Bayern München – Barcelona: aan alles komt een eind

Gisteravond, tegen de tijd dat ik met een zak ijs op mijn hoofd lag bij te komen van het omgooien van mijn wereldbeeld, maakte Bert van Marwijk een opmerking waar ik van overeind schoot.

Het was een zinnetje tussendoor, een zinnetje waar Jan van Halst en Toine van Peperstraten overheen walsten met nieuwe vragen en nieuwe analyses. Ik hoorde het niet meer; ik bleef denken aan dat zinnetje van Bert van Marwijk.

‘Aan alles komt een eind,’ zei Bert.

Wat eindes betreft is Bert natuurlijk een ervaringsdeskundige. Nog maar een halfjaar geleden was hij betrokken bij een van de meest dramatische voetbaleindes van de laatste decennia.
Maar in dit specifieke geval weigerde ik hem te geloven, als een atheïst die voor Petrus staat en toch op zoek blijft naar het eeuwige Niets. Dit moest wel een schijneinde zijn, een sportieve bijna-doodervaring.

Het Romeinse Rijk
Naarstig ging ik in mijn herinnering op zoek naar dingen die nooit eindigen. De tijd, misschien, al is daar de laatste filosofische noot ook nog niet over gekraakt. De dood dus – maar ook daar zijn de meningen nog altijd op z’n zachtst gezegd over verdeeld.
Een paar duizend jaar geleden zou je gezegd hebben: Het Rijk van de Romeinen, dat duurt eeuwig en altijd, daar gaat nooit een eind aan komen. En verdomd: een paar faliekante blunders later was er van die eeuwigheid al niet meer over dan een restje oude stenen op een rotonde.

De ervaring leert dus dat ook dat wat eeuwig lijkt, over het algemeen tijdelijk is. Gelukkig maar, want de menselijke geest is niet gebouwd op eeuwigheid. Tijdelijkheid moeten we hebben, momentopnames, alles moet kapot kunnen. Een Rembrandt, een Vondel, een Messi; het is allemaal leuk en aardig voor zolang het duurt, maar laten we er alsjeblieft geen heisa van maken. Aan alles komt tenslotte een eind.

Het nieuwe
Gisteravond was het weer zover: een eind van iets prachtigs. Miljoenen mensen – waaronder enkele van mijn tot gisteravond beste vrienden – bleken al maanden, wat heet, al jaren op dit moment te hebben gewacht. Wie ik ook sprak of las, de hele wereld leek innig tevreden met het de blamage van Barcelona. Mensen genoten niet alleen van het spel van Bayern, maar vooral omdat van het feit dat dat spel iets stuk maakte dat zo mooi was geweest dat het bijna pijn aan de ogen deed. Er waren er zelfs die beweerden dat dit Bayern het nieuwe Barcelona was.
Alsof je over iemands graf de erfenis alvast verdeelt.

Toegegeven, Bayern speelde op een wijze die het zelfs de grootste Bayern-hater (i.c. mijzelf) niet makkelijk maakte om zuur te blijven doen. Zelfs van Arjen Robben, op wie ik de afgelopen jaren een boel van mijn onvrede over het moderne voetbal had geprojecteerd, genoot ik. En toch: de liefde voor Bayern is de liefde voor iets nieuwers, iets fris, een nieuwe vriendin na een ingeslapen huwelijk met de mooiste vrouw ter wereld.

Koffiebroodje in een ruim zittend kostuum
Aan alles komt een eind. Bert van Marwijk zei het, en dan is het zo. (Ooit zei Bert van Marwijk dat er niets aan de hand was binnen het Nederlands Elftal. Dat was toen ook zo). Het nieuwe dient zich aan, het nieuwe is gründlich, pünktlich, conditioneel uitstekend en kopsterk. Het nieuwe wordt geleid door een koffiebroodje in een ruim zittend kostuum. Het oude had schulden, het nieuwe schijnt financieel zo gezond te zijn als een rijpe kiwi.

Gefeliciteerd.
Leuk hoor, het nieuwe. Maar geef mij toch het oude maar. Laat aan sommige dingen toch alsjeblieft geen einde komen.