-advocaten en anderen doen er dan ook goed aan te bedenken: “Het verminderen van het lijden bestaat uit het verminderen van verlangens.”